Aurora :: All My Demons Greeting Me As A Friend

“He holds the gun against my head / I close my eyes and bang I’m dead / Oh, he did it all to spare me from the awful things in life that come.” Aurora Aksnes, 19 jaar, Noorse, geplaagd door een dozijn of meer demonen, heeft een betoverend donkere popplaat gemaakt zoals ze niet elk jaar verschijnen.

Ze is aan het rijpen in de coulissen, deze Aurora. Geen groot uitgekiend marketingplan à la Jack Garratt, geen duchtig geslijp van een diamant à la Lapsley. Wellicht omdat Aurora geen écht hitpotentieel dreigt te hebben zoals bijvoorbeeld bloedverwante Florence + The Machine dat duidelijk hoorbaar wel al had op haar debuut – toen al voorzien van een goeie scheut massa opruiende euforie. Of misschien omdat Aurora zo eigengereid is. Het tekstboekje doet je immers al snel dubbelchecken of deze blondine daadwerkelijk 19 jaar is.

Voor Aksnes lijkt popmuziek gemaakt om haar donkere gedachten te kanaliseren. Het leven een schuddebol from hell waarin ze vastzit. Haar muziek een vorm van escapisme waar ze soelaas vindt in de donkerste krachten van de natuur, waar ze van haar gedachten een vormeloze schuilkelder maakt. En vooral, waar ze de lelijkheid van alledag te lijf gaat met tijdloze muzikale schoonheid. Uiteraard trapt ze daar al eens lelijk in door, maar wanneer dat gebeurt als in de eurosonglyriek van “Through The Eyes Of A Child”, wordt dat gecounterd met zulke bloedmooie zanglijnen dat kippenvel het wint van scepsis.

De drums ratelen al eens zoals bij de machinerie van Florence, maar toch breekt de zon nergens echt door op All My Demons. Ook niet tijdens de meest strijdvaardige momenten als “Running With The Wolves” en “Warrior”. Producer Magnus Skylstad, die louter een naam heeft opgebouwd binnen de Noorse landsgrenzen, laat een galmende sfeer door de hele plaat kringelen als mist boven een door donkere heuvels omgeven meer. Waar vocale arrangementen al eens sirenes zijn die u niet door veilige wateren loodsen. Het maakt van Aurora’s debuut een van die uiterst zeldzame popplaten waar de luisteraar zelf naartoe moet trekken, de berg komt niet crowd pleasend naar Mozes.

Dat zorgt ervoor dat we op Werchter niet meteen een volle Klub C verwachten wanneer ze daar zondag aantreedt. Juweeltjes als het bloedmooi melodieuze “Runaway” spelen hard to get voor een publiek dat al snel nummers (en personen) weg swipet, de folkpop van “Home” mist de behaagzucht van een Dotan maar kruipt daardoor wel net meer onder je vel. “I Went Too Far” neigt dan weer naar het meest toegankelijke van Röyksopp. En donkere gedachten als “We are not alive / We are surviving every time”, “I fall alseep in my own tears” en “Broken mornings, broken nights and broken days in between” zijn spiegels waar men vandaag – yolo nog aan toe – liever niet in kijkt. Laat staan dat men als tegengewicht wegvlucht in de meest barre natuur, zoals Aurora dat tekstueel doet. Nee, een crowdpleaser is ze niet. Pleit voor haar.

Aurora’s stem is dan weer honing die de donkere pil helpt vergulden. Een stem die geen extase, maar vooral kwetsbaarheid opwekt. Het maakt, samen met de in niet meer dan schemerlicht badende sfeer, een trip van All My Demons waarin je je moet willen onderdompelen. Katy Perry uitte zich als fan van Aurora door “Finally. New music that makes my heart flutter” te twitteren. Dat Katy Perry gelijk heeft – ook een zin die we niet elke dag schrijven. Aurora mikt zonder omwegen op het hart in plaats van op de benen. Daarmee dreigt ze ook weer tussen twee stoelen te belanden: niet catchy genoeg voor de popliefhebber, niet hoekig genoeg voor de meerwaardezoeker. Maar voor wie wil, ligt er een schatkaart naar een popparadijs klaar.

Het maakt van haar debuut een duurzame popplaat, en geheid een van de mooiste van het jaar. Loopt u rond op Werchter begin juli, ga dan toch maar even kijken. Als u zich dat uurtje dan kwetsbaar durft op te stellen, is er veel mogelijk. Dat is alleszins wat Aurora met haar bloedmooie debuut bewijst.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 5 =