Ian Sweet :: Shapeshifter

Is er nog plaats voor een nieuw stel nozems in het reeds oververzadigde Amerikaanse lo-fi rocksegment? Het debuut van Ian Sweet doet besluiten van wel. De band wisselt — zoals de albumtitel dat aangeeft — vlot van gedaante en zoekt daarbij de uitersten van het loud-quiet-loud-spectrum op zoals maar weinigen dat doen.

Ian Sweet begon als een bescheiden soloproject en groeide uit tot een volwaardige band. Jillian Medford studeerde aan het Berklee College Of Music toen ze tegen de depressie-lamp liep. Met haar geschoolde stem en akoestische gitaar zocht ze een manier om haar gevoelens van angst en eenzaamheid te kanaliseren, maar al snel bleek het traditionele singer-songwritergegeven te beperkt. Ze vond een meer passende sound in de DIY-scene van Boston, waar ze ‘het experiment’ ontdekte. Dit moest een noodzakelijk tegenwicht bieden aan haar klassieke scholing. Snel lijfde ze drummer Tim Cheney in en bassist Damien Scalise vervolledigde de groep nadat hij zichzelf aanbood. Een eerste EP volgde, en Ian Sweet werd opgepikt door Hardly Art, een zusterlabel van Sub Pop.

Nu deel uitmakend van een gecontracteerde band die haar ideeën kon vertalen in liedjes, zat Medford nog steeds in een neerwaartse spiraal toen ze Shapeshifter begon te schrijven. Een relationele breuk had haar opnieuw in een depressie gedreven. En die depressie leidde tot paniekaanvallen, wat dan weer als extreem verlammend werd ervaren. Als zinken in drijfzand; een metafoor die ze gebruikt in het nummer “Slime Time Live”. Net als de meeste referenties aan haar lijdensweg klinkt dat vrij luchtig, bijna spottend. Als luisteraar moet je dan ook de achtergrond een beetje kennen om haar pijn te vrijwaren. Medford verwoordt het afzien met dezelfde inslag als het eten van een ijsje (“All Skaters Go To Heaven”) of het puberaal adoreren van Michael Jordan (“#23”). Beseffend dat zulke zaken naast elkaar kunnen bestaan, samen deel uitmaken van het leven.

Geen zwelgen in zwartgalligheid dus. Geen doorgedreven tristesse, maar een behoorlijk humoristische flow bovenop een avontuurlijk geluid. Zo laat “Slime Time Live” de losgeslagen instrumenten tegen elkaar duelleren in de strofen en ze samenvloeien in de refreinen. Medfords stemgebruik is even standvastig als dat van Leslie Feist, om vervolgens met een paar onvoorspelbare uithalen aan Björks “It’s Oh So Quiet” te refereren. De wisselwerking tussen gangbaarheid en verrassing kadert in de eerste plaats binnen de uiteenlopende muzikale achtergronden van de groepsleden. Ze weten hun academische en experimentele kennis mooi te complementeren, wat leidt tot een constant shapeshiften: nooit wordt lang vastgehouden aan eenzelfde idee. Daarbovenop lijkt het de onvoorspelbaarheid van psychologische problemen te reproduceren, of tenminste van het moment waarop die (opnieuw) de kop kunnen opsteken. Nergens is dat duidelijker dan in “Cactus Couch”: een lieflijk indiepop-nummer, tot gitaar en bas tegen elkaar beginnen op te botsen in een incoherente geluidsbrij. Het lijkt wel een paniekaanval op klaarlichte dag.

“I have a way of loving too many things to take on just one shape,” herhaalt de titeltrack verscheidene keren. Het is het centrale uitgangspunt van dit debuut en wellicht van Ian Sweet tout court. Zo lang die verschillende gedaanten enige samenhang blijven vertonen, is dat prima. Shapeshifter is wat dat betreft een veelbelovende presentatie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 1 =