Nas :: King’s Disease

Jarenlang hielden fans van de Amerikaanse rapper Nas zich vast aan de hoop dat een volledige plaat geproducet door een en dezelfde producer de oplossing zou zijn voor al zijn problemen. Twee platen verder kunnen we alleen maar concluderen dat die argumentatie niets minder dan cognitieve dissonantie is.

Jay-Z’s beruchte diss dat Nas’ discografie kon samengevat worden als “a one hot album every ten year average” is haast profetisch gebleken. Was Life Is Good in 2012 nog een degelijke plaat, dan zijn de drie platen sindsdien alleen maar teleurstellend geweest. “Ja maar, dat lag aan Kanye West!”, zullen de superfans zeggen in het geval van het bombastisch rommelhoopje dat Nasir was. “En The Lost Tapes 2 is geen echt album, dat zijn overschotjes”, zullen ze ook zeggen, zelfs al is het alom geweten dat het eerdere The Lost Tapes (uit 2002) wellicht de tweede beste plaat is die de man ooit uitbracht.

En zo komen we bij King’s Disease, eindelijk een volwaardige plaat zonder Kanye om roet in het eten te gooien en zonder vreemde experimenten om verwarring te zaaien zoals op The Lost Tapes 2 (“Al Jarreau Of Rap”, anyone?). Nas ging in zee met hippe producer Hit-Boy en liet hem het gros van het beknopte King’s Disease producen, schaafde zijn onderwerpen wat bij en liet de samenzweringstheorieën die hij op Nasir spuide grotendeels achterwege. Recept voor succes, toch? Nou nee, niet echt.

King’s Disease is effectief de best geproducete plaat van Nas in tijden, maar het is ook een bijzonder veilig klinkende plaat. Geen enkele beat weet echt boven zichzelf uit te stijgen, laat staan een indruk te maken die blijft hangen. Sonisch schurken Hit-Boy’s producties aan bij Nas’ populairste periode aan het eind van de jaren negentig en begin van de jaren 2000, maar dan ontdaan van de glitter en gladde synths die toen over elke beat gesaust werden. In de plaats daarvan krijgen we wat organischere accenten, zoals bijvoorbeeld een mooi trompetarrangement op “10 Points”. Al bij al dus een verbetering ten opzichte van de soms vreemde en vaak saaie producties die Nas’ werk in de jaren 2000 (Street’s Disciple, Hiphop Is Dead, Untitled) kenmerkten, maar waar die platen wel een zekere conceptuele durf aan de dag legden sporen de oerdegelijke maar doordeweekse producties op King’s Disease Nas enkel aan tot gezapige nostalgie.

In die zin is Life Is Good de nauwste verwant van King’s Disease. Acht jaar later keert Nas terug naar hetzelfde recept, op oudere leeftijd op zijn troon zittend en tevreden terugkijkend op zijn leven. En dan nog iets met jicht, ’t is te zeggen “king’s disease”, ontwikkeld door jarenlang koning en rijk te zijn of iets in die trant — de verklaring op “The Definition” komt lijnrecht van Wikipedia en houdt de zaken eerder onduidelijk. Soit, de onderwerpen die hier worden aangeboord zijn dus niets nieuws — als twintigjarige snaak was Nas al een volleerd nostalgicus op “Memory Lane” — en helaas is een Nas die op veilig speelt ook een Nas die weinig hoogvliegers oplevert. Hoezeer The Lost Tapes 2 bijvoorbeeld een teleurstelling was — en zonder twijfel een veel slechtere plaat dan King’s Disease — het had wel goeie uitschieters met “No Bad Energy”, “Tanasia” en “QueensBridge Politics”.

De terugblik op het verleden levert wel één verrassing op: de reünie van de spectaculair gefaalde mafioso supergroep The Firm — Nas, AZ, Foxy Brown en origineel lid Cormega — op “Full Circle”. Hun door Dr. Dre geproducete debuutalbum uit 1997 werd voorafgegaan door een gigantische hype, aangewakkerd door hun eerste posse cut “Affirmative Action” op Nas’ tweede plaat It Was Written. De plaat die effectief uitkwam staat echter te boek als zowat het slechtste album waar Nas zijn naam aan verleend heeft. Beetje vreemd dus om die oude koe uit de sloot te halen, en “Full Circle” slaagt er niet bepaald in om enthousiasme in de samenwerking te vernieuwen.

Hier en daar steken wat moderne accenten de kop op: nota bene de trap-ritmes in het bijzonder korte en lichtjes uit de band springende “27 Summers” (een verwijzing naar het feit dat debuut Illmatic ondertussen 27 jaar oud is) waarop Nas wel opmerkelijk goed zijn mannetje staat. Daar komen ook nog wat features bij van jong geweld als Lil Durk in het onder autotune bedolven “Til The War Is Won”, Anderson .Paak op “All Bad” en A$AP Ferg op “Spicy”. Het zorgt ervoor dat King’s Disease ondanks de tekstuele focus op het verleden, toch klinkt als een plaat van het heden die mogelijk ook een jonger publiek zal aanspreken.

Is King’s Disease dan een slechte plaat? Dat nu ook weer niet. In vergelijking met zowel Nasir en The Lost Tapes 2 is het absoluut een meer consistente plaat en zijn er weinig tracks die zonder meer in de vuilbak kunnen. Maar zonder carrière-uitschieters en zonder boeiende nieuwe tekstuele perspectieven is dit ook niet de ‘return to form’ die er elders van gemaakt wordt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + veertien =