Herodotus :: Historiën

Geschiedenis mag dan wel de studie van het verleden zijn, dat betekent nog niet dat zij zelf stagneert of louter terugblikt. Moderne geschiedschrijvers herschrijven immers continu de geschiedenis zoals zij overgeleverd wordt aan de hand van nieuwe bronnen,(archeologische) ontdekkingen en een gezonde kritische blik op wat overgeleverd is. Geschiedenisboeken verliezen aldus zelf geregeld hun relevantie, zij het dat nu en dan een werk de tand des tijds lijkt te weerstaan. Daarbij is de wetenschappelijke waarde vaak van minder belang, maar is haar aanpak en visie zo uniek dan wel tijdsbepalend dat het zelf een object van studie wordt. En een heel enkele keer verwordt het zelf tot historische bron.

Het zesdelige The History of the Decline and Fall of the Roman Empire van Edward Gibbon (18e eeuw) is zo een van die werken die heden ten dage nog steeds gelezen worden, zij het vaak in een ingekorte versie van een kloeke 1200 pagina’s. Nochtans dankt het werk niet zozeer haar reputatie aan haar historische accuratesse (op verschillende vlakken is Gibbons visie achterhaald) als wel aan het feit dat Gibbon in zijn titanenwerk niet alleen voornamelijk van primaire bronnen gebruik maakte maar ook een duidelijke visie op de maatschappij waarin hij wat leefde liet doorschemeren, vaak op een ironische manier. Het is vooral vanwege die aanpak dat hij voor sommigen als de eerste `moderne` historicus beschouwd wordt, al zijn er wat die titel betreft voldoende andere historici die de nodige palmares kunnen voorleggen.

Over wie als de `vader van de geschiedenis` beschouwd wordt, heerst alvast geen twijfel. Door Cicero aldus geroemd mag Herodotus van Hallicarnasus die titel om velerlei redenen dragen. Beter bekend als Herotodos of Herotodus schreef hij tussen 450 en 420 voor Christus immers, Ἱστορίης ἀπόδεξις, (Verslag van mijn onderzoek) dat in negen boeken (een onderverdeling uit de 3e eeuw v. C.) onder de titel Historiën (Onderzoekingen) zelf de geschiedenis in zou gaan en Herotodus van blijvende roem verzekeren. Geschreven in het Ionisch (een Oud-Grieks dialect dat ook door Homeru/os en Hippocrates gesproken werd) geldt het als het oudste in zijn geheel overgeleverde historische werk (in het Westen) dat bovendien voor een aantal historische gebeurtenissen de enige overgebleven bron is.

In Historiën verhaalt Herodotus niet alleen de Perzische Oorlogen (5e eeuw v. C.), maar ook de gebeurtenissen die hiertoe geleid hebben en meer bepaald de opkomst van het Perzische rijk. In het eerste boek wordt echter eerst nog ruim de baan gemaakt voor de opkomst en ondergang van het Lydische rijk en haar koning Croesos, die de geschiedenis inging als de man die de orakelspreuk dat een groot rijk zou vergaan, interpreteerde als het teken dat hij de Perzen zou overwinnen maar op het einde zijn eigen rijk ten gronde richtte. Met de val van Croesos komen dan toch de Perzen aan bod, zij het dat Herotodus ook de Meden (Zuid-Iran) introduceert aangezien zij eerst de Perzen overheersten. Tussendoor staat hij naar aanleiding van het orakel ook nog even kort stil bij de Atheners en Spartanen terwijl die pas veel later in het werk een belangrijke rol zullen opeisen.

Wie nog maar louter de indeling erbij neemt, zal het meteen duidelijk worden dat Herotodus ondanks (of vanwege) zijn Griekse achtergrond zich voornamelijk op de Perzen en hun rijk focust. Pas in Boek zeven zal met de dood van Darius en de opvolging door Xerxes echt aandacht besteed worden aan de Perzische oorlogen, terwijl de vorige boeken de opkomst en uitbreiding van het Perzische rijk zelf beschrijven. Al behandelen nu eens hele hoofdstukken dan zelfs een heel boek over een ander gebied. Zo is het feit dat Perzië Egypte zal overheersen voldoende reden voor Herotodus om een heel boek aan Egypte te wijden, inclusief haar geschiedenis en zeden. Daarbij beroept hij zich zoals elders in het boek zowel op overlevering, geschriften en gesprekken die hij voert. Al die informatie verwerkt hij bovendien op een heel eigen manier in Historiën zodat het bos geregeld door de bomen niet langer zichtbaar is.

