Florence + The Machine :: 9 december 2015, Sportpaleis

Het jaar kruipt op een wel héél donkere manier naar z’n einde, en de wereld beseft dat ze weer weinig had om zich vrolijk over te maken in 2015. Terwijl buiten aan het Sportpaleis een paar militairen paradeerden, blies Florence de grootste brok energie en positivisme de zaal in die we in tijden hebben meegemaakt.

Wat een wijf, die Florence. Loopt op en rond het podium een persoonlijke ten miles en doet onderwijl bijna twee uur aan vocale topgymnastiek, als een sirene waar alle cynisme en donkerte schipbreuk op lijden. Florence en haar machien waren live een omverblazende triomftocht, een hoogmis van euforie, een complete catharsis. Dat was ze al in Werchter eerder dit jaar – wat haar meer dan terecht promoveerde tot hoofdact volgend jaar – en dat was ze nóg meer nu. In het publiek wordt er gekust, gestreeld en geaaid, geglimlacht van oor tot oor, er worden een paar tranen uitgedreven, kleren uitgetrokken en de lucht in gegooid, er worden duivels uitgedanst en -gezweet.

Dat komt vooral doordat meer dan de helft van de set wordt opgehangen aan haar derde, en beste, plaat How Big How Blue How Beautiful, waarop ze een liefdesbreuk, een depressie en een paar verslavingen van zich af schreef, zong en danste. Het leverde een sterke brok troost op waar geen pil tegenop kan. Deze plaat moet terugbetaalbaar worden van de ziekenkas. Maar ook muzikaal was deze plaat de broodnodige stap vooruit voor Welsh. Ze dreigde met Ceremonials (niet toevallig bijna onzichtbaar in de set) ten onder te gaan aan een veel te log, zwaar, synthgedreven geluid dat sterke songs verdrong. Op HBHBHB mogen de vensters van de nummers wijd open, voorzien van een natuurlijker geluid en prachtige vocale en blazersarrangementen.

Dat vertaalt zich ook live, met vijf achtergrondzangeressen, waarvan drie koperblazers in bijberoep. Ze voorzien oude en nieuwe songs van mooie laagjes in plaats van Welsh’ misthoorn nog verder aan te dikken. Want dat is geenszins nodig, bewijst ze nummer in, nummer uit. Daardoor speelt Welch een spel van subtiliteit tussen alle bombast, die daardoor nooit echt doorslaat. Meer nog, het mooiste moment van de avond is een verrassend ingetogen “Cosmic Love”, dat Welch sussend zingt, alleen begeleid op harp en gitaar. Het Sportpaleis nooit zo stil geweten.

En dat net na beginselverklaring “Shake It Off”, waarmee je verwachtte dat net als in Werchter het euforische slotoffensief op gang getrokken zou worden en dat Florence deze avond bijgevolg niet meer zou verrassen. Maar pas na dat rustpunt gaat het dak er helemaal af, met een opvallende glansrol voor nieuwe songs “Queen Of Peace”, een nieuwe publieksfavoriet en muzikale afrekening “What Kind Of Man”. Die nieuwe plaat is opvallend snel in de harten gesloten, en zoekt daardoor verbinding met debuut Lungs. Waarvan alle songs als een huis blijven staan trouwens: “Rabbit Heart”, “Dog Days Are Over” en een ziedend, in gloeiend rood badend “Drumming Song” doen het Sportpaleis daveren.

Twee uur lang is liefde zuurstof waar een hele zaal high van wordt. Het gaat Florence puur om verbinden, en daar horen smartphones die je afsluiten van elkaar niet bij. Wanneer Welch aanmaant ze minstens voor één nummer op zak te houden, gehoorzaamt iedereen gedwee. “They make you look down all the time, but we must look up.” De zaal juicht bij wijze van “Amen” en wordt tijdens “You’ve Got The Love” en “How Big How Blue How Beautiful” haar gospelkoor. Het mag allemaal zweverig, misschien naïef klinken, maar fuck it: het mag, nee: moet, soms.

Los daarvan kroonde Florence + The Machine zich tot één van dé artiesten die de afgelopen tien jaar zijn opgestaan, en moet daarin wellicht alleen haar meerdere erkennen in Adele. En die status zal de komende jaren alleen maar groeien. Misschien maar goed ook: mocht de wereld een beetje meer Florence zijn, u was veel gelukkiger, te zien aan 17.000 glimmende gezichten achteraf.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + tien =