Dijf Sanders: “Ik raak graag op kinderlijke wijze verwonderd”

Drie jaar na het fantastische Java (2017) is Dijf Sanders terug met Puja, het resultaat van een nieuwe muzikale ontdekkingsreis, deze keer door Nepal. Verwacht je aan een trance-opwekkend album waarop field recordings van monnikengezangen en percussie vermengd worden met elektronica en techno. Een gesprek met de creatieveling achter een alweer bijzondere plaat.

We worden ontvangen door Sanders in zijn huis in Ledeberg. Thee, koffie en wierook zijn de ideale compagnons voor een gesprek over Puja, zijn nieuwste boreling die in februari verscheen bij Unday Records. Sanders is als solomuzikant al lang geen onbekende meer in het Belgische muzieklandschap. Bovenop de kast in zijn woonkamer prijken de zes soloplaten die hij de afgelopen zestien jaar uitbracht. Stuk voor stuk albums die een eigenzinnige multi-instrumentalist, van jongs af geïnspireerd door field recordings, laten horen.

In de sleapstream van het toonaangevende Pause van Four Tet – die folktronica, ofwel een mengeling van verknipte beats en fragiele akoestische instrumenten, op de kaart zette – kwam Sanders in 2004 met zijn debuut Mating Season, dat nog onder de radar bleef. Met zijn tweede album trok hij voor het eerst de aandacht. “Welke nobele onbekende slaagt erin het beste van Tom Waits, Aphex Twin en stokoude jazz om te boetseren in een okselfris en kakelvers geheel?”, schreven we destijds over To Be A Bob. Daarna kwam het door Beck geïnspireerde Homesick (2008), maar over die “kutplaat” – zegt hij zelf – wil hij liever niet uitweiden.

We willen het eerst vooral hebben over Sanders’ internationale verhaal, dat begon in 2013, toen hij in Israël en Palestina verzeild raakte voor het Canvas-programma Soundtrack. Samen met Eva De Roovere, Johannes Verschaeve en Jason Dousselaere (bandgenoot van Sanders bij The Violent Husbands, nvdr.) maakte hij er een fascinerende muzikale roadtrip.

Moonlit Planetarium (2016) – nog altijd een prachtplaat – was de eerste Dijf-plaat die een wereldse vibe had. “Ik was toen geïnspireerd door onder anderen Eden Ahbez. Er was ook al interesse in exotische instrumenten, zo had ik in die periode bijvoorbeeld een Iraanse santur gekocht en een balafoon uit Ghana op de kop getikt. Die instrumenten begon ik dan te samplen en te combineren met elektronica. Ik combineer akoestische instrumenten graag met synths, liefst uit de jaren tachtig. Ik vind dat de sound mooi overeenkomt met de klankkleur uit die instrumenten”, legt Sanders uit.

Vervolgens mocht Sanders in opdracht van Europalia en KAAP naar het Indonesische eiland Java reizen. Talloze zelf opgenomen field recordings resulteerden in Java, een plaat met negen bruisende nummers die de brug slaan tussen uiteenlopende werelden. “De reden waarom ik reis, is niet omdat ik per se een plaat over Indonesië of Nepal wil maken, de muziekcultuur is een inspiratiebron. Ik heb meer nodig dan klassieke instrumenten als gitaar en synths om geïnspireerd te blijven, ik heb nood aan nieuwe klanken en geluiden.”

enola: De sfeer op Puja is bijzonder bezwerend. De plaat voelt aan als één langgerekte trip, nog meer dan voorganger Java. Kan je je daarin vinden?

Sanders: “Ik denk dat Puja veel meer een ceremoniële plaat geworden is. Het sacrale timbre van de muziek die ik in Nepal ontdekte, heeft een bezwerender, soms donkere toon. Meestal vertoefde ik er ook in monnikensferen. De muziek die ze maken, is vaak een heel heftige clash van dissonante, koperen klankbronnen.”

enola: Hoe ben je op het idee gekomen om naar Nepal te reizen?

Sanders: “Eigenlijk wilde ik oorspronkelijk naar China gaan, maar dat land bleek te groot en ondoordringbaar om in een korte periode te kunnen vatten. Iemand stelde mij vervolgens voor om Nepal aan te doen omdat daar ook veel Chinese invloeden te vinden zijn. Daarnaast zijn er ook sporen van Tibetaanse en Indische cultuur. Nepal is een echte smeltkroes. Op de een of andere manier voel ik mij ook aangetrokken tot Azië, ik denk dat dat komt door de reden waarom ze muziek maken. Westerse muziek vertrekt vaak vanuit het ego, daar staat muziek vooral voor verering. Muziek heeft een hoger doel, dat is een totaal ander perspectief dan het westerse. Er is ook niemand die er zegt: ‘Je kan niet goed dit of dat instrument spelen’.”

enola: Doe jij op voorhand veel research naar de lokale muziekcultuur of laat je je ter plekke leiden?

