Benjamin Clementine :: 9 december 2015, AB

Een beetje schuchter komt Benjamin Clementine het pikdonkere podium op, waarna hij zich in zijn typische lange zwarte jas op een opvallend hoge kruk aan de vleugelpiano laat zakken. Hij legt zijn vingers nog een tiental seconden roerloos op het klavier terwijl hij wacht op een muisstille zaal. De honderd minuten die daarop volgden, zijn voer voor superlatieven.

Zijn bewierookte debuutplaat At Least For Now deed de ster van Clementine begin dit jaar razendsnel stijgen, maar met enkele minder overtuigende passages op onze festivalpodia doofde die ster ook snel weer uit. Op zich is het natuurlijk niet verwonderlijk dat zijn donkere pianosoul niet is opgewassen tegen de ondraaglijke lichtheid van een festivalweide in de late namiddag, maar toch: Clementine heeft duidelijk wat tijd nodig gehad om tot de juiste podiumact te komen.

Die heeft hij intussen gelukkig gevonden. In de intieme concert- en theaterzalen waar hij dit najaar speelt, staan geen strijkers meer aan zijn zijde, alleen een drummer die Clementines wervelende pianospel bij elkaar houdt. Voeg daar nog de Mercury Prize aan toe die zijn album vorige maand won, en je krijgt een artiest die zelfbewuster dan ooit op het podium staat.

Subtiele pianotoetsen en de zachte, bijna fluisterende stem van Clementine maken van opener “Gone” meteen een beklijvend beginakkoord en ook “Condolence”, dat wordt voortgestuwd door ontketende drums, maakt indruk met abrupte tempowissels, rigoureuze uithalen en intense stiltes. Ook opvallend: het contrast tussen de schijnbaar nauwelijks bewegende lippen van Clementine en het indrukwekkende volume dat hij de zaal in stuurt. De eerste krop in de kelen smelt weliswaar wanneer enkele net iets te luidruchtige toeschouwers door Clementine netjes op hun plaats worden gezet, maar al na enkele minuten heb je het gevoel dat dit iets bijzonders kan worden.

De stem van Benjamin Clementine werd al vaak vergeleken met die van Antony Hegarty en vooral Nina Simone, maar tijdens de stormachtige versie van “Adios” (mét engelengezang) of het grillig gebracht “Nemesis” doen zijn theatrale vocalen even goed denken aan die van Freddie Mercury of Édith Piaf. Als een predikant wisselt Clementine zacht parlando af met furieus getier, steeds in duet met pianospel dat bijna achteloos uit de vingers rolt. De helft van de nummers speelt Clementine solo, bij de andere helft wordt zijn pianospel door de drummer bij de hand genomen en krijgen de songs een eigenzinnige, donkere groove. Zo begint “London” op kousenvoeten, veel meer ingetogen dan de albumversie, maar eindigt het op tapschoenen; viriel en swingend.

De AB eet ondertussen uit zijn hand en met uitzondering van enkele onverlaten die het een leuk idee vonden om hier en daar ritmisch handengeklap te lanceren, zit je als toeschouwer helemaal in de autobiografische nummers van Clementine. In zijn spoor kijk je naar het vertrouwde Londen uit zijn jeugd en het kille Parijs waar hij straatarm en moederziel alleen ronddwaalde op zoek naar succes. Wanneer hij “And this is the place, I now belong” uitroept tijdens “Cornerstone”, voel je hoeveel deugd die uiteindelijke erkenning hem doet.

Zijn turbulente levensloop heeft Benjamin Clementine op zijn 27ste al een volstrekt unieke stijl opgeleverd. De traditionele songstructuren die hij overboord gooit en het virtuoze pianospel dat hij koppelt aan een dramatische falsetstem… Op zich is het niets nieuws, maar de intensiteit waarmee Clementine het naar een podium vertaalt, is iets wat weinige anderen klaarspelen. Een vijfsterrenconcert, zonder meer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 + 17 =