10 jaar Duyster :: The Low Anthem, Lou Barlow, Fanfarlo, Isbells, de portables :: 30 januari 2010, AB

Radioprogramma Duyster wordt tien jaar. Om dit jubileum te vieren sloegen samensteller Eppo Janssen, presentatrice Ayco Duyster en AB de handen in elkaar en trakteerden een uitverkochte zaal op zes typische Duyster-groepen.

Duyster is een godsgeschenk. Niet alleen voor de student, die de eenzaamheid van zijn kot weer opzoekt na een verwenweekend thuis, of voor de muziekliefhebber, die de rust en nieuwe muzikale ontdekkingen verkiest boven de zoveelste Witse-aflevering. Maar ook voor de kleinere platen- en distributielabels die hun producten nauwelijks op daytime radio verkocht krijgen. Want op welke radiogolven gedijen artiesten als Antony And The Johnsons, CocoRosie of Joanna Newsom beter dan op die van zondagavond, tussen tien en middernacht?

Duyster is een begrip geworden, een adjectief, een genrehokje zelfs. Gaetan Vandewoude dacht misschien expliciet aan het programma wanneer hij zijn groep Soon voor bekeken hield en in een afgelegen Limburgs dorp zijn nieuwe groep Isbells oprichtte. Vandewoude was, na het relatief onbekende Brown Bird, om zes uur ’s avonds — ontiegelijk vroeg voor een Duyster-avond — de echte opener van het minifestival. Bescheiden, ingetogen en neigend naar perfectie reproduceerden de vier muzikanten gezeten op een rij hun debuutplaat. “I can’t change the world with melodies / But I’ll try,” klonk het oprecht in “Without A Doubt” en meteen deden ze het toch een beetje. De subtiele instrumentatie op mandoline, vibrafoon, twee akoestische gitaren en de zachte harmonieën van Naïma Joris zorgen op het podium voor extra kippenvel. Buiten een licht versnelde versie van eerste single “As Long As It Takes” was er geen verlangen naar grootse veranderingen ten opzichte van het studiowerk. Geen arrogante frontmanpraat ook, de muziek sprak voor zich. En ja, Isbells heeft veel weg van Bon Iver (de beginakkoorden van “Without A Doubt” hinten weinig subtiel naar diens “Flume”) en Vandewoude heeft ongetwijfeld veel naar Neil Young (“Dreamer”, “Time’s Ticking”) geluisterd, maar zoveel ontluisterende schoonheid krijgt een Belgische groep slechts eens in het decennium gebakken.

Lou Barlow is, in zijn vele gedaanten (Sebadoh, Folk Implosion,…) een vroege lieveling van Duyster. Een veelbetekenende plaats op de affiche dus voor de bassist van Dinosaur Jr, die vorig jaar zijn tweede soloalbum uitbracht. Goodnight Unknown klinkt wat potiger dan akoestische voorganger Emoh, maar weinigen verwachtten zich aan de uit (beperkte) distortion en stevige elektrische gitaren opgetrokken versies van intieme nummers als “Home” en “Take Advantage”. Misschien was het moeilijk afkicken van de muren versterkers waarmee zijn oorspronkelijke groep deze zomer rondtoerde? Het zorgde alvast voor een welgekomen breuk in het stille, duistere thema van de avond. Barlow was zichtbaar in zijn nopjes, hield met zijn gitarist en drummer muzikantenpraatjes over akkoorden en effectenpedalen en bleef met de klok van de regelmaat prachtige zinnen spuwen. “I take a part of rainbow / And feed it to the sunshine” (“Take Advantage”), bijvoorbeeld, of “I’m not happy where we are / Let me blame it to the stars, the weeds, the room / Love is stronger than the tune”, een Sebadoh-nummer, klopt. Want de kern van zijn weerbarstig solowerk (de nieuwe plaat werd er bijna integraal doorgejaagd) omsluiten deed hij solo én akoestisch met vijf Sebadoh-songs. “Gently take my skull for a ride,” zong hij bij aanvang van het optreden. Missie volbracht, en die nieuwe Sebadoh-plaat, die komt er aan. “Soon,” zo beloofde de man.

