In Memoriam Bert Jansch (1943-2011)

Tragisch toch, dat de media – van de meest glossy weekendbijlages van zogenaamde kwaliteitskranten tot de grote, commerciële nieuwszenders – tijd, ruimte en geld investeren in schertsfiguren die we overmorgen vergeten zijn, terwijl artiesten die bepalend waren voor het ontstaan of de scharniermomenten van bewegingen en genres, vaak verbannen worden naar de klein gedrukte kolommen tussen de advertenties op de achterpagina’s. Het is een lot dat Bert Jansch niet verdient.

Bert wie? Dat was ook onze reactie, toen we ooit de naam tegenkwamen in de liner notes van een album van Neil Young (al kan het ook Buffalo Springfield geweest zijn). Feit is dat Herbert ‘Bert’ Jansch vooral bekend is in folkkringen of bij zij die goed luisteren naar wat de jongere lichting folkartiesten te vertellen heeft, want toen Jansch een vijftal jaar geleden The Black Swan uitbracht, gebeurde dat de hulp van o.m. Devendra Banhart en Beth Orton, terwijl hij ook op handen gedragen werd door Ben Chasny (Six Organs Of Admittance, Comets On Fire) en de knapperds van Fleet Foxes.

Je hebt soms nu eenmaal gidsen nodig die je de weg wijzen, en als de wegwijzers van muzikanten komen, dan krijgt het nog meer waarde. Al Green, The Stooges en John Coltrane… we zouden ze nooit zo vroeg ontdekt hebben zonder Henry Rollins. Nog zo’n muziekminnaar was Kurt Cobain, die er ook voor zorgde dat een hele trits artiesten (van The Raincoats tot Daniel Johnston) toch op wat meer aandacht konden rekenen, ook al was het maar tijdelijk. Jansch is, ondanks z’n overduidelijke invloed, toch vaak een musician’s musician gebleven, want hij werd op handen gedragen door generatiegenoten en opvolgers.

Van Neil Young (die Jansch even hoog inschatte als Jimi Hendrix) en Jimmy Page (die aan de haal ging met Jansch’ “Blackwater Side”) tot Nick Drake: allemaal waren ze onder de indruk van de Schotse muzikant, die voor het eerst van zich liet horen met een titelloze plaat (1965), die al snel een sleutelmoment werd in de Britse folk. Jansch was duidelijk een veelvraat. Net als collega John Renbourn had hij een fascinatie voor Renaissancemuziek en moderne Britse folk, maar het ging verder dan dat: Amerikaanse folkblues en jazz maakten al net zozeer deel uit van de mélange waarmee hij aan de slag ging en die soms een verborgen complexiteit in zich droeg.

Hoewel z’n eerste albums nog steeds gerekend worden tot z’n belangrijkste werk – en je hoort de invloed reiken tot latere albums als Roy Harpers Stormcock, het legendarische werk van Fairport Convention en de bescheiden discografie van Nick Drake -, bereikte hij vooral een groter publiek met Pentangle, waarmee hij einde jaren zestig en begin jaren zeventig grote sier maakte, samen met o.m. diezelfde Renbourn en bassist Danny Thompson. Een vijftal jaar gaf de band folk een platform dat het daarna nog maar zelden kreeg.

De rest van de jaren zeventig en tachtig waren muzikaal gezien minder boeiend: Jansch baatte een gitaarwinkel uit, deed mee aan een paar reünies en leek het gevecht met alcohol te verliezen, tot een desastreuze inzinking hem dwong om er voorgoed mee te kappen. Echt op het voorplan zou hij pas komen in het vorige decennium, ook al werd dat af en toe gedomineerd door gezondheidsproblemen. Jansch bracht het kritisch erg goed onthaalde The Black Swan (2006) uit, werd opgerakeld door een jongere generatie folkmuzikanten en –luisteraars en mocht in 2010 nog aantreden in het voorprogramma van Neil Young.

Hoewel hij overschaduwd werd door een Richard Thompson, was de Schot niettemin een essentiële schakel in de Britse folkmuziek, net als Davey Graham en Shirley Collins, maar z’n hoogst individuele en rijke gitaarspel zou ook genre-overschrijdend indruk maken. Hij was daardoor haast een tegenhanger voor Amerikanen als Phil Ochs en Fred Neil: vernieuwend, maar weinig bekend bij een groot publiek. “(…) iets vertelt ons dat Jansch nog wel een folkgeneratie of twee zal meegaan”, schreef onze medewerker een paar jaar geleden nog. Hij zat er helaas langs. Jansch overleed op woensdag 5 oktober 2011 aan de gevolgen van kanker.

Als u de man en zijn muziek niet kent, dan is de aanschaf van zijn debuutplaat een ideale introductie (of beluister meteen “Needle Of Death” eens op YouTube). Ga daarna naar Birthday Blues (1969) en kies er vervolgens eentje van Pentangle. Onze tip is Cruel Sister (1970). Beluister dat eens. Bevalt het u, dan valt er nog veel moois te ontdekken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × een =