Sanders: “Het voornaamste onderzoek dat ik op voorhand doe, is naar een gids die mij kan helpen. Ik doe nooit diepgaand onderzoek naar de muziekstijlen, ik word nog altijd graag kinderlijk verwonderd. Ik wil graag enthousiast worden op het moment zelf. Voor mijn reis naar Nepal kende ik dus weinig van Nepalese folkmuziek. Nog een reden waarom ik er heen reis, is dat ik iets wil te weten komen. over de muziek. Bovendien zit ik niet graag lang rond te neuzen op YouTube of Google.”

enola: Naast een priester zijn er op Puja ook geluiden uit een vluchtelingendorp te horen. Hoe kom je bij die personen terecht en hoe reageerden ze wanneer je aankomt met opnamemateriaal?

Sanders: “Via een bekwame gids kan het heel snel gaan, maar zonder kan je niet in de Nepalese scene
terechtkomen. Wat mij ook opviel, is dat muziek er veel deuren opent. Veel mensen wilden mij
daardoor helpen. Zeker omdat muziek daar een sacraal karakter heeft. De mensen keken in het begin wel een beetje raar op toen ik er met mijn materiaal toekwam. De ceremoniën zijn vrij te betreden voor het publiek, maar uiteraard moest ik niet in het midden van het volk gaan staan met m’n micro. Ik hield me meestal op aan de zijkant, ik was er als een vlieg op de muur.”

enola: De opnames in Nepal werden met Simon Segers (drummer), Mattias De Craene (saxofoon) en Nicolas Mortelmans (sitar) herwerkt tot de plaat. Hoe ga je precies te werk eens je terug bent in België?

Sanders: “Ik ga zeer snel eerst door mijn opnames, als ik iets hoor en het spreekt mij aan, dan begin ik er aan te werken. Een opname kan een basis, grondlaag of eindnoot zijn voor een bepaald nummer. Kortom, het kan in van alles uitmonden.”

enola: Naar wie of wat verwijzen de album- en songtitels?

Sanders: Puja betekent een ceremonie waarin een god of meerdere goden vereerd worden op je eigen manier. Ieder nummer op de plaat verwijst naar een hindoeïstische god die past bij het karakter van de muziek. Dat is het interessante aan het hindoeïsme: er zijn veel verschillende goden, afhankelijk van wie je nodig hebt op het moment. (neemt er zijn notitieboekje bij en zoekt naar onze favoriete nummers) “Parvati” verwijst naar vruchtbaarheid, liefde en schoonheid. “Kali” is de god van vernieling en verwoesting, een redelijke heftige dus. Het is dan ook een heftig nummer, ja.”

enola: Kan je iets meer vertellen over de prachtige albumhoes?

Sanders: “Ik heb een voorliefde voor ‘outsider art’: mensen die kunst maken zonder te beweren met kunst bezig zijn. Het zijn meestal mensen die in de marge opereren en kunst maken omdat ze dat moeten doen. Na de reis naar Nepal begon ik te zoeken naar Nepalese outsider art, maar het was zeer moeilijk om iets te vinden op het internet. Het neigde allemaal naar mandala, het was een beetje eentonig. Tot ik op een artiest uit Kathmandu botste die figuratieve kunst en popart combineerde. Dat sprak me meteen aan.”

enola: Heb je al een idee wat je volgende muzikale avontuur zal zijn?

Sanders: “Ja, maar de kans bestaat altijd dat ik mijn plan niet zal kunnen uitvoeren. Bovendien hangt een reis van het prijskaartje en de gids af. Ik wil ook graag alles in een paar weken ontdekken, ik wil een korte injectie van informatie. Maar om op je vraag te antwoorden: ik zou graag Japan, Thailand of Gabon ontdekken. In Gabon zou ik graag op zoek gaan naar medicinale muziek. Maar ook Vietnam intrigeert mij.”

enola: Kan je in België nog genieten van westerse popmuziek en optredens?

Sanders: “Ik ben nog altijd zot van allerhande elektronica en pop. Het nieuwe werk van Four Tet kan me niet meer bekoren, maar Tame Impala vind ik bijvoorbeeld wel nog altijd fantastisch. Ook de nieuwe platen van Eefje de Visser en Fulco zijn fenomenaal. Eigenlijk hebben we in België nog massa’s goeie eigenzinnige muziek.”

Dijf Sanders speelt op 17 maart in STUK in Leuven, 28 maart op Jazz Cats in Kortrijk, 2 april in De Roma in Antwerpen, 22 april in de Handelsbeurs in Gent en 8 mei in Atelier 210 in Brussel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 − drie =