(Sandy) Alex G :: House Of Sugar

Stilstaan is achteruitgaan. En dus stuitert Alexander Giannascoli – een naam die ook u tot vijf letters zou herleiden – als een volbloed twintiger in het rond. Op zoek naar houvast, naar een identiteit, naar een toekomst.

Vorige week schreven wij over Julien Baker hoe een van de weinige voordelen van jong debuteren is, dat je een artiest kan zien groeien. Hetzelfde geldt voor Alex G, van wie ergens op het web zelfs beelden te vinden zijn zittend op een schooltrap met een akoestische gitaar, een vroege song spelend. Gelukkig bevindt Alex G zich ook mijlenver van de spotlights, wat hem de tijd en ruimte geeft om op zijn eigen tempo en met een eigen willetje stappen vooruit te zetten. “Growing up in public with your pants down” is dit niet, want daarvoor is Giannascoli lichtjaren te ver van de mainstream verwijderd. Maar in al zijn albums hoor je het leven van een persoon die telkens in een andere levensfase zit. En zo klinkt elke plaat van Alex G een beetje hetzelfde, maar ook altijd een beetje anders.

Iets als “Kute” zal hij nu misschien niet meer zo snel schrijven, maar een mens laat nu eenmaal het moment achter zich dat hij zoiets wil schrijven. En House Of Sugar is nog meer het geluid van iemand die zijn muziek, in se mooie simpele liedjes, graag van wat rare kronkels voorziet, bewust en onbewust. Maar het is ook het geluid van een muzikant die met elke plaat meer voldragen is, met muziek die af is. Al zoekend valt het leven van deze twintiger langzaam in zijn plooi. Op al die platen is Giannascoli altijd heel nabij maar ook weer veraf. Daarin lijkt hij op artiesten als Elliott Smith, Daniel Johnston of Sparklehorse – waar hij sowieso ook een muzikale taal mee deelt. Het zijn artiesten die heel dichtbij te lijken staan en zich rechtstreeks tot jezelf lijken te richten, maar tegelijk ook wel de abstractie opzoeken in muziek en tekst, via geluidseffecten, stemvervorming of vreemde beeldspraak. Daardoor vat je zelden écht wat ze nu willen zeggen, en laten ze veel open. Artiesten zoals Alex G tonen zo dat ook binnen indierock muziek niet rechtlijnig hoeft te zijn.

Het sterke Openingsnummer “Walk Away” bijvoorbeeld is meteen het geluid van een artiest die weet wat hij wil, en hoe hij dat wil. De zanger wil zijn luisteraar wel raken, maar ook niet te makkelijk. Daarvoor hanteert hij te veel loops, samples en geluidseffecten om een doolhof rond zijn eigen emoties op te trekken. Dat doet Alex G dan weer helemaal niet op het kale “Hope”, waar zich de dood van een vriend aandient. Dan heb je andere zaken aan je hoeft: ook dat is opgroeien. Binnenkomen doet het wel. “Southern Sky” is mooie ochtendlijke melancholie. De hese viool en tweede stem doen het nummer in een soort naïeve onschuld baden. Vaker echter geeft House Of Sugar je het gevoel van iemand die zich oncomfortabel voelt bij de wereld. “Gretel” bijvoorbeeld, dat al in zijn cryptische beeldtaal tussen vroeger en nu hangt; tussen het veilige verleden en het onoverzichtelijke heden. “Taking” laat Giannascoli ook zo tegen zichzelf aanschuren. Wie een stoorzender zoekt, zal er altijd eentje vinden. Blij en gerust word je er niet van, maar het levert wel meeslepende songs op. En onder al die geluidseffecten zit nog altijd wel een Song. Beluister maar eens de akoestische liveversie van “Gretel”, die absoluut niet moet onderdoen voor de zwaar gearrangeerde versie die de plaat haalde.

Het is pas als je het gevoel hebt dat G’s nummers meer opsmuk dan songs zijn, dat hij in de problemen komt. In House Of Sugar is dat helaas het geval zo omstreeks het midden van het album, wanneer alles wat stilvalt. “Near”, “Project 2” en “Bad Man” staren net iets te veel naar de eigen navel om te overtuigen. Hier vervalt Alex G te veel in vormexperiment, in richtingloos gepruts. De geluidseffectjes en vocoders dienen hier vooral om een gebrek aan bevlogenheid en sterk materiaal te maskeren. Waar de zanger er op “Taking” in slaagt akoestische lofi de elektronische 21ste eeuw binnen te loodsen, is dat hier veel minder het geval. Het vakmanschap van de – zelfs al op zo’n jonge leeftijd – doorwinterde songwriter trekt het niveau in de eindsprint gelukkig weer omhoog. “In My Arms”, “Cow” en “Crime” zijn mooi in al hun simpelheid. Ze vertolken minder een unieke stem, maar weten wel te ontroeren. In afsluiter “Sugarhouse” – ook al willen wij elke saxofonist in de rock nog steeds de nek omwringen – weerklinkt weer de urgentie in de stem van Giannascoli, ook al is de muziek eerder dromerig. Het torenhoge niveau van de eerste helft van House Of Sugar wordt net niet gehaald, maar het is enkel en alleen Alex G zelf die de lat zo hoog gelegd heeft.

Laat je dan ook niet misleiden: Alex G is in al zijn bescheidenheid, met kleine liedjes en dunne stem, een essentiële muzikant in de huidige alternatieve muziek. Alternatief in de ware zin van het woord: dit is muziek voor twijfelaars, dromers, outcasts, zoekers die nooit vinden. Of de grote doorbraak er ooit inzit, kan je betwijfelen. Of dat nodig is, is een heel ander verhaal. Iets zegt ons dat Alex G ook liever gewoon zijn kleine liedjes blijft zingen, dichtbij maar ongrijpbaar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − 8 =