PUKKELPOP 2015 :: Happiness — het merk

Dag Twee

Gevechten! Messentrekkers! Terrorisme! Zo, de politie van Hasselt let nu ook op, we kunnen weer verder. Wat dacht u van eens een kommetje andere metaforen vandaag? Zet de stoofpot maar op het vuur en laat sudderen: Pukkelpop biedt vandaag een lekker diverse ragout.

Vroeg opgestaan, want het Pukkeldebuut van Oscar wilden we na die fijne EP Beautiful Words voor geen geld ter wereld missen. Blijkt de jonge Londenaar toch nog niet helemaal klaar voor de wereld. Op het grote podium, met slechts een kluitje ongewassen festivalgangers om hem aan te moedigen, valt de lange Brit nog wat bleekjes uit. ‘t Ontbreekt hem vooral aan charisma. En af en toe ook aan een eigen gezicht, want ja, “Sometimes” heeft wel erg dicht bij “Coffee & Tv” van Blur gelegen en die beperkte bariton lag zo al ergens tussen Jens Lekman en Damon Albarn in. (Ja, wij weten dat Graham Coxon dat nummer zingt, maar toch: Blur.) Als de song echter goed zit, zoals in het aanstekelijke “Beautiful Words”, “Stay”, of het met een aardig fluitloopje gelardeerde “Told Me So”, dan werkt dit. Met een band in de rug in plaats van steevast gelijkaardige geprogrammeerde drumloopjes, kregen zijn song alvast meer leven in zich. Met een potig “Daffodil Days” — uit de tijd toen Oscar zijn songs nog op gitaar in plaats van laptop schreef — wordt uiteindelijk gepiekt op een manier die zegt “kom volgend jaar nog maar eens luisteren en je zult nog iets zien”. Afwachten of dat klopt, wanneer zijn debuutalbum in februari in de winkel komt.

Een wolk van doem drijft de Clubtent binnen. Neen, het blijkt gewoon het slecht afgestelde, modderig en vervormde geluid van Algiers. Jammer, voor een voorts perfect en intens concert. Terwijl de muzikanten rond hem aan de slag gaan met samples, toetsen, en kletterende drums, trekt Franklin James Fischer zijn indrukwekkende soulstrot open. Het resultaat is puur exorcisme, met songs waarin de man uit The South de duivels van het racisme probeert te bezweren en een James Brownmove daarbij ook niet schuwt. Ronduit verbluffend.

En dan de sauna in die Castello heet, voor drie mannen en één nutteloze microfoon. De Antwerpenaren van Go March doen het immers volledig instrumentaal en dat doen ze bijzonder goed. Aan een gestaag tempo voortjakkerende songs, synths waarvan een mens haast in trance zou geraken en repetitief gitaarwerk in de beste krauttraditie; meer moet dat niet zijn voor een veertig minuten durende kosmische trip. Ons zo vroeg op de dag al zo van de wereld krijgen, het is niet iedereen gegeven.

Hate & Merda klinkt precies zoals de naam doet vermoeden: vuil en Italiaans. Het is de eerste van een volledig menu aan bands die Mauro Pawlowski vandaag in Wablief? mocht programmeren. Zeer interessant, want de kans is nihil dat we de festivals nog voor het uitkiezen hebben waar dit duo wordt uitgenodigd. Ook al is het slotnummer al bezig als we de tent binnen wandelen, dit is op z’n minst, euh, speciaal. Trashy gitaarakkoorden, drumvellen die aan een resem duurzaamheidstest worden onderworpen en de strobo’s die ver voorbij de epilepsiestand staan. Dat, terwijl de Decamerone of iets soortgelijks gedeclameerd wordt. Speciaal inderdaad.

Minder speciaal is de dagschotel die Rhodes ons presenteert. Waar de kopstem van de Britse singer-songwriter David Rhodes — een bandnaam kan soms simpel zijn — ons nog doet denken aan Jeff Buckley en Vincent McMorrow, zijn songs als “Close Your Eyes” of “Breathe” niet bepaald haute cuisine. Er is één ingrediënt dat overheerst: pathos. Niet dat we daar per se iets tegen hebben, maar ‘t is zoals te veel mayonaise op een bakje frieten: je moet er je nummers niet in verdrinken.

