School Is Cool :: ”Waar is mijn woordvoerder?”

Vier platen en drie kinderen ver staan ze, en dus is School Is Cool al lang niet meer het enthousiaste zootje ongeregeld dat tien jaar geleden de Rock Rally op stelten zette. Dat hoor je ook aan Things That Don’t Go Right, een album dat classic rock ademt maar nooit toegeeft op die ene special flavour: speelplezier.

Pragmatiek boven alles. Nu School Is Cool voor de release van Things That Don’t Go Right de touwtjes strak in eigen beheer heeft genomen, spreken we bij Johannes Genard thuis af. Terwijl we de omgeving in ons opnemen trekt één volume in de boekenkast ons oog: Oor’s Pop Encyclopedie, editie 1986. Hebben we meteen een binnenkomer.

enola: 1986 is geen onbelangrijk jaar voor de klank van Things That Don’t Go Right, lijkt me.

Johannes Genard (zang/gitaar): “Van welk jaar is Hounds Of Love van Kate Bush? 1985 toch? Maar het klopt: hairmetalsolo’s is de nieuwe grens die we hebben bereikt. Dat wilde ik altijd eens doen. De volgende rode lijn is de doedelzak.”

Hanne Torfs (toetsen/zang): “Neen! Neen! Neen!”

Genard: (gaat onverstoorbaar verder) “En toch is dit gewoon een voortzetting van wat we met Good News zijn begonnen. Ik heb al wel vaker gemerkt dat een nieuwe plaat minstens vijf nummers voortbouwt op de vorige. De classic rock van “I’m Not Fine” of “Run Run Run Run Run Run” van toen had bijvoorbeeld ook op deze plaat niet misstaan, maar dit is de sequel: bigger and better, bombastischer. En ook de volgende zal de lijn van Things That Don’t Go Right doortrekken.”

“Maar ja dus: classic rock, misschien zelfs nog wat meer seventies dan eighties wat mij betreft. Dat is nu eenmaal waar wij de laatste jaren muzikaal toe aangetrokken werden. Het amuseert me ook om de grenzen van mijn smaak te gaan opzoeken, en dan wordt het geen bewuste keuze om de eighties te gaan opzoeken, maar het is wat er uit komt.”

enola: En toch kan ik me niet voorstellen dat “Don’t Stop Believing” van Journey in de studio een referentie was. Of toch?

Genard: “Neen. (aarzelt) Misschien moet ik dit niet vertellen, maar de intro van “Nothing Good” is wel geïnspireerd door “Your Love” van The Outfield. (grijnst) Maar eerlijk gezegd was dat geen geval van referenties. Dat soort muziek zit al in mijn spelen, ik hoef niet te zeggen dat ik wil dat het als dat of dat klinkt. Dat doet het zo wel. Je kunt zeggen dat die grote synths iets van Simple Minds hebben, maar ik dacht daarbij eerder aan The Horrors. En eigenlijk is dat synthgeluid voor mij gewoon de klank van Hanne. Want natuurlijk zet het groepsgeluid zich ook naar de groepsleden.”

enola: En dus is School Is Cool opnieuw veranderd nu Michaël Lamiroy van Tin Fingers als tweede gitarist aan boord kwam?

Genard: “Zeker, want ik merk ook dat ik er beter en beter in word om dingen te schrijven voor de muzikanten die het zullen spelen. Bij Mickey is het duidelijk dat hij – bij ons toch – heel compacte zweverige lijnen op de muziek speelt. En als dat niet past, dan kan hij altijd wel iets anders doen, want hij speelt ook viool, toetsen, kan geweldig zingen, … En alles wat hij doet, heeft iets dat helemaal ‘Mickey’ is. En dat heeft zelfs zijn weg gevonden naar hoe ik speel. Hij heeft mijn gitaarspel veranderd.”

enola: Ik kreeg bij dit album dan ook het gevoel dat dit een ander School Is Cool is dan de groep van de laatste drie platen.

