Millionaire :: ”Dit is mijn laatste interview”

Eentje is geentje. Na het onverwachte derde album – “Don’t call it a comeback!” – van Millionaire, stoomt Tim Vanhamel vol goesting door. Op APPLZ ≠APPLZ trekt hij de lijn van Sciencing door, en dat levert zowaar een protestplaat op. Alhoewel. “Alle contradicties zijn welkom.”

enola: “Cornucopia” onstond twee jaar terug al, toen je nog op tour was met Millionaire. Je bent na Sciencing gewoon blijven schrijven?

Tim Vanhamel: “Het gaat soms in golven, maar eigenlijk schrijf ik nooit niet. Toen ik “Cornucopia” maakte dacht ik daarom nog niet aan Millionaire. Ik was wat aan het klooien met elektronica – Moogs en zo – maar plots ontdekte ik dat het misschien toch het begin van een volgende plaat was. Muzikaal was het de logische volgende stap, en dus ben ik dat pad maar verder ingeslagen. Ik greep het moment, en ben meteen beginnen opnemen.”

enola: Betrek je dan je band?

Vanhamel: “Neen. Ik wil op zo’n moment zo snel en effectief mogelijk mijn ideeën op tape krijgen, en ik heb ook een te afgelijnde visie van wat het moet zijn om anderen echt aan boord te laten. Eens wat bas of drum komen spelen, dat gaat, maar verder wil ik dat het mijn ding is. En dat is geen kwestie van controle, maar van spelvreugde. ‘t Is mijn zandbak, waar ik iets leuks in wil maken voor mezelf. Vroeger heb ik er willens nillens andere mensen bij betrokken, maar dat voelde nooit goed. Op een bepaald moment heb ik de conclusie getrokken dat ik dat niet wilde, en dat ik mijn goesting wilde doen.”

“Het hoeft ook niet voor die andere muzikanten. Ze hebben kinderen, andere jobs,… terwijl dit mijn leven is. Ik werk voortdurend mijn ass off aan Millionaire: elke drumslag, elke riff, tot elk beeld op een T-shirt, elk woord, elke financiële regeling,… hou ik in de gaten.
Weinig mensen zien hoeveel werk ik daar verzet, maar ik doe het graag, ik hou ervan zicht op al die facetten te hebben, en dan neem je de minder leuke kanten bij.”

enola: Je zegt dat je een vastomlijnd idee hebt van wat Milionaire is. Kun je dat onder woorden vatten?

Vanhamel: “Alles wat ik wil dat het is. Enfin, alles wat er uit komt zoals ik voel dat het goed is. Ja dat is vaag.” (lacht)

enola: “It’s Millionaire if I say it is.”

Vanhamel: “Natuurlijk! Ik kan daar een aantal parameters van benoemen, maar eigenlijk is het ongeveer dat. Toen ik drie jaar geleden “I’m Not Who You Think You Are” uitbracht, reageerde iemand ergens dat het helemaal niet als Millionaire klonk. Dat vond ik wel grappig, dat die mens beter wist dan ikzelf hoe ik moest klinken? Het was absurd en grappig tegelijk. Onlangs liep er op Studio Brussel ook een bericht binnen van iemand die vond dat “Strange Days” als Balthazar klonk. Dat zegt vooral veel over die mens zijn beperkt referentiekader natuurlijk.”

enola: Vorige keer zei je: “groove is belangrijk”.

Vanhamel: “Dat is zo’n parameter. En het klopt dat ze op APLLZ ≠ APLLZ nog belangrijker is geworden, doordat we met de vorige plaat hebben opgetreden. Zeker bij de tweede helft songs, die veel sneller is geschreven, primeerde het idee dat ik iets wilde dat leuk was om live te brengen. Dat zal wel hebben meegespeeld. Uiteindelijk blijft optreden het belangrijkste, niet om daar vooraan in het centrum van de aandacht te staan, maar omdat het de grootst mogelijke expressie biedt. En daar gaat het me al van toen ik kind was om.”

enola: Ga je die tweede reeks songs dan gerichter schrijven, eenmaal je weet dat je toch aan een Millionaireplaat bent begonnen?

Vanhamel: “Zeker. Ik wist op dat moment ook dat ik er een ode aan de protestplaat van wilde maken, dus er vielen nummers af die daar minder in pasten. Ik had ook heel Wu-Tang Clanachtige dingen gemaakt, … maar ik had geen zin om een elektronische hiphopplaat te maken, dus in plaats daarvan zocht ik naar klanken die wel aanleunden bij dat ode-idee. Dan kwam ik uit bij Jimi Hendrix, Led Zeppelin,… seventiesrock die van zichzelf meer aanleunt bij soulvolle psychedelische funk.”

enola: Want je had dus ontdekt dat je een protestplaat aan het schrijven was.

