Birdy :: 23 september 2016, Koninklijk Circus

There’s something about Birdy. Amper 20 jaar oud en daar staat ze al succesalbum nummer drie voor te stellen in een uitverkocht Koninklijk Circus, volgelopen met een divers publiek dat voor een minderheid uit bakvissen bestaat. Ze is een contradictio in terminis: een jonge, commerciële popster zonder roddels rond haar persoon of features bij DJ-vehikels. Melodie en stem, daar is het om te doen, en die laatste schijnt live nog sterker dan op plaat.

Op drie platen tijd heeft Jasmine van den Bogaerde al behoorlijk wat sterke popsongs bij elkaar geschreven. Wat een dijk van single blijft “Wings” bijvoorbeeld toch — een sterk nummer in zachte én harde versie met een refrein dat je niet van je kan afschudden. Toch zette Birdy niet al te veel in op hits: geen ervan werd opgespaard voor de bisronde en ook de start van de set was het minder vanzelfsprekende “Shadow”, meteen een staalkaart van haar stembereik, waarbij ze met de minste moeite loepzuiver de hoogste noten eruit perste.

Het zijn bij Birdy niet alleen de singles die het ‘m doen, in elke hoek van de set schuilen potentiële hits. De nieuwe versie van “Silhouette”, met opgedreven Florence-drums, smeekt om airplay (hoewel de opgefokte snee “Running Up That Hill” er wel uitgesneden moet). “Beating Heart” blaakte van de soul dankzij de lenige stem van Van den Bogaerde, maar ook dankzij de vijfkoppige begeleidingsband die elkaar en vooral de frontvrouw niet probeerde te overstemmen maar de songs bonter inkleurde dan op plaat.

In de meest uptempo momenten is het geluid iets te gezwollen voor het intieme circus. “Hear You Calling” had die digitale beats niet nodig, “Bittersweet” kon het zonder de gitaarsolo middenin stellen en het zwierige “Keeping Your Head Up” wist maar geen gepast tempo te vinden om zich degelijk naar het podium te vertalen. Toch werd het maar één keer echt te bar: wanneer “Words As Weapons” vervaarlijk naar Mumford & Sons begon te ruiken.

De ware kippenvelmomenten bleven uiteraard de trage songs, met al vroeg in de rij “People Help The People” in een solobegin dat na het eerste refrein mooi tot een stevigere bandversie aandikte. Uit het coverdebuut deed even later “Skinny Love” de haren ook nog eens ten berge reizen, gelukkig in zijn puurste solovorm. Er is echter meer te rapen dan de ballades uit die doorbraakplaat. “Lost It All” bewees dienst als toonbeeld van hoe goed Van den Bogaerde haar stem kan doseren en sterk klinken zonder zich te forceren. Op een kalme pianoriedel danste ze over de noten en diepte ze de simpele melodie met haar stem tot meerdere dimensies uit. De meest aangrijpende song spaarde Birdy tot helemaal op het eind, wanneer een van de hoogtepunten van Beautiful Lies, de bloedmooie bonustrack “Winter”, van akoestische gitaarballade tot dramatische rocksong ontvouwde.

In de gevarieerde set stond het zachte werk mooi verspreid zodat je nooit een eenheidsworstgevoel kreeg. Hier en daar ging het er heel gesuikerd aan toe — die blokfluit was er misschien te veel aan in een voorts stralend “Unbreakable” — maar Birdy brengt haar werk met zo’n respectvolle, bescheiden persoonlijkheid dat ze zelf de saccharine uitbalanceert. De power ballad “Take My Heart” pakte live omdat Van den Bogaerde, even opgestaan van achter haar trouwe toetsencompanion, je in haar prinsessenjurk meenam naar haar sprookjesuniversum via de zachte bewegingen en dromerige blik waarmee ze haar song zelf gemeend beleefde. Dit was Knuffelrock met een grote K.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + negentien =