IIVII + Lean Left :: 18 september 2015, Magasin 4

Vreemd dat er zo weinig volk opgedaagd was in de Magasin 4, voor een affiche die uitblonk in het handelsmerk van de concertlocatie: muzikale schizofrenie. En al zeker omdat er toch een paar zwaargewichten uit verschillende uithoeken van het dwarse spectrum vertegenwoordigd waren. Het leidde tot minstens twee geslaagde concerten.

IIVII is het nieuwe soloproject van Josh Graham, waarmee die zich volop uitleeft met elementen die hiervoor vooral in de perifere zones van zijn discografie aan bod kwamen. Debuutalbum Colony wordt aan de man gebracht als een soort van space ambient, inclusief een hoes die vaagweg lijkt te refereren aan dat gehelmde Franse duo, maar vooral rondhangt in regionen die het niet zozeer van beats maar van golven moeten hebben. Het is gestroomlijnde, instrumentale muziek met een evocatieve charme die zelfs tijdens een beluistering in een gemiddelde huiskamer al visioenen van verlaten zonnestelsels en psychedelische ruimtenevels op je netvlies brandt, dus het was uitkijken naar een performance waar een krachtige geluidsinstallatie en op maat gemaakte visuals aan te pas kwamen.

Trippen, man! Meteen werd je meegezogen in de wereld van Colony, waarin tapes, toetsen en allerhande knopjesdraaierij (maar geen gitaar, ook al klonk het alsof er een EBow aan te pas kwam) je als luisteraar een kosmische rit bezorgden. Een enkele keer deed het bijna denken aan de elektropop van Drive, maar de muzikale kitsch werd onder controle gehouden. Visueel baadde het allemaal in geruststellende oranjetinten, verwant aan Gattaca, met skylines en architecturale hoogstandjes op andere planeten, maar ook –- en dat was nog net een tikkeltje toepasselijker –- beelden van zwevende ruimtevaarders die rechtstreeks uit Gravity overgewaaid kwamen. Soms baadde het in een air van eindeloze verlatenheid, maar net als het album werd het nergens te versmachtend, en werd je vooral getrakteerd op een comfortabele, soms zelfs warme melancholie.

De stap van het meanderende van IIVII naar het weerbarstige improwerk van Lean Left kon moeilijk nog groter zijn. Tijdens hun vier vorige Belgische concerten lieten de duo’s Terrie Ex/Andy Moor (samen de gitaristen van The Ex) en Ken Vandermark/Paal Nilssen-Love (samen een van de sterkte tandems uit de improvisatie) al horen dat de band in staat is tot explosief spektakel. Maar dan gaat het niet om rocken en al helemaal niet om rollen, maar om botsen en stuiteren. Lean Left verheft de kunst van het wringen tot een topsport, maar steekt er terloops zo veel intensiteit en spanning in, dat het adrenalinepeil de wijzertjes regelmatig doet exploderen.

En daar hebben die twee van The Ex helemaal geen arsenaal aan effectenpedaaltjes en distortion-muren voor nodig. Het spel is doorgaans even snedig als abstract en dissonant. Een gitaar is niet enkel een instrument met snaren voor melodieën en akkoorden, maar net zo goed een ritmebox die je kan bewerken met allerhande prullaria. Het duurde dan ook niet lang voor de stokjes eraan te pas kwamen en over de snaren en het gegeselde hout gekerfd werden. Drie van de vier muzikanten die in de weer waren met ritmes, en daar dan nog eens zo’n Ken Vandermark bij, nog zo’n liefhebber van een repetitieve incisie, een botsend figuur.

Nilssen-Love leek aanvankelijk voor een (naar zijn normen) rustige avond te kiezen, hij was vooral in de weer met wrijvende, schurende klanken. Tijdelijke schijn, natuurlijk. We zagen hem nog nooit het podium afgaan met een shirt dat niet compleet doordrenkt was van het zweet, en dat was ook nu weer zo. Zodra de man aan de slag gaat, écht aan de slag, heeft dat meteen een impact, worden volume en furie de hoogte in gejaagd, wordt benzine kerosine. En dan doet hij er nog een schep bovenop, en nog eentje. Waardoor ze soms vertrokken zijn voor een eensgezinde groove met een massieve stootkracht. Maar tegelijkertijd bevatte de set ook heel wat rustmomenten, waarin circulaire patronen rustig hun draai konden vinden, Vandermarks klarinet een duet kon uitvoeren met Moors iele frequenties, en Terrie Ex er even niets beter op vond om het podium te borstelen met een gitaarhals.

Een evenwicht van tegendraadse frictie en uit z’n voegen barstende energie, met hier en daar momenten die de lichamen rond ons deden voor- en achterover schieten als goedgeoliede knipmessen. Raggende gitaren, razende drums en daartussen een bronstig scheurende, of scherp snerende sax of klarinet. En terwijl een gemiddelde rietblazer het in die storm van geluid vermoedelijk snel zou opgeven, hield Vandermark koppig stand, gaf hij geen duimbreed toe, bleef hij zelfs in de meest naar zweet en geweld stinkende momenten zoeken naar nieuwe invalshoeken, van een staccato motiefje en kronkelende solo tot een Afrikaans getinte melodie. Knetterimprovisatie op het scherp van de snede, maar dat was intussen geen verrassing meer. Het doet eigenlijk vooral uitkijken naar het eerste studioalbum dat het kwartet onlangs inblikte.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − vier =