Van een te zwaar geladen Mazda naar handtekeningen uitdelen in Mexico: de magische momenten van zes jaar Brutus

Een jaar geleden begon Brutus met tweede album Nest aan een imposante zegetocht die eindigde in een uitverkochte AB in december. Zes jaar daarvoor startte dat succesverhaal met een bescheiden try-out in een Mechels jeugdhuis. In die tussentijd volgden meer dan driehonderd optredens, twee tapes, drie 7″-platen en twee – uiterst succesvolle – albums. Over de hallucinante trip bracht de band een straf fotoboek uit. Met bassist Peter Mulders overlopen we tientallen ijkpunten.

Van een nominatie bij de Britse Heavy Music Awards in de categorie beste liveact, waarbij ze tussen Slipknot, Rammstein en Parkway Drive stonden, tot een aangekondigd voorprogramma van de Foo Fighters in Nîmes: ook het jaar 2020 zag er geweldig uit voor Brutus. Helaas is ook dat, zoals de rest van de (muziek)wereld, abrupt tot stilstand gekomen door dat dekselse coronavirus. Ook de shows voor de komende maanden in de UK en VS, waaronder een aantal grote festivals, zijn geannuleerd. “We kunnen nog leven met het feit dat de shows niet doorgaan, dat geldt voor alle bands, maar we willen ook muziek blijven maken. Dat gaat bij mij niet altijd even vlot, moet ik toegeven. Ik maak niet graag muziek door voortdurend aan mijn computer dingen in te spelen. Ik wil opnieuw met Stijn en Stefanie in ons repetitiekot staan.”

Gelukkig was er op paaszondag ook goed nieuws: Brutus kwam met “All Along” de top 10 van De Zwaarste Lijst binnen, van plaats 18 naar plaats 8. Tussen klassiekers van Metallica, Tool, Iron Maiden, System Of A Down, Rage Against The Machine en Motörhead, én in goed Belgisch gezelschap van Channel Zero, Amenra en Steak Number Eight. De dag nadien krijgen we Mulders aan de lijn. “Onze top 10 plaats was echt heel zot. Ook fantastisch dat veel mensen zeer Belgisch gestemd hebben. Dat allemaal gaf een warm gevoel, ik meen het. We speelden de voorbije maanden niet zo veel in België, mijn vrees was dat mensen ons zouden vergeten zijn. Maar als je al die waardering ziet, dan is dat toch fantastisch. Mijn eerste cassette was van Rage Against The Machine, ben ook een fan van Motörhead en Tool is gewoon een zotte band. Eigenlijk waren alle bands in de top 10 fantastisch.”

De reden voor het interview is het indrukwekkende fotoboek met foto’s van Geert Braekers, Eva Vlonk, Anton Coene en Ischa Swinnen waarmee de (vroege) shows van de band opnieuw tot leven komen. Zo was 2014 meteen een schot in de roos voor de toen piepjonge band. “We hadden dat jaar al optredens gedaan in Aarschot, Hasselt en Turnhout, maar onze eerste echte geboekte show was Jakhals. Het was een concertavond georganiseerd in Desselgem door Joppe Behaeghe, eigenlijk de eerste die in ons geloofde. Hij had “Bearclaws”, het allereerste nummer dat we online hadden gegooid, in het najaar van 2013 gehoord en meteen gevraagd of we wouden spelen op zijn show. Daardoor hebben we die winter nog drie nummers moeten schrijven.” (lacht)

In de zomer van 2014 volgen meteen meer dan geslaagde optredens op de zomerfestivals Rock Herk, Boomtown en Dour, maar Mulders wil ook de intiemere optredens aanhalen: in café Krawietelke in Gent en een huisshow in Leuven in het najaar. “Iedereen was er voor ons, dat maakte de vibe zo speciaal. In het Krawietelke in Gent waren ook heel wat Gentse muzikanten voor ons speciaal afgezakt. En op Boomtown in Gent ontmoetten we voor het eerst onze eerste internationale fan, een Engelsman.”

Te zwaar geladen Mazda

Nog een anekdote die Mulders zeker wil vertellen, is de ontmoeting met Mike Keirsbilck van Consouling Sounds/Agency, dat de drie 7-inchplaten van de band uitbracht. “Ik weet niet meer hoe we elkaar leerden kennen, maar hij is met zijn vrouw Nele helemaal naar Leuven gereden om naar ons te luisteren. Ze gingen op een stoel zitten en wij speelden voor hem zes nummers. Mike was de eerste labelvertegenwoordiger die interesse had in Brutus. We hebben zelfs een soort van akoestische show gespeeld in zijn winkel.” Mulders: “We speelden in die periode elk weekend shows, de optredens bleven maar komen. We reden rond met mijn te zwaar geladen Mazda, waardoor ik de vering drie keer moest vervangen. In 2014 is eigenlijk alles onwaarschijnlijk snel gegaan voor Brutus. Hoe dat komt? Geen idee, hopelijk ga ik het nooit te weten komen. Het zou de magie van die tijden wegnemen.”

