”…And each night each bar had a band playing music, and the music was electric. Different than the music back home, as this wasn’t music from the country, but from the city,” zo staat te lezen op de achterzijde van Kevin Morby’s plaat City Music. Het citaat uit New York, New York geeft vrij goed weer hoe dit vierde soloalbum zich verhoudt ten opzicht van Morby’s vorige: geen beeltenissen van ochtenddauw en gevallen dennennaalden hier, maar een blikveld op honderdduizenden stadsramen, sommige donker, andere wit of goudgeel oplichtend, en de unieke maar volstrekt onbetekenende karakters die zich in zo’n ramen roeren.
Zo maken we in openingsnummer “Come To Me Now” kennis met Mabel, een (fictieve) dame op leeftijd. Ze verschuilt zich achter haar lamellen tot de zon onder gaat en de maan troost komt bieden. Mabel lijkt levensmoe — “tired of squinting in this godawful town” — en smeekt om verlossing. In welke vorm die komen moet, is niet geheel duidelijk. Wendt ze zich tot een verloren liefde? Een verheerlijkte ex-minnaar of een overleden partner? Of kan enkel de dood haar bevrijden? Met slechts een orgeltje en een occasionele drumslag is “Come To Me Now” niet het vrolijkste, dan wel het ontroerendste nummer van City Music, dat minutieus de claustrofobische eenzaamheid van het stadsleven verhaalt. Mabel wordt omringd door duizenden lichamen. Ze ziet ze, maar kan ze niet raken. Ze maakt er geen deel van uit en voelt zich volstrekt alleen.
Ondanks zijn jonge leeftijd lijkt Morby die ongemakkelijke combinatie van isolement en blootstelling heel goed te begrijpen. Hij is een doorleefd, well-traveled en emotioneel-intelligente songwriter die met elke nieuwe release groeit en daarom, wat ons betreft, meer lof verdient dan hij krijgt.
Om afscheid te nemen van 2017 presenteert in december elke dag één enolamedewerker zijn of haar song van het jaar.



