Beirut :: 15 september 2015, AB

Het was rijtjesschuiven, gisteren in de AB. Iedereen wilde een ansichtkaartje van het nieuwe (en vooral het oude) Beirut. Condon en co deelden statig uit.

Postkaartjes: je weet dat het Photoshopjes zijn, dat het zand nooit écht van goud was en de bikinibabes aan één kant verbrand zijn. Maar verdomd nog aan toe als je ze niet aan de ijskast hebt hangen. Gisteravond in de Ancienne Belgique gaf frontman Zach Condon voor het eerst in een dikke twee jaar een bloemlezing uit zijn collectie. Hij had er véél mee: de analoge polkapareltjes van weleer paradeerden hand in hand met de jongere popnummertjes, afkomstig van hupse nieuwe plaat No No No.

Dat album (Beiruts vierde) komt er tien jaar na Gulag Orkestar. Het was de debuutplaat van een wisse negentienjarige met een stem als van een man die onnoemelijk veel hartzeer heeft geleden. Gulag Orkestar wist Balkaninvloeden te borduren op een unieke, multi-instrumentale indie-outfit. En ook uniek: de manier waarop de plaat je ziel kon bekrassen en je toch in een opperbest gemoed achterliet. Dat soort weemoedig geluk kenden we ervoor enkel van oude films en hier en daar een boek (“Everything Is Illuminated” van Jonathan Safran Foer), maar we hadden er nog geen geluid voor.

Condon zette die stijloefening verder op de betere nummers van latere EP’s (Lon Gisland EP) en platen (The Flying Club Cup en The Rip Tide); ook die deden iets met onze interne endorfinefabriek. Maar na 2011 werd het stil. Condon werd zelf overmand door verdriet. Een echtscheiding en een depressie teerden aan zijn persoonlijke en artistieke zelfvertrouwen, wat hem ertoe bracht zich van zijn muziek af te keren.

Een nieuwe tour en een nieuw geluid moet nu het een en ander terug aan elkaar lijmen. Gisteravond werd oud en nieuw gevierd met een langgerekte glimlach, gloedvolle kleuren en klinkende trompetten. “Elephant Gun”, “East Harlem” en “Postcards From Italy” , drie hartenlapjes op leeftijd, waren nog steeds om te stelen: ook na al die jaren vervoeren accordeon en lillende ukulele nog datzelfde heerlijke, naar artisanale olijfolie geurende briesje. En “Santa Fe”, met die geweldige keys-van-den-Aldi en die samenwerkende stemmen en blazers, is — ook nog steeds — het beste walsnummer dat Yann Tiersen nooit maakte.

Gauw genoeg sijpelden de nieuwe nummers door: instrumentaaltje “As Needed” maakte zichzelf niets wijs en stelde zich tevreden met een figurantenrol. De officiële babyborrel van de nieuwe plaat werd ingericht door “Perth”. Het analoge Beirut waartegen iedereen vroeger yes, yes, yes zei, maakte nu plaats voor twee keyboards en een vrij diepe baslijn. Niet erg: ook in z’n poppier gedaante bleek Beirut aardig besognes weg te kapen en glimlachen te cultiveren.

De enige dwarsliggers? Condon en zijn band, gek genoeg. Met z’n zessen waren ze, maar niemand — afgezien van de drummer, wiens grijns we nu eens aanstekelijk, dan weer rated m for mature zouden noemen — leek dikke fun te hebben. De anderen, Condon voorop, stonden er gewoon bij. Beirut bracht nummers als in een clip: muzikaal perfect en bindtekstloos, maar ook van elke betekenisvolle emotie verstoken. Dat betekende vooral dat er geen hartkloppingen zouden zijn, geen gewaagde afwijkingen, geen extases. Geen “Nantes” of “Gulag Orkestar” die Condon konden kickstarten. Maar toch: zonnige groetjes uit de AB.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 − 2 =