Genard: “Wat vooral is gebeurd: ik heb geleerd mijn songs adem te geven. Er mogen nu pauzes zijn, soms nog voor het nummer echt begint. Zoals in “Close” even de riff komt kijken, vervolgens de drums zich melden en ik dan pas begin te zingen. Dat zou ik vroeger nooit hebben gedaan. Het was waar Reinhart (Vanbergen, producer, mvs) op hamerde: je moet je songs korter dan drie of langer dan vier minuten maken. Het was ook belachelijk hoe al mijn demo’s net drie minuten twintig seconden waren. En ik merk dat ook als we nu radio-edits van de singles maken, dat die ruimte er nog altijd is. Dat is dus zeker iets nieuws, net zoals we wat meer op groove zijn gaan spelen. Al is het natuurlijk nog altijd geen funk. (lacht) Vroeger moest elke drumpartij complex zijn, iets voor zes handen of zo, nu mag het gewoon simpel zijn; zoals het drumloopje van Fleetwood Macs “Dreams”. De perfectie daarvan!”

enola: Halverwege “Halfway Line” betrapte ik mezelf er op dat ik onbewust mijn vuist in de lucht aan het steken was. Gek, want als je het nummer opnieuw opzet, hoor je dat niet aankomen. Dat is ook die ruimte?

Genard: “Da’s dat refrein hé, dat zo opbouwt.”

Torfs: (grinnikt) “Stadionrock. Het was geweldig plezant om dat nummer in te zingen, met al die stemmen over elkaar. Het heeft iets ironisch, het is een beetje grappig.”

Genard: “Die gitaarsolo is bijvoorbeeld ietwat rommelig. En dat was de bedoeling, ze klinkt bijna net als op de demo. Al had ik toen meer takes nodig dan bij de definitieve opname. (grijnst) Je mag dat met een dikke knipoog lezen; het flirt bewust met kitsch. En dat heeft dan niet eens iets te maken met die spandexrock van de jaren tachtig, het is gewoon hoe wij muziek maken – toch op onze laatste twee platen. Het begint met een riff …”

Torfs: “En van daar zoeken we verder. Die synthriffs, dat is sinds Good News zowat ons nieuwe handelsmerk. En ik heb nu eenmaal graag dat alles superwijds klinkt, met veel adem.”

enola: We moeten het in dat kader ook eens hebben over de impact van Adam Granduciel.

Torfs (lacht)

Genard: “Enfin! Dat zegt iedereen. De eerste reactie van mijn broer, die ik steevast als eerste laat luisteren, was ook “Dit is je ‘whoo!’-plaat”. Maar die “whoo!’s” … dat deed ik al op Entropology (neemt gsm er bij, gaat Spotify af en zet “Car, Backseat, Parking Lot” op).”

enola: Dat is toch een andere whoo, Johannes.

Genard: “Shit, maar dat is dus echt … Enfin, ik kan in vijf nummers van ons debuut en nog een paar van nadien zo’n kreet aanwijzen. Maar ik begrijp wat je bedoelt, en ik bezweer je: het komt van Bruce Springsteen. Ik doe het al van voor ik van The War On Drugs had gehoord. Ik heb nog nooit een volledige plaat van hen uitgeluisterd, maar ze zijn natuurlijk een bepalende band geweest voor de muziek van de laatste jaren. Het is niet dat ik er zo’n fan van ben als ik van Arcade Fire was. Win Butler doet die “whoo!’s” overigens ook vaak!”

enola: Genoeg muziek, inhoud. Wie van Good News naar Things That Don’t Go Right gaat heeft er geen goeie jaren op zitten?

Torfs: “Tochtoch. Voluit was het trouwens “Good news for people who love bad news”, dus de ironie was ook daar al aanwezig.”