Die grillige manier van vertellen is typerend voor Herodotus` aanpak, in essentie wil hij weliswaar een periode van ruwweg tachtig jaar beschrijven en verklaren waar de animositeit tussen Oost en West (Perzen en Grieken) zijn oorsprong vindt. Toch doorspekt hij zijn hele werk niet alleen met uitweidingen van historische, etnografische, biologische of geografische aard maar ook met novelles en kortverhalen. Het is tezelfdertijd frustrerend en fascinerend hoe Herodotus er in slaagt ettelijke pagina`s te vullen met schijnbaar weinig ter zake doende verhalen alvorens de draad terug op te pikken alsof er niets aan de hand is. Het maakt van het lezen van het werk als geschiedkundig document geen eenvoudige opgave, maar het maakt ook een belangrijk deel uit van de charme van Historiën. In meer dan een opzicht is Herotodus immers niet alleen een afstandelijke chroniqueur, maar ook een sterk in de tekst aanwezige auteur die soms niet kan nalaten zijn eigen mening weer te geven.

Hoe paradoxaal en breedvoerig het werk bij een eerste lezing ook mag zijn, toch beseft wie er oog voor heeft of het werk aandachtiger bestudeert, dat Herotodus ook bepaalde stijl- en verhaalelementen in zijn werk stopt die het werk mee haar faam gegeven hebben. De val van Croesos is het eerste maar niet het laatste voorbeeld van `hoe groot klein wordt en klein groot` net zoals of nog meer dat menselijke voorspoed niet bestendig is en het lot grillig. In de verschillende uitweidingen en verhalen loopt het zo goed als altijd slecht af met zij die op een bepaald moment op het toppunt van macht en rijkdom stonden en als zijzelf niet ten val komen, dan zal het wel hun nageslacht zijn. Een val die overigens vaak al van bij de start voorspeld wordt.

Het is een van de vele analyses die Michel Buijs in zijn voorwoord bij deze uitstekende vertaling van Wolther Kassiers geeft en duidelijk maakt hoe het werk niet alleen gelezen kan worden maar op een aantal vlakken ook door tijdsgenoten gelezen zal zijn. De grilligheid van het werk in het achterhoofd houdend, krijgt elk boek een korte inleiding mee waarbij het ook binnen het groter geheel geplaatst wordt, daarnaast leidt Buijs sommige hoofdstukken ook extra in, in het bijzonder wanneer Herotodus een van zijn vele uitweidingen houdt of subtiel twee delen met elkaar verbindt. De bijgevoegde voetnoten, verklaringen en kaarten helpen bovendien om het werk in zijn originele vorm te (kunnen) lezen en toch de achterliggende boodschappen te begrijpen.

Wie Herodotus` Historiën als een puur geschiedenisboek wenst te lezen, zal zich al spoedig ergeren aan de opbouw, terzijdes en niet altijd even kritische houding van de auteur. Maar het zou hem evenzeer onrecht aandoen om het werk in de lijn van Homerus louter als een mythologisch verhaal te lezen want daarvoor maakt hij net te veel een onderscheid tussen feit en fictie en zijn bepaalde elementen uit Historiën net historisch te accuraat of althans ontdaan van zijn mythologische sluier. De ondertitel van deze editie ‘Alles wat ik zag, hoorde en onderzocht’ vat misschien nog het beste samen waar het werk voor staat. Historiën is een poging tot geschiedschrijving die zijn doel niet helemaal waar kan maken maar daardoor net meer geworden is. Het is geen werk dat in een rit uitgelezen kan worden, maar wie met behulp van Buijs en Kassiers Herodotus volgt op zijn reis, zal voor aangename verrassingen komen te staan en passant zelf nog enkele historische inzichten verwerven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 3 =