Blood Orange :: Freetown Sound

Na één album met de dancepunkformatie Test Icicles, twee als Lightspeed Champion en een derde Blood Orange-plaat weet de mensheid nog altijd niet wie de echte Dev Hynes nu precies is. Mysterie is commercie, natuurlijk, maar de vraag is of hij het zelf wel weet.

Het is geen evidentie om te argumenteren dat de muziek van Devonté (of simpelweg Dev) Hynes erg “persoonlijk” is. Niet alleen stond de doorbraakplaat van zijn Blood Orange, het fijne Cupid Deluxe uit 2013, reeds bol van de samenwerkingen met andere artiesten, maar daarnaast blijkt zijn derde worp ook nog eens een niet te negeren politieke inslag te hebben. Hoewel zijn werk niet het agressieve activisme van pakweg Kendrick Lamars “The Blacker the Berry” bevat, is niettemin duidelijk dat Freetown Sound minstens gedeeltelijk over de zwarte identiteit en racisme gaat: dat maken de talloze begeesterde dialoogsamples op de plaat meer dan duidelijk.

Niet dat dat echt verrassend is: de ontheemde Brit (Hynes werd in Londen geboren als zoon van twee immigranten uit Sierra Leona maar verhuisde in 2007 naar New York) maakt al enkele jaren carrière in de Verenigde Staten, een land waar de verschillen tussen zwart en blank nog steeds erg uitvergroot worden. Al is Hynes er ook niet het type voor om zich daarin kwaad te maken, integendeel: “Oh Mary/ Our Lady Africa/You promised us a home,” klinkt het eerder meewarig in “Juicy 1-4”. Melancholie en zelfs subtiele heimwee zijn dan ook de overheersende gevoelens op Freetown Sound, en daar is Hynes’ voorliefde voor de melige R&B uit de late jaren ’80 natuurlijk niet vreemd aan.

In dat opzicht valt Blood Orange allesbehalve uit de toon naast (weliswaar minder “etnische”) tijdsgenoten zoals How To Dress Well en Kindness, zij het dat Hynes de introverte indie van zijn collega’s bij momenten weet te ontstijgen ten voordele van bescheiden popsongs. Waar opwarmer “Augustine” nog ietwat saai klinkt – de vocale harmonieën mogen er best zijn, maar kunnen toch niet verbloemen dat het refrein nogal ongeïnspireerd is – lijkt Hynes in de daaropvolgende nummers gestaag op gang te komen. En het helpt in dat opzicht natuurlijk dat enkele niet te versmaden gastzangeressen zoals Debbie Harry, Carly Rae Jepsen en Nelly Furtado hun opwachting maken op Freetown Sound.

Het is echter vooral Lorely Rodriguez van Empress Of die op “Best to You” voor een vroeg hoogtepunt zorgt, geruggesteund door een speelse vibrafoon en andere exotische slaginstrumenten. Een volgende uitschieter is “Love Ya”, een onderkoelde smeekbede die door een speelse saxofoon wordt opgeluisterd en halverwege plots in een pianoballade verandert. “But You” roept met zijn zeemzoete zang dan weer herinneringen aan Michael Jackson zaliger op, terwijl de baslijn van “E.V.P.” een voorbeeld van het betere funkwerk vormt en Hynes hier en daar lustig met coole hiphopbeats strooit (zoals in het geweldige “I Know”).

Het mag dus duidelijk zijn dat deze derde Blood Orange een behoorlijk gevarieerde plaat is, waarop het voortdurende sentiment de enige echte constante is. De nummers mogen afzonderlijk dan wel sterk genoeg zijn om de dans der vrijblijvendheid te ontspringen, maar dat neemt niet weg dat Hynes’ zoektocht naar een eigen smoel verdergaat. Immers, wanneer een artiest zijn werk hult in een waas van politieke gevoeligheid en zich achter een leger gastvocalisten verstopt, is de vraag nog maar of emotie alleen voldoende is om van een “persoonlijk statement” te spreken…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × vier =