Op tour met A Place To Bury Strangers :: het dagboek van Rape Blossoms (deel 5)

Dezer dagen toert Rape Blossoms door Europa als voorprogramma van A Place To Bury Strangers. Wesley Buysse houdt voor ons een dagboek bij over de ervaringen van de band. In de aflevering van vandaag lees je hoe ze het er vanaf brachten in Rijsel.

PLUS GRAND QUE DIEU

De mensen zijn niet zo ziek dus kunnen ze me evengoed helpen om mijn job naar behoren uit te oefenen. Al een geluk dat kindjes graag stempels zetten, hoe ziek ze volgens hun ouders ook zijn. Om twee uur laat ik mijn collega’s in de steek want Lille wacht niet. Ik kan nog een kwartier tukken vooraleer Dav me in paniek opbelt, de dogsitter heeft zijn hond ontwricht en nu moet Dav nog een uur op haar schouder passen, kortom, hij zal later zijn en dus geen tijd hebben om het fijn stof op weg naar Zwijnaarde op te snuiven dus ik kruip geradbraakt in mijn Peugeot. Lennerts tandartsbezoek is vlot verlopen, maar de rit naar Lille niet omdat er door de grenscontrole een file staat van Aalbeke tot Rekkem. Deze zullen we echter gezwind omzeilen via de barakken van Menen. Dav springt in mijn auto en heeft blijkbaar zodanig meegeleefd met zijn dogsitter dan hij nu zelf met een pijnlijke schouder zit. Dit doet hem ongecontroleerd armzwaaien, en zo’n gedrag kan ik best missen wanneer ik van de bebouwde kom naar Don Bosco scheur. Daar wacht Jona ons op met kleine ogen. Zijn vriendin heeft de hele nacht liggen huilen dus laten we hem wat slapen achter het stuur. Ik regel de cruise control een beetje bij met mijn vrije hand maar het zit hem niet mee, zo’n onnozel signaal dat een loze gordel moet aangeven houdt hem zonder mededogen of gevoel voor ritme wakker. Dus praten we. Enkel Jona is al in l’Aeronef geweest en naar verluidt heeft hij daar voor een appel en ei Morrissey kunnen ruiken, maar desondanks kan hij Dav niet meteen de ingang tonen eenmaal we er zijn. Wij zitten in de auto en zien hem trap of, trap af hijgen tot er een AED aan te pas moet komen. Best eens Lennert bellen.

Dino is jarig vandaag en we geven hem een Cubaanse sigaar, niet omdat we het schijt hebben aan Duitsers maar hij straks misschien wel aan ons. Nu is hij nog blij of zo doet hij toch, en helpt ons uitladen. Tijdens de soundcheck eist Dav om de haverklap dat onze instrumenten wolliger moet klinken – dat hij eens een muts over zijn kop trekt, zeg. Hij heeft zijn slagerschoenen weer aan en dat voorspelt weinig goeds, hij is uit op bloed en liefst dat van onder onze nagels. Niettemin klaart hij op wanneer we ineens 1914 fans blijken te hebben op Facebook – een getal met grote waarde voor onze piekhelmfetisjist. Straks worden we groter dan dEUS. In de backstage vraagt Lennert zich af waar de rum blijft. De verrassing is dan ook groot wanneer er een obus vol whisky op onze tafel staat – onze rider levert resultaat op. Nikimo heeft zijn werk goed gedaan wanneer de kok me nederig komt melden dat er pinda’s in de humus zitten en die mag ik niet. Er volgt een waanzinnige stoofschotel. Dit is Frankrijk, dit is het leven, maar dit past niet in ons kraam want over een half uur moeten we op. Toch stampen we alles er in. Jona en ik doen een rondje Sergio Herman, lopen een estafette van en naar het toilet en beklimmen met bezwaarde magen het podium. Het misselijkmakend licht doet ook al geen deugd.

Na onze show willen talloze mensen onze muziek in huis halen, maar we vinden het sleuteltje van de kas niet dus blijft de winkel op slot. Vader Jacobs blijkt ook van de partij zijn – hij heeft voor 40 procent aandeel in die lucratieve Germans en komt hier even de Panama Papers ontduiken. Hij vond het allemaal ronduit fantastisch en vooral de nieuwe nummers, die we eigenlijk al langer dan een half jaar live spelen. Ons moment de gloire wordt nog meer verpest wanneer die klojo’s van APTBS van wal steken met hun sound en vader Jacobs zijn hart en verkoudheid openlijk verloochent door op het derde en vijfde nummer te crowdsurfen. Ze spelen een set en leuken deze halverwege op met een discobar in het hart van de zaal. Zo zijn ze de zonnetjes van de avond en doen ze ons, de dwergsterren van dienst, krimpen in de marge. Er is afgunst en er is afgunst, maar die verdwijnt als sneeuw voor de zon wanneer Oliver ons weer komt ophemelen en een paar pyjama’s laat toewerpen om ons te paaien. Oliver is terecht een van de TIME’s meest invloedrijken mensen ter wereld. Hij raadt me aan op een Xbox te spelen in plaats van boeken te lezen. Backstage wordt het verschil tussen voor- en hoofdprogramma nog duidelijker wanneer de jongens hun stukgeslagen instrumenten zitten te lijmen terwijl wij op hun vingers staan te kijken en alleen maar lijm kunnen snuiven. Ons budget om dingen stuk te slaan is beperkt, zeker nu Dav off stage in de strobo van APTBS is gesukkeld en we dus in een flits weer in de schulden zitten. We hebben nog nooit een kiwi met lang haar gezien tot Dion ons zijn zus voorstelt. “Als je er een brood naar gooit krijg je het gesneden terug,” zegt Jona, maar ze spreekt Frans. Niemand kan volgen.

Het gaat pas helemaal fout wanneer Burgers onze naamkaart van de deur trekt en aan flarden scheurt. We raken slaags in de traphal en de strijd gaat gelijk op tot we in zijn broodzak stampen, in zijn salade spuwen, zijn twee zachte deeghelften uiteen trekken en dat honey glazed stuk Mexicaans vlees met de voeten treden. Hij huilt als een gepelde ajuin en biedt zijn excuses aan. In ruil voor zijn wangedrag mogen we een saus kiezen.

Het is nog geen elf uur en die bavianen van de security komen ons bijeenrapen. We worden allemaal nogal onwennig in een lift gewipt omdat deze nog maar een keer op en neer gaat, in tegenstelling tot ons. De drank vloeit rijkelijk en tussen al het materiaal in vindt er een orgie plaats in het hoofd van Lennert, tot we vijf seconden later het gelijkvloers bereiken. In de hermetisch afgesloten garage, het sluitstuk van onze tour door Frankrijk, staat zijn vriendin te stampvoeten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − 6 =