BEST OF: Mercury Rev

Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goedgeplaatst om het eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van enola om maandelijks de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van Mercury Rev.

1. Holes

Het is een van de meest onwaarschijnlijke verhalen uit de recente popgeschiedenis: in 1998, toen Deserter’s Songs uitkwam, bestond de groep rond Jonathan Donahue en Grasshopper eigenlijk niet meer. Na See You On The Other Side waren de groepsleden immers verdwenen in de waas van chaos. En toen was daar plots uit het niets de orkestrale pracht van Deserter’s Songs, een album waar niemand op zat te wachten maar dat een schot bleek te zijn die de roos aan stukken schoot. “Holes” diende daarbij als majestueuze opener die meteen alle registers opentrok en de luisteraar liet meedrijven op wolken van kosmische americana. “Bands, those funny little plans, that never work quite right” fluistert Donahue op het einde van het nummer, maar juist in dit nummer vallen alle puzzelstukjes van de nieuwe Mercury Rev voor de eerste keer weer in elkaar.
Hoogtepunt: 1’43”. Donahues stem wordt ingehaald door een prachtige theremin die het nummer nog meer omhoog stuwt tot een onwezenlijk panorama van geluid.

2. People Are So Unpredictable

Toen Mercury Rev in 2008 tourde met het nieuwe Snowflake Midnight in de rugzak waren woorden als geluidsstorm, donder,.. niet van de lucht. In “People Are So Unpredictable”, een sterkhouder van die laatste LP, hoor je waarom. De drums van Jeff Mercel echoën als Thor in gindse verte, doorbreken de etherische vrede die Donahue op de voorgrond net heeft geschapen. Het is het soort frontale aanval dat de band goed afgaat; een perfecte combinatie van de ouderwetse pyschedelica die de band aan zijn eerste succes hielp, en genoeg structuur om het ook verteerbaar te maken.

Hoogtepunt: 2’46”. Donahue mag even gewichtloos zweven in de ruimte met een eerste “There’s no bliss like home”. Tot de band daverend tussenbeide komt en het auditieve equivalent van een potige aardbeving evoceert. Terwijl het ‘s nachts pijpenstelen giet. En de wind door bliksem schaars belichte takken alle kanten in de rondte doet zwiepen. Natuurgeweld, quoi.

3. The Dark Is Rising

Mercury Rev heeft in zijn carrière al wat rare bokkensprongen gemaakt, maar qua de luisteraar op een verkeerd been zetten, kan dit nummer tellen: beginnen met een strijkersectie waarmee je een half Himalayagebergte van een soundtrack kan voorzien, om daarna terug te keren naar één van de meest naakte pianolijnen die de band ooit op plaat gezet heeft, faut le faire. Gelukkige levert juist dat contrast de groep ook wel één van de beste songs van hun carrière op. Ondertussen mijmert Donahue wat voor zich uit over wat zou moeten zijn maar wat niet is, om uiteindelijk toch het hoofd neer te hangen.
Hoogtepunt 0′ 24″. De storm van strijkers gaat een eerste keer liggen en staat zijn plaats af aan een bloedmooie piano. “I dreamed of you in my arms/ But dreams are always wrong/ I never dreamed I’d hurt you/ I never dreamed I’d lose you/ In my dreams I’m always strong”, want uiteindelijk, hoe goed we ook proberen, kan de realiteit toch zelden dat wat zich in ons hoofd afspeelt benaderen, en dat is ook de sombere conclusie van “The Dark Is Rising” en All Is Dream.

4. Car Wash Hair

Je zou het bijna vergeten, maar er was een tijd dat Mercury Rev zich vooral bezighield met elkaars oogballen molesteren en muziek te produceren die maar nét niet uit elkaar viel in brokken ongestructureerde, chaotische noise. Nu zou je de teksten van Donahue eventueel aan je kinderen voor het slapengaan kunnen voorlezen (“If I was a white horse/ and offered you a ride?”), maar toen werd de groep uit Lollapalooza gegooid omdat ze te luíd speelden. En toch slaagden ze er in twee geweldige maar ook hermetische platen af te leveren: Yerself Is Steam en Boces. En zelfs toen leverden ze nummers af waar onder de noise toch nog altijd van kop en staart voorziene songs in te herkennen waren. Zo is er “Car Wash Hair”, een prachtige vroege single die zelfs enige subtiliteit binnenbrengt in het universum van de vroege Revs. Nergens ontploft de song echt, maar die ingehouden spanning vormt hier juist de sterkte van het nummer.
Hoogtepunt 0’24”. “Can I run my hands through your car wash hair?” zingt Donahue, en de song trapt zich dromerig op gang om vervolgens zes minuten heerlijk te zweven.

