Jonas Cambien Trio

8 maart 2020 KAAP, Oostende

Twaalf jaar verblijft pianist Jonas Cambien nu al in Noorwegen, en vaak krijg je ‘m hier niet te zien. En dat is jammer, want in 2018 maakte hij nog behoorlijk wat indruk met dit trio. Voldoende reden om naar zee te trekken over deze one-off, die het publiek opnieuw moeiteloos inpakte.

Zelden krijg je immers muzikanten te zien uit wat we maar de vrijere flank van de jazzwereld zullen noemen, die werken met zo’n open en speelse, maar tegelijkertijd hechte aanpak. Er viel geen bladmuziek te bespeuren, maar Cambiens composities zitten vernuftig in elkaar, zijn regelmatig knoestige excursies die vertrekken bij een simpel ideetje, een motiefje, maar daar vervolgens de meest uiteenlopende dingen mee aanvangen. Wat begint als een introvert geharrewar in de pianobuik groeit zo regelmatig uit tot een manisch-repetitieve stroom die maar blijft transformeren.

Cambien blijft regelmatig ook een minimalist met een maximale vrijpostigheid, die de ene keer uitpakt met een hardnekkig basmotief via een eindeloos wentelende linkerhand, maar net zo vaak de beide handen over het ivoor laat razen en springen, desnoods met bonkige slagen van de vlakke hand of onderarm. Hij is een pianist die intussen een heel eigen taal ontwikkeld heeft binnen de brede zone tussen pastorale dromerij en nerveuze dissonantie, en de ideale metgezellen vond om die naar het podium te brengen.

Er is geen drummer die zo verveeld kan zitten rondstaren als Andreas Wildhagen (zie ook: Large Unit, Nakama, Lana Trio,…), maar de man slaagt er wel telkens opnieuw in om die schijnbare nonchalance te combineren met een brede waaier aan klankkleuren en een vermogen om onverhoeds wat explosieve energie in zo’n set te steken. Zet daar nog eens André Roligheten (Friends & Neighbors, Gard Nilssen’s Acoustic Unity,…) bij, en het potentieel wordt schier oneindig. Die laatste bewees op tenorsax, sopraansax, basklarinet én fluiten  nog maar eens dat hij een van de spelers van zijn generatie is.

Met indrukwekkend gemak baant Roligheten zich een weg door verschillende registers, soms lekker scheurend met die sax, dan weer rondtollend in verheven mantra’s, bokkig beukend in het lage register van de basklarinet of zwierig dobberend. Even herinnerde een passage met fluit die, in combinatie met die roterende baslijn van Cambien, aan de exotische flow van Herbie Manns At The Village Gate. Verderop combineerde Roligheten tenor- en sopraansax in het aanstekelijke “We The People”. Geen flauwe gimmick, maar een ingreep die perfect op z’n plaats was, en net zo goed gevolgd kon worden door een percussief spel van tongue slapping en andere ongewone technieken.

Het zorgde er alleszins voor dat het trio vanuit verschillende fronten indruk maakte. De bestanddelen, op zich grillig en onvoorspelbaar, werden steeds weer ingenieus op en naast elkaar gelegd, waardoor vrije excursies én strak afgelijnde ideeën hand in hand gingen en meer dan eens vuurwerk of heimelijke bedwelming op maat van Noordzeedromerijen opleverden. Afwisselend vrij, verrassend toegankelijk – met melodieën uit A Zoology Of The Future (2016) en We Must Mustn’t We (2018) die uren later nog steeds in je hoofd rondwaarden – en vooral ongemeen origineel. Dit was, nog maar eens, internationale klasse die (veel)  vaker een podium zou moeten krijgen in deze contreien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf + 20 =