Vanhamel: (corrigeert) “Een ode aan de protestplaat.”

enola: Wat is het verschil?

Vanhamel: “Dat niet in elke zin ik aan het woord ben. Het is niet mijn mening, maar hoogstens die van een deel van mij. Zie het als Ween, dat ook altijd pastiches maakte als eerbetoon, geen persiflages. “Freedom Of ’76” is bijvoorbeeld een prachtig soulnummer, dat lacht niet met het genre, dat is een liefdesverklaring. En dat is niet omdat ik me wil verstoppen, geen standpunt durf innemen. Dit is gewoon hoe ik het bedoeld heb.”

enola: Als je in “Cornucopia” zingt “If we keep on buying processed food
we don’t change our attitude”, dan meen je dat niet?

Vanhamel: “Dat heb ik niet gezegd. Het is een deel van mezelf. Het is net leuk om in zo’n song de vrijheid te benutten eerst vanuit jezelf te vertellen, dan iemand aan te spreken, en vervolgens iets als verteller te beschrijven, en zo misschien van leugen naar waarheid te gaan. Vraag me nu niet om de magie te verbreken door me te dwingen van elke zin te zeggen waar ik aan het woord ben en waar niet. Ik voel niet de nood om als een militant op de hoek van de straat de wereld te staan veranderen. De wereld is best in orde, die zorgt wel voor zichzelf. Al hoorde ik dus wel die Curtis Mayfieldachtige stem (zingt in falset). Zoals je ook Elvis kunt channellen, op zijn The Cramps, zo wilde ik dat nog wat overdrijven. Want dat is plezant.”

“Natuurlijk is dit een intense, uitdagende era. Dat is elk tijdvak, het valt nu enkel wat meer op door de moderne media. Maar ik voel me niet verplicht mezelf daarin uit te leggen. Ik vind het al fijn genoeg als iemand deze plaat oppikt of een stukje uit dit interview leest, en ergens uit één zin een idee oppikt. Dan heb ik genoeg veranderd.”

enola: Wat maakt Vlaamse artiesten toch zo bang om eens onverschrokken, en zonder middenstandersachtig gekronkel, een standpunt in te nemen?

Vanhamel: “Daar gaat het mij niet eens over, dat politieke kantje. Voor mij gaat het er veel meer om dat ik de magie niet van een kunstwerk niet wil verbreken. Als een kind een tekening maakt vraag je toch ook niet ‘Wat betekent je keuze voor rood daar? En waarom die ballon?’ – What the fuck!? Maar om op je vraag te antwoorden waarom ik geen standpunten inneem? Mijn standpunt is dat we allemaal full of shit zitten, en niemand iets weet. Dus neen, ik neem geen standpunt in, want ik heb er geen.”

enola: Dus met “Cornucopia” wil je niets zeggen over doorgeslagen consumentisme?

Vanhamel: “Ik zeg daarin ‘It will be over / But it’s never over’. Daar kun je alle kanten mee uit. Maar nu ben ik weer aan het verklaren, dat is alweer gevaarlijk. Het rijmt ook gewoon; the singing swings, en dan laat ik het staan. Maar ik ben niet tegen standpunten. Een statement mag, daar moeten we niet van weglopen. Het moet zelfs niet correct zijn. (lacht) Alle contradicties zijn welkom hier, en ik wil het recht behouden om mezelf op elk moment tegen te spreken, all the time, every time.”

enola: Ik hoor het, je geeft nog altijd doodgraag interviews.

Vanhamel: “Ik denk zelfs dat dit mijn laatste interview ooit wordt. Een interview, da’s een dans. Er is interesse, je doet promotie, en ik apprecieer dat, dus we dansen. Ik maak iets, jij probeert er iets van te brouwen. Ik respecteer dat, het is ergens zelfs tof. Hoe langer hoe meer verlang ik er echter naar om niet te praten – al zeker niet over mezelf – want het is een opgave om dit te doen, zeker drie-vier uur na elkaar. Ik blijf het vergelijken met magie. Als je het gordijn wegtrekt en er blijkt gewoon een machine met radertjes achter te zitten, is het weg. Dan is het eigenlijk pertinent onsexy. We willen altijd maar begrijpen, maar voor mij zit het grootste plezier in verwonderd kunnen zijn.”