5. Vermillion

Oké, The Secret Migration was waarschijnlijk niet meteen de meest geïnspireerde, vernieuwende of kwaliteitsvolle plaat van Mercury Rev (en dan zeggen wij nog niets over de werkelijk spuuglelijke hoes), maar toch is het album altijd wat onderschat geweest en staan er zelfs op deze plaat nog pareltjes voor wie bereid is goed te zoeken. Zoals deze “Vermillion”: dichter bij een puur popnummer is de groep waarschijnlijk nooit meer gekomen en het warme spelplezier spat van het nummer. Donahue is goed bij stem, tussen de opbouw valt geen speld te krijgen en Grasshopper laat zijn gitaar heerlijk knallen.
Hoogtepunt 0’40”. Na de mooie piano-intro trekt Donahue voor de eerste keer echt zijn strot open om “I know love sounds impossible/ Some words are just so hard to say/ And there’s times you feel unlockable/ And all you ever want/ Is someone to try” te zingen, en plots barst alles open in een kleurenpracht en schemert er zowaar wat voorzichtige hoop in de herfstige wereld van Mercury Rev.

6. Goddess On A Hiway

Oftewel, een van de paradepaardjes van Deserter’s Songs én de doorbraaksingle die opnieuw een waaier van mogelijkheden bood na de black-out die op See You On The Other Side was gevolgd. En toch gaat dit nummer eigenlijk al mee van 1989 en overleefde het dus bijna tien jaar noiserige chaos voor het op het symfonische meesterwerk dat Deserter’s Songs was, belandde. Het nummer is met zijn verslavend eenvoudige piano, denderende gitaarpartij en aanstekelijk refrein duidelijk dé oorwurmende popsong van de plaat en betovert elke keer weer.
Hoogtepunt 0’25”. De gitaar barst een eerste keer open en Donahue kermt “I know it ain’t gonne last”, en je hoort de grote doorbraak als het ware voor de deur staan.

7. Tides Of The Moon

Organische bas wandelt een potje, piano drentelt er wat achteraan, en Jonathan Donahue put eens diep uit de pot natuurmetaforen; “Tides Of The Moon” is een kabbelend beekje van een nummer, maar live wordt dat water tot woeste golven opgezweept. Dan komt die gitaar naar de voorgrond, stuwt de drum elke frase over zijn top, om zich in de diepte te storten. Een nummer met twee gezichten, dus, maar vooral een stiekeme sterkhouder: een klein liedje dat plots groots blijkt te zijn.

Hoogtepunt: kleine liedjes hebben geen hoogtepunt. Ze zijn dat gewoon van begin tot einde.

8. Something For Joey

De Revs zijn natuurlijk nog altijd een beetje van lotje getikt, en Donahues teksten durven al eens af te drijven naar oorden waar maar weinigen hem zullen kunnen volgen, maar vergeleken met de gekte die de groep begin jaren ’90 in zijn greep hield, zijn Donahue en Grasshopper echt wel bezadigde opa’s geworden. De hoes van Boces wekte al enige bizarre verwachtingen op, en de muziek loste deze ruimschoots in. Dat de plaat tot stand kwam onder invloed van een vrachtwagen verboden middelen, wekt dan ook geen verbazing op. En toch vallen uiteindelijk alle puzzelstukjes in elkaar, bijvoorbeeld op deze “Something For Joey”, met zijn onweerstaanbaar kierewiete dwarsfluit van Suzanne Thorpe, schreeuwerige gitaren en kenmerkende zang van toenmalig zanger en full-time weirdo David Baker. Tip: bekijk ook zeker de van de pot gerukte videoclip bij het nummer, inclusief ruimteschepen en pornosnorren.
Hoogtepunt 0’58”. De ingehouden gekte ontploft in een waas van distortiongitaren en een absurd onschuldig klinkende dwarsfluit, en je kan als luisteraar enkel grijnzend achterover leunen.

9. Empire State (Son House In Excelsis)

De opnames van Boces waren zo uitputtend en dreven zo’n wig tussen de groep en David Baker, dat deze laatste met slaande deuren Mercury Rev verliet. Daarna nam Jonathan Donahue definitief het roer over, om de groep vervolgens te sturen in de richting van een geluid dat zou culmineren op Deserter’s Songs en All Is Dream. Maar eerst was er nog See You On The Other Side, een overgangsplaat waarop je een groep hoort die schippert tussen de gekte van vroeger en de symfonie die zou volgen. De plaat heeft echter zeker ook een intrinsieke kracht in zich die er meer dan een simpel tijdsdocument van maakt. Dat hoor je bijvoorbeeld goed op dit openingsnummer van de plaat. In de eerste helft zijn onder de kolder duidelijk de zaadjes van de latere Mercury Rev op te merken, maar toch kan de groep het niet laten in de potige tweede helft de song helemaal te laten ontsporen in wild om zich heen slaande gitaren en een knetterende saxofoon (die over het algemeen een glansrol krijgt op See You On The Other Side). Gelukkig levert dat uiteindelijk toch vooral een bom van een song op.
Hoogtepunt 4′ 10″. En opeens staat daar toch weer de chaos voor de deur. Alle teugels mogen nog een laatste keer los en de song walst zich een weg naar de uitgang, daarbij alles plat slaande wat zich op zijn weg bevindt.