2015 bracht nog meer shows voor Brutus, maar een van de momenten die Mulders het meest is bijgebleven in het voorjaar is, is Tattoo Store Day. “We brachten rond die periode onze tweede 7”, Horde II/Dancing On The Face of a Panther, uit, maar we vonden geen plaats om die in het kader van Record Store Day te releasen met een optreden. We hadden op dat moment ook nog geen boeker. Dus we vroegen een bevriende tattoo-artiest in Leuven of we in zijn winkel geen tattoo store dag konden organiseren.  Je kon die dag een door ons getekende tatoeage laten zetten én de plaat kopen voor een prijsje. Er stonden mensen bij de opening aan de deur en Karan heeft die dag uiteindelijk elf mensen getatoeëerd. Achteraf hoorde ik dat ons concept van die dag als voorbeeld gebruikt is in de les bandpromotie aan de PXL in Hasselt. Daar waren wij helemaal niet mee bezig, het was gewoon een zot idee van het moment.

Huilende vrienden

Datzelfde jaar volgden met Groezrock én Pukkelpop grote festivals die de bandleden na aan het hart liggen. “Ik ging naar Groezrock sinds ik 15 jaar was, en dan mag je daar plots spelen. Ook de show op Pukkelpop was een emotioneel moment: we zagen tranen bij een paar vrienden en vriendinnen. Diezelfde dag moesten we trouwens nog naar de andere kant van Vlaanderen, Lendelede in West-Vlaanderen, om er een show te spelen. Dat was op zich niet erg, maar wij waren zo moe van de ontlading na het optreden in Kiewit. Of zo’n kleinere show hetzelfde is als een grote festivalshow? Voor ons zijn alle optredens hetzelfde qua vibe tussen ons drie. We hebben eigenlijk vooral stress voor eigen headlineshows, zoals een uitverkochte AB en Vooruit vorig jaar. In 2015 hadden we nog niet zo veel te bewijzen. We moesten niet aan hoge verwachtingen voldoen, gevraagd worden voor een zomerfestival was op zich al een overwinning.”

“2016 was wat liveshows betreft een dood jaar. We hebben dat jaar maar tien shows gespeeld. We hadden het zeer moeilijk om ons in te houden, maar achteraf gezien was dat de juiste keuze.” In het voorjaar wordt namelijk debuutplaat Burst opgenomen in het Canadese Vancouver.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“In juni hebben we in The Black Heart, een muziekclub in Londen, voor de eerste keer de mensen van het label Hassle ontmoet. De ontmoeting gebeurde mede dankzij onze toenmalige manager. Voordien hadden we getwijfeld om de plaat zelf uit te brengen of toch te mikken op het buitenland. We zijn uiteindelijk voor de tweede optie gegaan. Maar Londen is niet alleen de belangrijkste, maar ook de moeilijkste muziekstad van Europa. Het klikte meteen met de mensen van Hassle op persoonlijk vlak. Die begonnen niet meteen te praten over voorschotten of euro’s. Onze gesprekken gingen over muziek, helemaal anders dan labels. Zo zei ‘Mease’, een van de medewerkers van het label, dat hij in Brutus dezelfde energie en kracht van punkrock vroeger hoorde. Hij bleek vroeger naar dezelfde muziek als ik te luisteren. Hij heeft superhard voor ons gewerkt. Door Hassle zijn we later bij Sargent House geraakt. Dat is het favoriete label van Stefanie sinds ze 16 jaar is. Het is als een voetballer die bij zijn favoriete club mag gaan spelen. Tekenen bij Hassle heeft sowieso een kettingreactie in gang gezet.”

Tourlessen

En zo komen we terecht in 2017. In februari dat jaar verscheen Burst, en in maart en april volgt een eerste headlinetour in Europa en Engeland. “Het is heel moeilijk om er één show uit te pikken. Je huurt een busje en je kan je plaat in heel Europa spelen; gewoon dat feit alleen al is zot. De tour voelde eigenlijk aan als één langgerekte trip. We hebben er ook enkele tourlessen uit geleerd: op tijd aankomen, gezond eten en genoeg slapen, én een goeie show spelen uiteraard”, aldus Mulders. “Omdat we dat jaar veel in het buitenland gespeeld hadden, deed de passage op de Lokerse Feesten in de zomer zo veel deugd. “Het was een van de eerste keren dat de Red Bull Music Room er stond. Programmator  Lander had stress omdat hij niet zeker wist of het concept zou werken, maar het kot zat helemaal vol. Het beeld van Joris, de drummer van Stake, crowdsurfend op een opblaasbare orka is me bijgebleven.”