“Het is ook ronduit bizar om te moeten praten over iets dat twee jaar geleden op vijf minuten tijd is gemaakt, dat ik moet doen alsof dat nu nog is wie ik ben. Het voelt alsof ik een verhaal moet verzinnen, en dat moet ik dan blijven vertellen. Soms moet ik dan dingen van twintig jaar geleden opnieuw gaan verklaren, terwijl ik vandaag alweer anders ben dan gisteren. Enfin! ‘t Is een marteling, maar ik doe mijn best! Ik ben wel degelijk ook blij dat ik hier mag zitten.”

enola: Gelukkig maar, want ik vind het net interessant om met muzikanten te praten en te proberen begrijpen van waar hun muziek komt.

Vanhamel: “En ik snap dat. Dat is dan weer die tegenspraak die ik me toe-eigen, ik kijk ook graag naar documentaires over andere artiesten. Onlangs zag ik die docu The World According To Radiohead over hun hele universum, en hun politieke momenten; interessant. Ik ken die behoefte om te weten dus wel, en het is niet dat ik niet wil meewerken. Ik probeer dit zo goed en zo kwaad mogelijk te doen. Misschien komt er een moment dat ik het zal kunnen, maar het lijkt me logischer als dat pas is na een heel artistiek leven, nu nog niet. Ik voel de nood niet om mezelf uit te leggen.”

enola: Maar—om maar eens richting een eindconclusie te sturen – het voelde wel goed om opnieuw Millionaire te zijn?

Vanhamel: “Ja. Ik had ook even geen zin in een zijproject of om rekening te houden met andere besognes. Ik wil gewoon doen wat ik op muzikaal gebied wil, mezelf amuseren, en maken wat ik wil. Dat is genoeg voor mij, en dan is Millionaire mijn naam. Dat is mijn kind, mijn pseudoniem, en dat is nooit weggeweest. Dus: (roept op zijn Urban Dance Squads) don’t call it a comeback. Ik heb er nooit hard over nagedacht, ik voelde enkel op een bepaald moment dat het even op was, en ik heb dan maar beslist om er mee op te houden. En even intuïtief voelde het op een bepaald moment opnieuw juist om die naam weer leven in te blazen. En laat mensen dan vergelijken met vroeger, ik ga er niet op in. Ik doe gewoon wat ik doe, laat het horen, en dan wordt het vanzelf wel duidelijk waar het voor staat. Het is voor mij sowieso allemaal beter, veel juister geworden, dichter bij de waarheid, dan toen.”

enola: Toen was in 2005, toen van jullie als nieuwe Belgische rockhoop heel erg veel werd verwacht. Jullie zouden de wereld veroveren. Ik heb het gevoel dat je dat heel bewust hebt achtergelaten.

Vanhamel: “Dat was een deel van het probleem. Maar zo gaat het als je een prille twintiger bent, dan spelen zoveel andere dynamieken. Maar zo’n status was nooit mijn doel, laat staan dat ik met zo’n vorm van roem had kunnen omgaan. Het probleem was veel meer dat de creativiteit niet meer goed zat. Dat is dodelijk, en dat heb ik nu rechtgetrokken. ”

enola: Je moest er opnieuw je soloproject van maken zoals het in het begin was?

Vanhamel: “Zoals het altijd is geweest, alleen was de perceptie daarvan plots veranderd. Alsof de eerste oermens die op een rotswand tekende plots moest stoppen om ruimte te laten voor de andere kindjes. Ja maar, dat was de bedoeling niet. Ik deed maar iets, als een uitdrukking van vreugde, en plots zat ik in een structuur, waren er allerhande verwachtingen,… ging het over allemaal dingen die er niets mee te maken hadden. Dan stopt het voor mij. Als de vonk weg is, moet je pauze nemen.”

enola: En nu je die vonk terug hebt, durf je zeggen dat je doorgaat? Komt er binnen een paar jaar nog Millionaire aan?

Vanhamel: “Dat ga ik nu ook niet beloven, zo ben ik ook wel weer. Laat het gordijn nu maar weer zakken. Maar ik spreek mezelf wel weer lekker tegen, want in het najaar komen er twee dingen aan, waaronder een plaat op het Cortizona-label van Philippe Cortens. Dat wordt iets heel lo-fi, een soort verloren plaat waar je geen tijdperk op kunt plakken. En dan ga ik ook nog muziek maken voor een toneelstuk. ‘s helemaal nieuw voor me, dus spannend, en dus leuk.”

Millionaire toert de komende maanden langs de Vlaamse clubs. Info: www.millionaireband.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 3 =