Bert Jansch :: From The Outside

Folk, het roept bij veel mensen de geur van te lange rokken, geitenwollensokken of Ierse kroegengezangen op. Nochtans: genoeg artiesten bewezen dat folk allesbehalve muf moet geuren. Bert Jansch was misschien wel de belangrijkste van hen.

Bert Jansch was namelijk badass: die brute arrogantie die je aanstaart op zijn legendarische debuut uit 1965, die hij nog eens dunnetjes overdeed op zijn tweede, het in datzelfde jaar uitgebrachte It Don’t Bother Me. Hij was enkele jaren daarvoor van Schotland naar Londen gelift, en vastbesloten zijn plaats op te eisen in het folkmilieu daar. Hij nam Bert Jansch op met een simpele cassetterecorder bij een vriend thuis, en verkocht de rechten voor honderd pond. Daarop staat zijn beroemde versie van “Anji” van Davy Graham, misschien wel de ultieme uitvoering van het nummer, en de concurrentie is nochtans groot.

Nog op die eerste plaat: een geheel eigen mix van folk, blues en jazz. Een akoestische gitaar die huilde en klauwde. Virtuoos, maar niet kil. Vanuit het hart naar de snaren gesmeten. De teksten: drank, (foute) vrouwen, drugs en vooral vrijheid, zonder de stoffigheid van wat folk voordien soms was. Al snel leerde hij bloedbroeder John Renbourn kennen, werd Pentangle opgericht en weer uit elkaar gerukt (zo gaat dat bij bloedbroeders). Jansch ging weer solo, maar liet zich op zijn soloplaten nog steeds omringen door een hele schare (sessie)muzikanten. Soms werkte dat, soms spijtig genoeg niet. Dat hij zijn eigen werk al wel eens durfde herwerken tot bijna steevast mindere versies van het origineel, hielp ook niet echt.

In 1985 was daar echter, na het maar half geslaagde Heartbreak, plots From The Outside. Een spartaans album, volledig solo-akoestisch opgenomen, even weg met alle franjes. Vreemde kronkel in het verhaal: het album werd enkel uitgebracht in ons kleine Belgenland, met een oplage van 500 exemplaren op het labeltje Konexion. In 1993 was er nog wel een bescheiden heruitgave op cd, maar toch bleef het een album onder de radar. De laatste jaren is men echter grote kuis aan het houden in het Grote Bert Jansch Archief, en dus wordt ook dit album nu opnieuw uitgegeven in een lange reeks van reissues van zijn werk. Het past in ieder geval perfect in de tijdsgeest. Jansch is altijd ook een beetje een musician’s musician: zo draagt Neil Young hem op handen, en een klein decennium geleden haalde de kliek rond Devendra Banhart hem ook al eens van onder het stof. De laatste tijd durven muzikanten als Ryley Walker, Kurt Vile of Steve Gunn zijn naam al eens regelmatig laten vallen, meestal in gezelschap van muzikaal verwante zielen als John Martyn, Jackson C. Frank of Nick Drake.

En nu is er dus opnieuw From The Outside, een plaat die er in 1985 zelfs bijna niet gekomen was: de schuld van humeurige studiomedewerkers, en de plaat was eigenlijk chaotisch bij elkaar geraapt uit verschillende opnamesessies in Londen en Kopenhagen. Het was ook de periode waarin zijn al enkele jaren ervoor spaak gelopen huwelijk nu echt wel voorbij was, en de dokter hem meldde dat hij “moest stoppen met drinken of stoppen met leven” (hij koos uiteindelijk toch wijselijk voor het eerste). Toch bevat het enkele van de meest eerlijke en direct op band gegooide nummers sinds hij in 1965 achter zijn cassetterecorder ging zitten.

Openingsnummer ”Sweet Rose” toont dit meteen: tekstueel misschien een beetje kig, maar wel ontroerend oprecht gezongen en gespeeld. Dit geldt ook voor nummers als “Blackbird In The Morning” of “If You’re Thinking ‘Bout Me Babe”: hier niet de arrogante Jansch uit de jaren zestig die nog alles moet bewijzen. Wel een ietwat zachtmoedigere man die zich niet schaamt om wat hij wil zeggen of spelen. “River Running” leunt op een prachtige, bezadigde tokkel, die herinnert aan ontroerende parels als “One For Jo”. Ook “Read All About It” baadt in dezelfde introspectieve sfeer, en in de licht existentiële crisis die “Silver Raindrops” is, zingt Jansch over het grote Waarom van geboren worden en doodgaan.

Tegelijk krijgen we ook weer de ruwere rantjes te horen die zijn vroege werk zo kenmerkten, vooral in het midden van de plaat. In hoogtepunt “Why Me?” bezingt hij schurend zijn verloren liefde: “Still love her now, but she’s gone”, uiteraard. Hier niet tokkelen met fluwelen handen, maar felle uithalen en stevige kloppen op de snaren. “Get Out Of My Life” is uit hetzelfde grauwe hout gesneden, en de whiskey vloeit overvloedig. In “I Sure Wanna Know” vraagt Jansch zich dan weer cynisch af “who you gonna kill now”. “From The Outside” en “From The Inside” zijn daartussen kleine instrumentale niemendalletjes, die toch weer tonen wat voor een troostend gitarist Jansch kon zijn.

Haalt From The Outside daarmee het niveau van parels als Bert Jansch of L.A. Turnaround? Neen, natuurlijk niet, maar dat is ook niet de bedoeling. Wat het wel is: een eerlijk, open en direct album waar de oneffenheden niet afgeschuurd zijn en een artiest die niets meer te bewijzen heeft, zijn hart even lucht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + 7 =