Terug naar de Maurotent dan maar, waar met Meteor Musik het ruimtetoerisme gepromoot wordt. Tot vandaag de dag vroegen we ons tijdens slapeloze nachten wel eens af: waar luisteren astronauten al die eenzame uren eigenlijk naar? Dit trio biedt soelaas; een soort Kraftwerk from space, keyboard- en knoppenoperatoren compleet met ruimtepakken en beelden die precies door Philae zijn gefilmd. Een zeer geslaagde elektronicatrip, maar naarmate we dichter bij de zon komen en het warmer wordt, doen de drie podiumastronauten een voor een hun helm af. Niet alleen not done, maar ronduit gevaarlijk!

(mvs) loopt hier nu al anderhalve dag rond, en dan mag er stilaan wel eens aan ontspannen gedacht worden. En als we zeggen “ontspannen”, bedoelen we “de lat mag tegen de grond”. Gaat ons daarbij helpen: Elliphant, een Deense Vikingvrouw die zo’n vet Jamaïcaans patois bezigt dat een duet met Selah Sue zich opdringt, maar verder houden alle gelijkenissen op. Ellinor Miranda Salome Olovsdotter mag er dan übercool uitzien, aan haar wankele staat te zien is ze zwaar gaar op een of andere substantie en het zootje dat ze serveert bestaat uit niet meer dan platte beats en melodieloos gescandeerde slogans. Toch één uitschieter: het wél met een uiterst meebrulbaar refrein gezegende “Down On Life”, ten huize (mvs) en (lt) een crowdpleasertje. Olovsdotter kondigt het aan met een stoer “bitchez”, grijpt zich nodeloos in het kruis en daarmee is alles gezegd. Zieligheid ten top.

Gazelle Twin, het alter ego van de Britse Elisabeth — zeer Brits — Bernholz — minder Brits — is van het type waarvan je ongemakkelijk wordt als je er samen mee in een bushokje zou staan wachten. Ze heeft namelijk geen ogen, of zo lijkt het toch. Een gegeven dat perfect past bij het unheimliche, claustrofobische sfeertje dat de artieste samen met haar dj oproept: spookachtig, urgent en het komt altijd wel van ergens over je schouder loeren. Wij horen veel The Knife: misschien niet altijd de beste songs, al mogen “Belly Of The Beast” of “Anti Body” er wel zijn. Verder spreken we er ons niet over uit: wie weet wat er bij thuiskomst onder het bed ligt te wachten.

Het wordt er niet beter op voor uw getergde hoofdredacteur. Loopt ie al een week uit te kijken naar het moment dat hij “Never Ending Circles”, het onweerstaanbare nieuwe bozemeisjesanthem van Chvrches kan meebrullen, dan valt alles vandaag in duigen voor het Schotse trio. Nauwelijks twee nummers ver in de set begint de techniek te haperen en wanneer na ettelijke minuten de band opnieuw op het podium verschijnt voor een tweede poging, loopt het ook in “Lies” alweer mis. De elektronica laat het afweten, enkel Lauren Mayburry’s stem klinkt nog door. Hopeloos, natuurlijk en dat beseft de frontvrouw ook. Het enige wat ze kan doen is een a capella versie brengen van hit “The Mother We Shared”, daarbij ondersteund door het publiek. Het is overigens een goeie versie en het levert haar een pak respect op: je hebt ballen nodig om je op je eentje uit dit soort miserie te redden. Met Chvrches komt het echter niet goed vandaag. Het zal aftellen worden naar dat Brussels concert in november voor we weten hoe die tweede plaat zich live staande houdt.

Straks komen de echte Queens met hun Christine, eerst nog even de slacker queen van Pukkelpop. Want ja, die Courtney Barnett doet ook zomaar iets. Wat op plaat zo pittig klinkt, komt er vandaag — het is ook zo warm, meneer — maar flauwtjes uit. En als we deze sappige Australische één ding niet willen zien doen is het braaf en laidback. Zelfs in single “Dead Fox” klinkt haar stem maar wat mak. Het is wachten op het einde vooraleer ze eindelijk haar tanden laat zien, maar dan komt de bijtende afrekening “Pedestrian At Best” er ook verdomd nijdig uit. Een goaltje in de laatste minuut; het is wat weinig, maar kom, het maakte voor Manchester United ook heel wat verschil.