10. Senses On Fire

Soms mag een band zichzelf al eens duidelijk definiëren. In het geval van Mercury Rev gebeurde dat pas op plaat nummer zeven, maar helderder dan “Senses On Fire” kon het in elk geval niet. Met die titel als mantra, over een voortjakkerende krautbeat eeuwig herhaald, nagelt Donahue de essentie van zijn hypersensitieve persoon vast. Dat ene “Ready or not / Here I come” maakt het alleen maar urgenter.
Hoogtepunt: 2’22”. Een laatste “Ready or not / Here I come” en de hele zwik jaagt zijn eindbestemming onhoudbaar tegemoet.

11. Little Rhymes

Nog zo’n pareltje van het bescheiden meesterwerk All Is Dream, de plaat waarmee Mercury Rev zich na Deserter’s Songs definitief de titel Grote Groep mocht opspelden. Dat die plaat voornamelijk winterse bespiegelingen over onvervulde dromen, eenzaamheid en het fundamenteel onvermogen tot echt intiem menselijk contact bevatte, maakte hem alleen maar mooier. Zoals in de prachtsong “Little Rhymes”, waarin rond een duwende baslijn allerlei vederlicht fonkelende arrangementen dwarrelen. Donahues stem, die sowieso al een serieuze snik bevat, verdrinkt ondertussen bijna in de melancholie.
Hoogtepunt 1’12”. Voor de eerste keer lichten de flikkerende belletjes op die de song zo onweerstaanbaar maken, en Donahue smacht ondertussen “And time’s all mine”.

12. First-Time Mother’s Joy (Flying)

Oké, deze song van The Secret Migration bevat een aantal flink van de pot gerukte zinnen (“Everything is frozen/ And only the swans have chosen to be strong”, wtf Donahue, was dat nu echt nodig?), maar bon, in vergelijking met sommige andere songs op die plaat valt het hier best nog wel mee. En als de groep tegelijk één van zijn meest breekbare pianolijnen ooit neerzet, zijn wij bereid veel te vergeven. Ook Donahues kwetsbare stem klinkt alsof hij elk moment in scherven uit elkaar kan vallen, en wat hij ook zingt: je gelóóft hem. Deze song is: bedaardheid nadat alles gezegd is, en tot de conclusie komen dat “It was there all along/ And right in front of you” .
Hoogtepunt 0’00”. De pianopartij zet in, stilte na de storm, een steek naar het hart.

13. Downs Are Feminine Balloons

Kampvuurmomentje, Mercury Revstyle. Er zijn genoeg drugs genomen, iemand heeft de gitaar ingeplugd, een ander heeft haar dwarsfluit bovengehaald, en net voor het bijna gedaan is, vindt iemand iets wat op een diepe trom lijkt. Het resultaat is zes minuten dertig dromerig gepiel dat het vroege Animal Collective minstens een beetje heeft beïnvloed, al hadden zij het bezopen idee om die fluisterzang door schrille kreten te vervangen.

Hoogtepunt: Doe ons maar alles of niets met dit nummer. Half werkt niet.

14. Opus 40

Genoemd naar een sculptuur in upstate New York, is “Opus 40” vooral één van die orkestrale nummers die Desterter’s Songs zijn klassieke status gaven. Donahue portretteert een vrouw op de rand van de zelfmoord, maar de joyeuze muziek geeft al mee dat alles uiteindelijk goed is gekomen, al vroeg dat dan “Tears in waves, minds on fire / Nights alone by your side”. Zoals hij dat refrein zingt klinkt het bijna vreugdevol; net als Wayne Coyne ons ook kan doen glimlachen met de realisatie dat iedereen die we kennen ooit zal sterven. Tiens, die mannen kénnen elkaar?
Hoogtepunt: 1’15”. “I’m alive, she cried / But I don’t know what it means”. Vertwijfeling werd zelden poëtischer én droger gevat.

15. Sweet Odyssey Of A Cancer Cell t’ th’ Center Of Yer Heart

Hoe noem je een zeven minuten durende psychedelische trip, die aan- en afmeandert, versnelt en vertraagt, en uiteindelijk helemaal ergens anders eindigt dan hoe het begon? “Sweet Odyssey Of A Cancer Cell t’ th’ Center Of Yer Heart”, natuurlijk; wat anders? Maar noteert u toch maar dat dit episch monstertje één van de meest steekhoudende sonische experimenten van het vroege Mercury Rev is, waarin meer dan één later trucje – het hard-zachtcontrast, de onredelijke explosies als contrapunt – al te herkennen is.
Hoogtepunt: 3’29”. Onze kop er af als bij de pipo’s van Godspeed You! Black Emperor geen lampje is gaan branden op het moment van deze plotse orkestrale versnelling. “Moya”, iemand?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − 3 =