Genard: “Beide titels liggen in dezelfde lijn. Kijk, ik denk dat ik niet alleen ben als ik zeg dat zowat tachtig procent van mijn sociale interactie zich op sociale media bevindt, en dan word ik voortdurend tussen twee fronten verdrukt. Ten eerste zijn er die mensen wiens leven er zo perfect uit ziet – Vakantie! Eten zonder bijkomen! Geld! MIA’s winnen, godverdomme (lacht) – dat ik, die weer gewoon basketballhoogtepunten aan het bekijken is, me eigenlijk slecht moet voelen over mijn leven. En aan de andere kant heb je alle nieuwsmedia die de nadruk leggen op wat er verkeerd loopt, die Things That Don’t Go Right, en het idee geven dat de wereld bestuurd wordt door idioten die mensen haten. En ik weet goed genoeg dat, op een paar celebrities na, iedereen tussen die twee uitersten wordt geslingerd.”

Torfs: “Het probleem is ook dat wij geen vaste jobs hebben, waardoor we vaak zelf zin moeten geven aan ons bestaan. We schipperen voortdurend tussen ontspanning en werk, en wat nu juist is, is maar de vraag. Zo zit je al snel veel te hard na te denken, en als je daar mee stopt, begint het scrollen door de tijdlijn weer. Het is een zoektocht wat dan wel het goede leven is, wat je een goed mens maakt.”

Genard: Imposter syndrome ook. Ik ben zo vaak niets aan het doen, aan het wachten op inspiratie, dat ik me de vraag kan stellen of ik wel de muzikant ben die ik zeg te zijn. Ik ben niet constant aan het schrijven of aan het optreden, dus maak ik de mensen niets wijs?”

enola: Dan stel ik de vraag die je ouders waarschijnlijk elke maand op je loslaten: maar je kunt er toch van leven?

Genard: “Ja. Ik doe veel naast School Is Cool. Ik ben gastdocent aan het conservatorium, maak muziek voor theater en speel zelf theater met mijn broer, en dan zijn er de auteursrechten voor mijn nummers. Dat houdt me al jaren overeind. Als je dan het artiestenstatuut hebt, is het wel leefbaar.”

enola: Jullie zijn ook niet meer getekend bij Sony en hebben Things That Don’t Go Right van de weeromstuit in eigen beheer uitgebracht. Dat vraagt toch ook zakelijk talent, niet?

Genard: “Dat valt mee. Veel daarvan heeft ons management in handen genomen. En neen, een nieuw label vonden we niet nodig. Als je kijkt wat een platenfirma voor een groep als ons kan doen, dan is dat voor een groot deel de productiekant van de zaak en vervolgens de promotie. Dat laatste kun je net zo goed uitbesteden aan aparte agentschappen. En als dat goed zit, is al veel werk gebeurd. En verder moet het budget vooral van onze optredens komen, en dat zit goed. Met wat we hebben vastliggen voor de zomer kunnen we nu alweer een album opnemen. Dat klinkt trouwens meer blasé dan bedoeld, want zelf krijgen we voor die concerten niet zo gek veel betaald, maar de groep houdt zichzelf zo wel in stand.”

Torfs: “Ik denk niet dat je meer kunt willen dan dat. We doen het best goed, al jaren.

enola: Als je in afsluiter Things That Don’t Go Right zingt “I never really took the time to listen to the sound of the deep-set fears that move us all around”, waar heb je het dan over?

Genard: “Dat hangt samen met dat hele idee van Things That Don’t Go Right, net als het hele Fear Of Missing Out-ding in “Thunder & Lightning”. Er zit een zeker existentieel onbehagen in de plaat, en zeker in die twee nummers. En ik wil hier geen politiek gesprek van maken, maar als je kijkt naar hoe mensen vandaag stemmen, dan zie je hoe wordt ingespeeld op diepe frustraties en hoe angsten worden ingezet voor politiek gewin. Ik moet zeggen dat dat me wel bang maakte voor de wereld waarin mijn kind zou worden geboren.”

Torfs: “Was jij het zelfs niet die me vroeg of het nog verantwoord was om een kind op deze wereld te zetten? Het houdt me in elk geval zelf bezig. Je beslist uiteindelijk over iemand anders leven, en die moet er dan maar iets van maken. En jij zei mij dat je het net daarom moet doen.”