Pakt me daar even de Main Stage in dat het een bewonderend fluisteren verdient: Christine & The Queens. Alsof dat niets kost pakt ze de wei in met flair en présence, maar daarvoor steunt ze helaas niet iets te veel op gemakkelijke covers. Zo naait ze het chanson “Paradis Perdu” van Christophe aan elkaar met “Heartless” van Kanye West, duikelt ze in de outro van “Science Fiction” “Don’t Want No Short Dick Man” van Fingers op en wordt elders nog “Pump Up The Jam” in de stew gemikt. Het is van het goeie teveel.

Het erge is: dit is niet nodig. Wat Christine — née Héloise Letissier — hier serveert, is immers op zich al een succulente foie gras van Franse traditie, visueel genie à la Stromae en Engelse pop. Wanneer haar dansers zich mee smijten in dat “Christine” ontstaat magie en een ingetogen “Saint-Claude” heeft zelfs geen poespas nodig om indruk te maken. Dit is een dame die weet wat ze wil en hier misschien zelfs ooit kan headlinen. Maar voor alles heeft ze eerst en vooral een tweede album nodig, zodat ze al dat leentjebuur kan laten. Verder geen klachten. Cool. Wijf.

Gelijktijdig is ook The Soft Moon aan de bak, met wave en post-punk zwarter dan kaviaar. Drie mannen die zonder nonsens de zweep erop leggen, bindteksten tot een minimum beperken en nummer brengen met titels die al even to the point zijn, zoals “Black”, “Wrong” en “Circles”. Duister maar dansbaar, met onvermijdelijke referenties aan Joy Division, maar ook bijvoorbeeld Fields Of The Nephilim en Liasons Dangereuses. De bas klettert zwaar, de drums zijn opdringerig en frontman Vasquez wisselt zijn gitaar af met een extra trom. Wie zo kan kloppen, moet enorm goeie sabayon kunnen maken, bedenken we ons. Straffe set.

Prachtig hoe de vier snaken (nu ja, ook al flinke dertigers of ouder) van Franz Ferdinand en de twee bompa’s van operetterockband Sparks elkaar hebben gevonden. Want wat op papier zo’n vreemde combinatie leek, blijkt in de feiten te pakken als goed geklopte mousselinesaus. Meer nog: Alex Kapranos lijkt iets nieuws in zich ontdekt te hebben en gaat maar wát graag mee in de theatraliteit van Sparkszanger Russell Mael. Het resultaat is een uur hoekige operetterock waar het spelplezier en onderling respect van af druipt als vet van een braadkieken. Het moment in “So Desu Ne” waarop drie Franzleden samen met Russell achter de toetsen kruipen, is het inkaderen waard.

Samen grasduinen de twee groepen door hun beider oeuvre én het gezamenlijk bereide FFS. “Collaborations Don’t Work” gaat het dramatisch nadat “Do You Want To” vlot wordt verhaspeld, maar dit concert bewijst het tegendeel. Speels worden Sparksklassiekers als “The Number One Song In Heaven” en natuurlijk “This Town Ain’t Big Enough For The Both Of US” passeren vanzelfsprekend, maar het is al even evident dat ook “Take Me Out” er aan moet geloven en meteen ook de vloer van de Marquee die tot trampoline wordt herschapen. Vergeet even al die verhalen over Werchter 2004: dit was minstens even legendarisch als dat moment en wanneer het sextet ons uiteindelijk met een jolig en dreunend “Piss Off” uitgeleide doet, weten we: een brede, bréde grijns is op zijn plaats. Pukkelpop is net gewonnen door de onwaarschijnlijkste combinatie ooit.

Je hebt weinig artiesten die met meer flair op en rond het podium bewegen dan Joshua Tillman, alias Father John Misty. Nick Cave moet dat ook al gezien hebben. De charismatische Jezusfiguur gaat vanaf de eerste minuut al door de knieën, op de rug, in de frontstage en weer terug. Het gaat er allemaal zo glad aan toe dat we haast vergeten te zeggen dat de man een sterke vijfkoppige band bij zich heeft, samen met een rits sterke songs, de meeste vanop I Live You, Honeybear. Dat het de laatste keer is dat hij op Pukkelpop speelt, deelt Tillman doodleuk mee. Geen idee waar dat over ging.

