The Low Anthem :: Eyeland

Sinds Radiohead in 2000 met Kid A op de proppen kwam, wordt daar wel eens naar terug gegrepen als referentie voor bands die een totaal nieuwe richting inslaan. Ook voor het vijfde studioalbum van The Low Anthem zouden we die vergelijking kunnen bovenhalen, alleen: we hebben er geen idee van wat die nieuwe richting nu net is.

De koord gespannen tussen kunst en rommel is soms heel slap en staat vooral open voor interpretatie. Met Eyeland neemt The Low Anthem mijlenver afstand van de — en ik denk niet dat iemand ons tegen zal spreken als het het hebben over traditionele en veilige — folk waar ze in het verleden hun boterham mee verdienden en met Oh My God, Charlie Darwin ook doorbraken in 2009. Smart Flesh was nog een verdienstelijke opvolger die weliswaar gebukt ging onder de zware verwachtingen, maar nadien verdween de band van de radar. De band viel uit elkaar en vind zichzelf nu terug op een manier waarvan hokjesdenkers ongemakkelijk worden. Het is een plaat geworden die zich, net als een droom, maar moeilijk laat vatten.

De vijf jaar tussen de twee jongste platen waren nodig voor kernleden Ben Knox Miller en Jeff Prystowsky om het boeltje te resetten. Ze namen het Columbus Theatre in Rhode Island over, waar opnieuw concerten werden georganiseerd en een — niet noodzakelijk wetenschappelijke — zoektocht begon naar geluid en hun ‘multi-dimensionele future folk geboren werd.Eyeland is een conceptalbum met als uitgangspunt een gebeurtenis van Miller: de neveligheid tussen droom en realiteit die een groepje kinderen vat wanneer hun airhockeytafel vuur vat en uiteindelijk het hele huis doet afbranden. Het nummer “In The Air Hockey Fire” verwijst daar heel expliciet naar. Het duo vond ook aansluiting bij de Chinese filosoof Zhuangzi, die zich afvroeg of hij droomde dat hij een vlinder was, dan wel een vlinder die droomde dat hij een mens was (“The Butterfly Dream”).

Eyeland werd opgenomen over een periode van zes keer twee maanden, de samenstelling van de band veranderde een paar keer op die tijd. Daarom hoor je bijvoorbeeld nog bijdragen van Jocie Adams, die The Low Anthem al even verliet, maar ook van nieuwe muzikanten zoals Florence Wallis en Bryan Minto. Het psychedelische “In Eyeland” schets het decor, net zoals de kitscherige hoes dat doet: hier kan alles. Aanvankelijk is Eyeland nog vlot verteerbaar. “Her Little Cosmos” verraadt enkele niet-traditionele opnametechnieken maar is met Sigur Ròs-achtige oeoeoeh’s en ijle synthlijn al bij al nog radiovriendelijk en het kalme “The Pepsi Moon” zal fans van de band vertrouwd in de oren klinken. Dat doet het rockende “Ozzie” ook nog altijd, denk maar aan “The Horizon Is A Beltway”.

U zoekt taaiere noten om te kraken? Bij “Waved The Neon Seaweed” wordt uw handje voor het eerst losgelaten met een bevreemdende soundscape. Waarbij oriënteren even moeilijk wordt als in een donker bos. Ook bij een nummer dat “Wzgddrmtnwrdz” heet, zou het u moeten dagen dat het u niet dichter bij huis gaat brengen: een gefloten “Yellow Submarine”, vogelgeluiden en een gitaarriff die aan Tool doet denken of flarden van het scheppingsverhaal: het zit er allemaal in. “Am I The Dream Or The Dreamer” wordt gestuurd door een baritonsax en flirt soms met freejazz, wanneer er een duel ontstaat met een ziedende gitaar.

Het daaropvolgende “Dream Killer” is dan weer een brave, mooie pianoballade. De wisselwerking tussen de nummers onderling maken van Eyeland een merkwaardig verhaal, eentje dat verre van perfect is maar wel aantrekt en nieuwsgierig maakt. Het laat een band horen die er een sport van maakt om haar creativiteit ten volle te verkennen en daar kunnen we niets tegen hebben, integendeel. Waar het naartoe gaat? Geen idee. Dat hebben Miller en Prystowsky vast ook niet. En of we dit album aan het eind van het jaar in ons lijstje zetten of net geen enkele keer meer gedraaid hebben doet er eigenlijk niet toe: de reis is boeiender dan de bestemming.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 − drie =