Slechts een vijfde van het aanwezige publiek kon naar het eerste optreden van een nieuwe, veelbelovende band uit Londen, met het ene been in Arcade Fire en het andere in Beirut. Het was dus aanschuiven geblazen aan de Club voor Fanfarlo, de nieuwe poulain van Duyster. Ze gingen slecht van start en sloten goed af, maar alles wat daartussen de revue passeerde was zeker geen haute cuisine.
Het begon al bij het betreden van de bühne: enige verontrusting was op de aangezichten te bespeuren. Reden: (Belgische) zangeres Cathy Lucas had de spreekwoordelijke boot gemist en stond nog niet op het podium. Met het pijnlijke gevolg dat de helft van de set verwaterde. Wanneer Lucas halverwege “I’m A Pilot” naar haar viool grabbelde, kwam er nog steeds geen versnelling in het spel. Niets klopte gedurende de openingsnummers: het geluid was slecht, de songs waren niet overtuigend genoeg en er was op geen enkel moment enig spelplezier te bemerken. Na getrek en gezwoeg van frontman Simon Balthazar kwam er tijdens het Beirut-gezinde “The Walls Are Coming Down” eindelijk wat schot in de zaak. Leon Beckenhams trompet trok met zijn scherpe Balkangeluid de aandacht, en voor de eerste maal viel er een glimlach en enig vertrouwen op de gezichten te bespeuren. “Comets” en “Luna” bleken, met een knipoog naar de pop van Clap Your Hands Say Yeah!, pareltjes te zijn en bisnummer “Ghosts” bevestigde dat Fanfarlo toch wat in zijn mars heeft.

Het duurde een viertal nummers voor we eindelijk begrepen dat Fanfarlo toch wat meer is dan een simpele Arcade Fire rip-off. De potentie om door te breken is er wel, maar de afwerking bleef in de kleine ABClub meermaals achterwege. Geef deze band nog een tweetal maanden de tijd om te rijpen, want rond april zullen ze er ongetwijfeld staan.

Verbazend hoe groot The Low Anthem is geworden. Nauwelijks vijf maanden geleden speelde de groep nog in de ABClub, vandaag haalt een volle grote zaal het viertal in als helden. Met het puike Oh My God, Charlie Darwin brak de groep vorig jaar dan ook terecht door, en ook vandaag gaat hun mix van ingetogen folk, Tom Waitsachtige blues, en rootsrock er vlot in.

Met het op een atmosferisch orgeltje drijvend “To Them Ghosts Who Write History Books” wordt al meteen erg mooi afgetrapt, en meteen valt op hoe belangrijk die klarinet van Jocie Adams voor het groepsgeluid is. Ze verleent de traditionele folk een apart kantje, in een landschap dat al verstikt wordt door de alt.country groepen. Even sfeervol is “To Ohio”, met zijn dromerig gezongen refreinen. Iets steviger is dan weer het nieuwe “Sally, Where’d You Get Your Liquor From?”, dat met knappe drums openbloeit en een dankbaar krachtig moment wordt.

The Low Anthem wijst ook met een stevige vinger het pijnpunt van Duyster aan: soms wordt de grens tussen mooi en net iets te saai overschreden. De groep speelt naar het einde van de set net dat stille intieme nummer te veel, samen rond één microfoon, en je bedenkt dat zelfs Elton Johns moeder dit wat van het trage teveel zou vinden. De band slaat dan maar terug met de razende bluesrock van “Home I’ll Never Be” en “The Horizon Is A Beltway” dat, net als op Crossing Border vorig najaar, helaas een versie krijgt dat het scheurende refrein geen recht doet. Geen volledige voltreffer dus, dit concert; maar met een betere set-opbouw en nog een paar nummers van het niveau van “To Ohio” en “To Them Ghosts…” kan deze groep een blijvertje worden.

De tijd dat de portables op doorbreken leken te staan met Girls Beware ligt alweer lang achter ons; daarvoor zijn de groepsleden teveel slacker, was de ambitie te miniem. En riep het echte leven, met echte jobs, vermoeden we. Als ultieme Belgische indieband mochten de portables echter niet ontbreken op deze avond. Ze bedankten door de avond in stijl af te sluiten met een set die van uitmuntend muzikantschap getuigt.

“Men heeft ons gevraagd wat Duysterclassics te brengen”, grijnst gitarist Jürgen De Blonde net voor hij een geweldige versie van A-Ha’s “Manhattan Skyline” lanceert. De portables hebben dan ook altijd momenten gehad dat ze zich het beste balorkest van het land toonden, en ook vanavond etaleren ze grondig hun kunnen met een aantal covers, waaronder één van een vroeg Lou Barlow-nummer. Of dat beweerden zij toch; wij kennen niet alle obscure Barlow-cassetjes, en hebben al lang geleerd deze groep niet op zijn woord te geloven. Het is echter het oudere “Poisonous Fishy” van op de Cherubijn-EP dat met een woeste gitaarfinale de hoofdvogel afschiet. We geven toe dat we even getwijfeld hebben over de groep de laatste jaren, maar daarvoor tikken we onszelf vandaag graag op de vingers: straffe groep.

Straffe groepen, straffe optredens ter ere van een straf, uniek radioprogramma. Afspraak over tien jaar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − negen =