LES NUITS: Suuns :: 22 mei 2016, Botanique

In de Botanique kroonde Suuns zich wederom tot de meester van het minimalisme, al hadden de oudere nummers veel meer impact dan de kalere nummers uit Hold/Still, de derde en moeilijkste plaat van de band.

De Canadese rockers lijken sinds hun eerste optreden in de Brusselse concerttempel (in februari 2010) met de Botanique een band te hebben opgebouwd. Het concert op Les Nuits was er namelijk hun vierde passage. Binnen de alternatieve scene is Suuns ook al lang geen onbekende naam meer, dankzij drie geschifte platen, die geniale samenwerking met Jerusalem In My Heart van vorig jaar en het constante touren — zo stonden ze de twee vorige jaren nog maar in de Vooruit, het Depot, de Vooruit, op Sonic City én Le Guess Who?

Hun muziek is even ongrijpbaar als de bandnaam. Soms is het artpunk à la Suicide, soms hoor je er de krautrock van Neu! en Can in, op andere momenten lijkt Syd Barrett niet ver weg, maar evengoed passeren shoegaze van My Bloody Valentine en technobeats de revue. Zijn er dan echt geen recentere bands die we met Suuns kunnen associëren? Nope. Hold/Still slaat nog meer de weg in van een minimalistisch experiment. Nog moeilijker dan zijn voorgangers dus. Maar ook intrigerender.

Wat gaat dat live geven? Dat was de vraag die op onze lippen brandde. Suuns start na een scheurende intro met een traag slepend “Infinity”. Neen, we zijn niet meteen omver geblazen. Nog niet. De opzwepende drum en het snijdende riffje van Joe Yarmush in “Translate”, ook afkomstig van de nieuwe plaat, zijn al iets meer ophitsend, zonder tot een climax te komen of roekeloos te beuken. De band weet zo een interessante spanning tussen sloomheid en grooviness te creëren.

“2020” kan wel als het eerste hoogtepunt bestempeld worden. Het is dan ook afkomstig van Images Du Futur, waarop Suuns bij momenten resoluut voor scheurende elektronica koos Dit is een LSD-trip, die voortgestuwd wordt door een techno-achtige beat van drummer Liam O’Neill, die eigenlijk gedurende de hele show de boel vakkundig samenhoudt. “2020” is een dansnummer, terwijl dat niet zo bedoeld is. Toch begint het zweet van het plafond te druipen. En terecht.

Maar het droogt vervolgens snel op, want Suuns gaat vervolgens meer de “less is more”-toer op met de nummers van de nieuwe plaat. En die zijn repetitief en schever, maar ook minder pittig. “Paralyzer” en “Resistance” zijn zo van die minimalistische nummers maar met een maximaal dreigend effect. Gelukkig klinkt het eerste als een stevige brok kraut dat een electro-injectie kreeg, bij “Resistance” blijft de afstandelijkheid. Neen, Suuns is niet gekomen om vriendjes in de mainstream te vinden.

Toch zorgen de nummers uit het debuutalbum Zeroes QC voor de meeste opwinding. We onthouden vooral het dansbare “Arena”, een van de meest elektronische nummers van de band. Opnieuw hebben we het gevoel dat we in een technoclub staan. Het creepy maar o zo meeslepende “Pie IX”, dat net voor de encore aan bod komt, doet dan weer alle haartjes recht veren. Wat een contrast met het psychedelische “Instrument”.

En zo zweeft Suuns voortdurend tussen apathie en intensiteit. Afsluiter “Powers Of Ten” — we moeten er met een knal uitgaan, zal de band gedacht hebben — sluit uiteraard bij het tweede aan. Suuns is anno 2016 nog altijd die geschifte band die hypnotiserende toekomstmuziek maakt, en daar zijn we blij om. Live mogen de vier Canadezen echter nog wat energieker uit de hoek komen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + 16 =