“2018 kan ik zo samenvatten: de shows bleven maar komen. We kregen veel aanbiedingen voor tours, en dan nog eens met onze favoriete bands. Eerst met Russian Circles in mei, de maand daarop met Thrice en later ook nog met Chelsea Wolfe. Russian Circles is de favoriete band van Stefanie, Thrice is een van mijn all-time favorieten. Het was een droom die uitkwam. Maar hier hetzelfde als bij onze eerste headlinetour: het is moeilijk om één show eruit te pikken. Vooral Russian Circles heeft ons geleerd hoe je als supportact moet touren. Je mag niet zagen, je moet tevreden met wat je krijgt, op tijd alles opruimen én niet dronken rondlopen of arrogant zijn. Als je met een band als Russian Circles tourt, leer je dat gewoon meteen. Mike, Dave en Brian zijn zelf zeer down to earth en vriendelijk. Zo willen we ook zijn, dachten we meteen. We zijn ook al bands tegengekomen die net omgekeerde zijn; ze denken dat ze de wereld aan het veroveren zijn, lopen in de weg en ruimen hun materiaal niet meteen op.”

Krawietelke in het groot

“Omdat we dat jaar opnieuw zo veel op de baan waren, was de show in juni in Bar Bricolage een zeer speciale. Die show voelde net aan als thuiskomen. Het was eigenlijk zoals het Krawietelke in 2014, maar dan in het groot: iedereen die we kenden, was afgekomen. De show zelf was een bom en voelde nog eens aan als vroeger.  Zodra je publiek 15 euro betaalt voor een ticket, mag het niet meer zo vrijblijvend zijn. Mensen moeten het gevoel hebben dat de show zijn geld waard is: de setlist, lichtshow en geluid moeten goed zitten. Alles moet juist zitten, dat groeiproces moet een band goed aanvoelen.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eind maart 2019 verscheen Nest via Hassl Records in Europa en internationaal via Sargent House. De tweede plaat van Brutus krijgt overal ter wereld lovende recensies. Wat logischerwijs volgt, is een jaar vol touren en uitverkochte shows in eigen land. We spoelen meteen door naar juni van dat jaar, en meer bepaald naar het Franse metalfestival Hellfest waar Brutus op de laatste dag het podium genaamd Warzone mag openen. Mulders spreekt nog altijd enthousiast over. “We kwamen na tien uur rijden toe op zaterdagavond, op de camping voor artiesten stonden amper drie tenten maar wel twintig nightliners. Er was zelfs geen stromend water. Wat we vooral vreesden, was dat niemand zou afkomen naar onze show. Die zondagmiddag stond het plein voor het podium echter bomvol. We speelden een set van 30 minuten, onder een loden zon en veertig graden, en hebben nog nooit zo veel applaus gekregen. We waren daar een dag niet goed van. Het was dus een memorabele show op alle vlakken. Toen we nadien in Spanje en Frankrijk speelden, kwamen er mensen op ons af om te zeggen dat ze erbij waren, dat is ongelooflijk.”

Zelfde boeker als Queens Of The Stone Age en Jack White

Het najaar van 2019 is minstens even zot voor Brutus: de eerste Noord-Amerikaanse tour is een feit en nadien volgt nog een tour met de Zweedse postmetalgrootheid Cult of Luna. “In de VS hebben we negen vluchten moeten nemen op 25 dagen en moesten we telkens elf stuks bagage en gear met vier man verplaatsen. Dat was een sleurtour, maar buiten de verplaatsingen was het een fantastische ervaring. In Chicago verkochten we 250 tickets, de optredens in New York en Los Angeles waren uitverkocht. Naar die laatste show is onze Amerikaanse boeker, dezelfde als Queens Of The Stone Age en Jack White, komen kijken. Nadien stonden we op de affiche van Boston Calling en Sonic Temple, dat zijn de Rock Werchters van de VS, maar ook die festivals zijn afgelast.”

Nog een memorabele show in Noord-Amerika is die op het Corona Capital Festival in Mexico City. “Er stond voor ons een rij mensen voor handtekeningen op platen en shirts. Toen de deuren van het festival open gingen, een halfuur voor onze show, kwamen honderden mensen aangelopen om op de eerste rij te staan. We dachten dat ze er voor de headliner waren, maar ze hadden bordjes met Brutus mee.”

“Met Cult of Luna hadden we ook een goeie klik. De mensen zeiden eerst dat Scandinaviërs nogal gesloten zijn, maar we hebben tot ‘s nachts verhalen uitgewisseld en gelachen met de band. Je kan zelfs van een bromance spreken.” Nog een laatste anekdote: “De tour met Cult of Luna eindigde in december en in die maand kan je op Spotify zien welke artiesten je het afgelopen jaar het meest beluisterd hebt. Onze plaat Nest stond in de top drie van Johannes, de zanger. Het was dus een van zijn meest gespeelde platen dat jaar. Fantastisch, niet?”

Het boek aanschaffen kan via Evil Greed of Consouling Store.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien + drie =