Peter Van Den Ende :: Zwerveling

Meer dan een eeuw geleden behoorden tekenlessen nog tot het vaste curriculum van onder meer wetenschappers. Niet alleen diende een bioloog in staat te zijn te observeren en op details te letten maar was enig tekentalent ook aangewezen. In de tijd voor fotografie waren behoudens specimens (die niet altijd goed bewaard bleven), en beschrijvingen immers vooral tekeningen de manier waarop fauna en flora kon beschreven worden. Het talent bij uitstek was de Duitse bioloog Ernst Haeckel, die iet alleen een bevlogen wetenschapper was maar ook een getalenteerde tekenaar wiens tekeningen ook nu nog tot de verbeelding spreken.

Lange tijd zag het er naar uit dat Peter Van Den Ende wel eens in Haeckels voetstappen zou treden, na het kunstsecundair onderwijs startte hij immers met een opleiding biologie aan de UA, waar hij samen met zijn medestudenten overigens ook zou opduiken in de vijfdelige Canvas-reeks Wild Card: Tanzania (met Ramsey Nasr). Finaal liet hij echter zijn studies voor wat ze waren en besloot hij natuurgids te worden op de Kaaimaneilanden. Mogelijk mee beïnvloed door wat hij daar zag, nam hij een paar jaar geleden opnieuw zijn potlood ter hand en startte hij met wat zou uitmonden in de woordeloze strip Zwerveling. Het verhaal laat zich eenvoudig genoeg vertellen: op het schip Exploratia bouwen twee figuren een grote papieren boot die ze op volle oceaan te water laten waarna een strip lang de reis van het bootje gevolgd wordt.

Voor Van Den Ende is Zwerveling een gedroomd excuus om een (onder)waterwereld te schetsen die evenveel leentjebuur speelt bij Jules Verne als bij de natuur zelf, en de manier waarop hij dat doet, is adembenemend. Ogen de eerste pagina`s nog sober met als enige opvallende beelden een gehoornde figuur die mee het bootje vouwt en het schip zelf, dan weet Van Den Ende enkele lutttele pagina`s later al een weidse oceaan zo te brengen dat het bootje er bijna in verdwijnt. Wat daar op volgt, is niet minder dan een ode aan de fantasie en tekenkunst waarbij Van De Endes achtergrond als bioloog duidelijk opduikt in de manier waarop hij zijn fabelwezens portretteert. Maar niet alleen de natuur zelf mag een rol spelen, ook de oude ilustraties bij Jules Vernes` verhalen en het soort fantasie waar onder meer Moebius een patent op had, eisen hun plaats op.

Dankbaar gebruik makend van de fascinerende verscheidenheid die in de natuur zelf aanwezig is, stuwt Van Den Ende zijn woordeloze verhaal verder een wonderbaarlijke wereld in waarbij de tekeningen de ene keer adembenemend zijn in hun detaillering en drukte en dan weer net schitteren in een minimalisme van beeld en figuren. Indrukwekkend daarbij is hoe Van Den Ende met niet meer dan zwart- en witpentekeningen (en de schakeringen daartussen) aan zijn figuren en hun omgeving een diversiteit en uniciteit weet te geven die hen tot leven brengt. De biologische blik en basis is hierbij uiteraard onontbeerlijk maar door vaak voor aparte combinaties of kleine afwijkingen te kiezen, blijft het geheel iets verwonderlijks hebben dat even vertrouwd als o zo vreemd aanvoelt. Dat de getoonde natuur daarbij net zozeer kan fascineren en betoveren als enige dreiging oproepen, is meer dan een stijlkenmerk.

Want hoewel de tekeningen op zich primeren, is Zwerveling meer dan zomaar een prentenboek. Doorheen de pagina`s bouwt Van Den Ender immers een klein verhaal op waarbij de lezer gaandeweg steeds meer betrokken raakt bij de tocht van het bootje en nieuwsgierig wordt naar het verdere verloop ervan. En ook al blijft het verhaal finaal ondergeschikt, toch weet de auteur er net voldoende spanning en dreiging in te leggen om te boeien en geregeld zelfs even terug te bladeren om bepaalde verhaaldetails terug op te sporen. Dat het bootje daarbij net zozeer de rol van hoofdpersonage opneemt en als toevallig passant kan zijn in een gebeurtenis die zich buiten het zijne afspeelt, verleent Zwerveling een extra dimensie. Dit wordt nog versterkt doordat in het hele boek verwijzingen te vinden zijn naar deze zijverhalen. Van Den Ende weet dan ook net voldoende van die verhaallijnen te tonen opdat er enige nieuwsgierigheid is zonder dat het mysterie opgeheven wordt of het hoofdverhaal ontspoort.

De manier waarop de ene keer subtiel op de achtergrond en andere malen maar al te duidelijk bepaalde personages een nieuwe opwachtig maken, is maar een van de elementen die meerdere leesbeurten van Zwerveling rechtvaardigen. De manier waarop Van Den Ende hier zijn verbeeldingskracht toont, versterkt het geheel en draagt bij tot de fantasiewereld die hij oproept en net zozeer geworteld is in de natuurlijke wereld als in de fascinatie met wetenschap en natuur die terug te vinden was in de oude romans van Jules Verne. De details, in beeld en verhaal alsook in de hele opzet onderstrepen dat Zwerveling meer is dan zomaar een knap staaltje van vakbeheersing en tonen dan ook een auteur aan het werk die met zich met dit debuut meteen als een in te gaten artiest profileert.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − zes =