Tutu Puoane & Brussels Jazz Orchestra :: We Have A Dream

Op 4 april zal het vijftig jaar geleden zijn dat Martin Luther King Jr. doodgeschoten werd. Als eerbetoon brengen zangeres Tutu Puoane en het Brussels Jazz Orchestra een programma met burgerrechten als rode draad. Zoals verwacht werd het een vanzelfsprekend verbond, met veel kleur, elegantie, hoop en een beetje verontwaardiging.

Dat James Earl Ray het zwarte boegbeeld met een schot wist neer te leggen in Memphis, zorgde voor een schakelmoment in de burgerrechtenbeweging. Het was een kaakslag, niet enkel voor de zwarte bevolking, maar ook voor het geweldloze protest. Het leidde tot grootschalige rellen in Chicago en met de moord op Bobby Kennedy, twee maanden later, lagen de laatste greintjes hoop al helemaal aan gruzelementen. De gevoelens van wanhoop, wraak en cynisme vonden hun weg naar ontvlambare rock-‘n-roll, soul en freejazz, maar We Have A Dream is geen verwensing, geen aanklacht. Dit is niet Irreversible Entanglements dat de soundtrack bij Black Lives Matter vertolkt, maar een oproep om beter te doen en verschillen te overstijgen.

Het is dan ook toepasselijk dat het album van start gaat met Nina Simone’s liefdevolle portret “Why? (The King Of Love Is Dead)”, een stuk dat breed en elegant gedrapeerd wordt, zodat Puoane nog eens Kings leer kan samenvatten (“Love thy neighbor was his creed”). Het is een warme, respectvolle ode, de eerste in een reeks van evenwichtige, sterk in de hand gehouden composities die teren op arrangementen van bekend volk als Bert Joris, Michel Herr en trombonist Lode Mertens. De link met de wereld van pop/soul is vaak overduidelijk, maar het orkest weet als vanouds z’n befaamde gelaagde weelde uit te spelen. Vervolgens banen Puoane en de zestienkoppige meute zich een baan door geëngageerde songs van (vooral) pop- en souliconen.

Dat er materiaal opduikt van Joni Mitchell mag geen verrassing zijn, aangezien Puoane onlangs nog een album uitbracht met enkel songs van de Canadese grootheid. Hier zijn er twee te horen die niet op dat album terug te vinden waren. “Big Yellow Taxi” was een kleine halve eeuw geleden al een waarschuwing voor de aanval op de natuur (“They paved paradise / and put up a parking lot” is de start). Puoane voelt zich hier duidelijk in haar sas, spelend met lettergrepen, ritme en bereik. Idem voor “Cherokee Louise”, een song van twintig jaar later waar Mitchell destijds Wayne Shorter voor aan boord hees. Hier is het een gracieus wiegende dansbeweging met een krachtige finale. Er passeert ook werk van Sting en Rod Stewart. “They Dance Alone” van die eerste krijgt een verrassend hoekige baritonsaxsolo (Bo Van der Werf), alsof ze bewust het zoete niet te veel in de kijker wilden zetten, terwijl Stewarts ode aan een vermoorde homoseksuele vriend uitgewerkt wordt in een speels swingend festijn.

Soms wordt die uitbundigheid ook wel eens ingetoomd voor een meer uitgedund geluid met wat meer schaduwen. “Not Yet Uhuru” van Lebba Mbulu, een van de meest vooraanstaande Zuid-Afrikaanse ambassadeurs naast Miriam Makeba, Abdullah Ibrahim en de onlangs overleden Hugh Masekela, groeit hier uit tot een korte, maar indrukwekkende showcase voor Puoane, terwijl het naadloos overgaat in een toepasselijk ingetogen versie van Nina Simone’s “Four Women”, waarin een diep ronkende basklarinet meteen een wrangere teneur suggereert en die legendarische woorden “I’m awfully bitter these days / Because my parents were slaves / What do they call me? / My name is Peaches” met gepaste intensiteit worden gebracht. Dit is het emotionele hart van de plaat, Puoane op haar best, ondersteund door een prachtig arrangement waar Ellington en Mingus door lijken te waaien.

Elders blijft het doorgaans wat beter geluimd, met een zacht funky versie van Marvin Gaye’s “Inner City Blues (Make Me Wanna Holler)” en een fraai “Someday We’ll All Be Free”, van de meest onderschatte soulzanger van de jaren zeventig, Donny Hathaway. “It’s Not Easy Being Green”, de Muppets-song die uitgroeide tot een vaak gecoverde klassieker, zorgt voor een knipoog in een ironievrij arrangement. Afsluiten gebeurt met een een-tweetje uit de Motown-stal. “Heaven Help Us All” is een rotaanstekelijke niemendalletje dat vooral door Stevie Wonder bekend werd, terwijl “War” (Edwin Starr, Bruce Springsteen …) ook hier een het pompeuze niet kan vermijden. Het zorgt er wel voor dat het album afsluit met een knallende energiestoot.

Grote verrassingen vallen er niet te rapen in de songkeuze en ook dit album had gerust een beetje korter gemogen, maar wat je te horen krijgt, bevestigt wel weer dat Mama Africa destijds geen toevalstreffer was. Puoane blijft een van de meest veelzijdige stemmen van het land en als het aankomt op zorgvuldige geconstrueerde weelde, orkestrale dynamiek, pittige solo’s en nuance, dan is het BJO nog altijd hors catégorie.

Concerten: 14/4 in CC Mechelen, 18/4 in CC Strombeek, 21/4 in CC Brugge, 2/5 in 30CC Leuven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + 19 =