Genard: “Want je kunt tenminste invloed uitoefenen op dat persoontje. Als iedereen die zich zorgen maakt geen kinderen meer kreeg, dan hadden we alleen nog kinderen van mensen die het zich allemaal niet aantrekken. (lacht) We got to outbreed ’em!”

enola: Maar we moeten dus wel luisteren naar de Brexit- en Trumpstemmer?

Genard: (protesteert) “Goh, neen, zo politiek moet je dat niet lezen. Maar als ik daar één ding over moet zeggen, dan wel dat die mensen zeer legitieme angsten hebben, maar dat die wel op een ongelofelijk leugenachtige manier worden gemanipuleerd. En daar zit je weer met die sociale media, een propagandamiddel waar elk dictatoriaal regime van de twintigste eeuw van had gedroomd. Dat vind ik echt apocalyptisch.”

“Een van de werktitels van de plaat was trouwens ‘Trashfire Century’, een uitdrukking die ik ontleend had aan een gedicht van Sandra Simons uit The New Yorker. Het heeft iets ironisch dramatisch omdat het zo extreem klinkt, maar dat vond de rest van de groep toch té negatief. En neen, ik probeer me hier niet van onder al te beladen uitspraken uit te kronkelen. Ik heb zeer veel politieke meningen en engagement, maar ik sta er weigerachtig tegenover om dat ook in mijn muziek te uiten. Ik vind interpersoonlijke relaties sowieso interessanter als onderwerp. En wat betreft het maatschappelijke ben ik overtuigd dat je mensen gemakkelijker overtuigt door op hun menselijkheid in te spelen dan als je hen je idee opdringt.”

enola: Het protestalbum is niet meer van deze tijd?

Genard: (zucht ontmoedigd) “Ik weet het niet. Misschien wel, maar het is niets voor mij. Ik heb al een paar keer politiek geladen teksten geschreven, en elke keer denk ik “Nee”. Het was te uitleggerig, betweterig, … Ik denk niet dat ik de persoon ben die het moet willen uitleggen in een debat op VRT of zo. Liever niet, eigenlijk. Waar is mijn woordvoerder?” (lacht)

enola: En toch snij je met “Masculinity” slinks toch ook het hele #metoo aan.

Genard: “Ik heb het mezelf niet gemakkelijk gemaakt qua titels. (lacht) Ik vond het gewoon een hilarisch woord om te gebruiken, zeker in combinatie met dat cheesy Hall & Oats-ritme en het falsetje. Het is superlicht. Bee Gees, ja. En natuurlijk zit het hem in die laatste zinnen ” And before you go on wondering “How does he keep it up?” I’m afforded all the blundering ’cause of masculinity”. Dat knoeiierige waar mannen mee weg raken! Vrouwen kunnen zich dat niet permitteren, valt me heel hard op, ook in de rock. Mannen mogen slapen met wie ze willen, een vrouw is veel sneller een slet.”

Torfs: “Zoals Taylor Swift in die recente Netflixdocumentaire Miss Americana zegt: vrouwelijke artiesten moeten zich veel vaker heruitvinden of er staat een andere klaar. Mannen kunnen gewoon blijven doen wat ze deden.”

Genard: “Een mooi voorbeeld van dicht bij ons is ook hoe vaak Justine (Bourgeus, voormalig School Is Coollid, red.) de vraag krijgt wie haar producer is. Die is er niet, ze heeft al haar Tsar B-nummers zelf gemaakt. En ik ben niet vrij van die zonde. Ik was geschokt toen ik er achter kwam dat zowel Björk als Kate Bush hun platen volledig zelf producen. Maar om nog even terug te komen op dat blunderen; ik vind het goed dat mannen daar mee weg raken, we moeten niet streven naar perfectie. Maar ik gun het vrouwen net zo goed.”

School Is Cool stelt Things That Don’t Go Right op 16 april voor in de Charlatan in Gent, op 18 april in Trix in Antwerpen en op 24 april in de AB Club in Brusssel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × drie =