Eve Beuvens :: Heptatomic

Soms is er niet meer dan een vrijgeleide, een ‘hier, doe maar eens gek’-opdracht voor nodig om een artiest een heel andere wending te laten uitgaan. Het gebeurde met pianiste Eve Beuvens die tijdens het jazzfestival van Gaume in 2013 ‘carte blanche’ kreeg en een septet rond zichzelf bouwde dat het ging zoeken op voor haar minder evident terrein. Het resultaat daarvan valt nu eindelijk ook op een schijfje te horen.

Beuvens liet met haar debuutalbum Noordzee (2008) – met goed volk als Yannick Peeters, Joachim Badenhorst en drummende broer Lionel – al horen wat ze in pacht had. En ook wat ze niet leek te ambiëren. Ze leek een pianiste van de harmonie en introspectie, niet van de wrijving en de roots. Meer Bill Evans en Lennie Tristano dan Horace Silver of Monk. In de daarop volgende jaren dook ze op aan de zijde van anderen en deelde ze de pret met Mikael Godée binnen een prima kwartet, maar het laken opnieuw naar zich toetrekken, dat gebeurde pas met Heptatomic, de naam die ze gaf aan haar band en nu dus ook aan het album.

Ze vond een intrigerende combinatie van vertrouwde en minder vertrouwde gezichten uit verschillende generaties en hoeken. Broer Lionel achter de vellen (in het verleden werd het zitje ook al ingenomen door João Lobo) en klepper Manolo Cabras (vraag maar aan Manuel Hermia of Erik Vermeulen) aan het ritmische anker. Daar nog eens de jonge Franse gitarist Benjamin Sauzereau bij en vervolgens een driekoppige blazerssectie, met veteraan/trompettist Laurent Blondiau (van o.m. Mâäk, dubbelend op bugel) en naast hem saxofonisten Grégoire Tirtiaux (alt, bariton) en de piepjonge Sylvain Debaisieux (tenor). Een bezetting die in vele uithoeken van de jazz heeft uitgehangen en Beuvens’ composities en arrangementen op papier een knappe draai zou kunnen geven.

Dat is daadwerkelijk het geval, ook al is het even afwachten, want het gaat erg ingetogen van start met “Winter Evening Walk”, dat zacht binnenkomt, plagerig als kabbelende golfjes die het strand likken. Zacht aangeblazen saxen, tintelende drums, fluisterende piano. Erg ingehouden, met een goed verborgen lyrische zwier die gaandeweg meer openbloeit. Het doet ook een beetje denken aan de latere versies van Charlie Hadens Liberation Music Orchestra. Natuurlijk in kleinere bezetting, maar met een vergelijkbare combinatie van elegantie, lyriek en warme gloed. En net als die band kan je met deze ook al eens een uitstapje maken naar roeriger oorden, wat een paar keer gebeurt.

“Silly Sally” bevat zo mooi die tweespalt, of toch een onderhuidse beweging. Het swingt niet echt, maar er zit een voorzichtige groove in, of toch tot die stilvalt en uitgeleide gedaan wordt door o.m. huilende gitaarklanken. Om meteen erna lik op stuk te krijgen middels een lekker vief kletterend “La Lettre du Scribe à la Joconde”, waarin de band plots een stuk groter gaat klinken dan een septet, opgejaagd wordt door scheurende saxpassages, denderende bas en een gitaar die gaat klinken als een spookachtige theremin. Vervolgens krijg je regelmatig een slalombeweging. De extreme uitersten worden daarbij gemeden – het zou eenvoudigweg ook niet in Beuvens aard liggen om ineens uit te halen met hyperextreme uitspattingen -, maar de diversiteit is er. En ze overtuigt.

Het korte “The Swan And I” is bedacht met een freejazzdynamiek, terwijl ook het open “Scratching Mermaids”, dat van start gaat met excentrieke pruttel- en slurpgeluiden aanvankelijk redelijk obscuur klinkt en later meer licht en melodie toelaat. Met “Water Games” wordt dan weer aansluiting gezocht bij een Afrikaanse oriëntatie, met vooral een glansrol voor Tirtiaux op baritonsax. “No Way Out Running” start dan weer als een pianoballade, maar ontwikkelt een knappe groove die Beuvens’ kwaliteiten als arrangeur erg mooi in de verf zet. Op die momenten maakt Heptatomic bruisende, moderne jazz die live ongetwijfeld aangrijpen om verder te verkennen en uit te groeien tot opwindende brokken samenspel.

Maar ook aan de meer omfloerste zijde vallen nog mooie dingen te rapen. “Les Roses de Saadi” is een en al elegantie, al weet Cabras er ook de Zuiderse warmte in te houden, terwijl het tweeluik aan het einde van het album een platform biedt voor Sauzereau en Beuvens zelf, die de plaat solo afrondt op een manier die meer aansluit bij haar vroegere werk. Het maakt van Heptatomic een geslaagde ‘comeback’ als leider. Het meer expressieve territorium wordt eigenlijk nog redelijk voorzichtig betreden, maar dat heeft als voordeel dat Beuvens en band zich nergens vergalopperen. En die nieuwe stijl, best wel verrassend en bruisend zonder haar vroegere identiteit af te stoten, staat haar prima. Hoog tijd dus om die intussen goed gerodeerde band eens live aan het werk te gaan zien.

… en dat kan op 5 september tijdens Jazz in ’t Park (Gent) en op 7 september in Flagey (Brussel), waar het album wordt voorgesteld. Op 31 oktober is het dan weer te doen in de Lokerse Jazzklub.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + zeventien =