Verder niets aan de hand: “Bored In The USA” passeert de revue, waarna een fotomoment ingelast wordt ter voorbereiding van “Chateau Lobby #4 (in C for Two Virgins)”. “Jesus Christ, girl. What are people going to think?” klinkt het laat in de set bij “Hollywood Forever Cemetery Sings”, wanneer Tillman een elektrische gitaar om de schouder heeft en een stevige finale wordt ingezet. Een geniaal en krachtig “The Ideal Husband” is het dessert, digestief en de fooi tegelijkertijd. En dat toch maar hopelijk niet de laatste keer.

Veel volk voor de Main Stage. U houdt duidelijk van Ellie Goulding en zij doet dat — lichtjes verbaasde blik op het gezicht geschilderd — terug. Waaròm al die liefde hier heen en weer schiet, daar hebben we dan weer het raden naar. (mvs) bedenkt spontaan het woord “Sportpaleispop” en beent haastig verder. Op zoek naar, ja, wat eigenlijk?

Iets dat duidelijk niet bestaat, want in een vlaag van volstrekte zinsverbijstering besluit hij een uur later opnieuw mee te schuifelen richting Bastille. Een mens wil toch een béétje inzicht krijgen waarom dit in godsnaam een headliner is geworden. Kijk, we horen het nog altijd niet, maar u zong al van bij opener “Laura Palmer” massaal mee. Het zij u gegund, maar wij strompelen alweer verder.

Na het meest pijnlijke dilemma in zijn festivalcarrière te hebben opgelost, trekt (lh) omstreeks twintig voor elf alsnog naar Goat, dat gelijk geprogrammeerd staat met het immer machtige Amenra — sorry, gasten! Niet dat je beide bands kan vergelijken, integendeel zelfs. De Zweedse sjamanen zijn gemaskerd, spelen een opzwepende mix van disco, psychedelica, kraut, afrobeat en Jimi Hendrix-achtige gitaarrock en staan live telkens garant voor een exotisch feestje. Amenra daarentegen is keihard, ultraduister en bloedserieus, maar de concerten zijn ook altijd indrukwekkend. De kans is echter kleiner dat we de mysterieuze Zweden gauw aan het werk zullen zien, ook al is de passage op Pukkelpop het laatste optreden van de Belgische sludge-trots in een lange (?) tijd.

Goat dus. Na onvergetelijke optredens op Roadburn Festival, Incubate en de AB mag de groep eindelijk ook Pukkelpop verblijden met eclectische voodoomuziek, thuis te beluisteren op het fantastische World Music en het al even geniale Commune. De marketeers achter de band hebben de voorbije jaren de hype rond de band zorgvuldig opgebouwd. Zo weet niemand wie de dames en heren achter de maskers zijn en gaat het verhaal de ronde dat in hun geboortedorp Korpilombolo, in het uiterste noorden van Zweden, de bewoners occulte rituelen zouden beoefenen. Wel, het (underground)succes is verdiend, want welke band kan u vandaag, uitgezonderd onze eigenste The Germans, zo’n boeiende en tegelijk dansbare trip bezorgen?

Opener “Words” zweeft op een laagje synths en ook de gitaarsolo’s zijn meteen om duimen en vingers bij af te likken. In het opzwepende “Let It Bleed” domineren dan weer de opzwepende percussie en een meeslepend gitaarmelodietje. Daarna volgen nog het ongelooflijk ophitsende “Goatman” en “Run To Your Mama”. Al even geestesverruimend: het oosters getinte “Hide From The Sun”. Ook bij “Goatslaves” is het dansen, dansen en nog eens dansen geblazen. U begrijpt het goed: Goat zorgde voor het ene hoogtepunt na het andere in de Wablief?!-tent. Als er binnen negen maanden plots veel ongewenste baby’s geboren worden, weten we alvast waarom.

En zo belandt een mens uiteindelijk in de verste uithoek van het terrein, waar Mark Ronson het dj-trucje van afgelopen Dour nog eens mag overdoen. En dat bedoelen we letterlijk: dezelfde opbouw, hetzelfde knallend uitpakken met Kanyes “New Slaves”, maar uiteindelijk toch even het verschil maken met de afsluiter, wanneer een schetterend “Sir Duke” van Stevie Wonder dan toch voor wat feestelijkheid zorgt. Maar serieus, zijn wij hier nu écht dj-sets aan het bespreken? Pukkelpop, wat schéélt er met u?

En zie ons bezig, want onbedoeld komt er NOG een recensie van een dj-set bij. Waar het bij Mark Ronson nog duidelijk vermeld stond dat het om plaatjes draaien ging, hopen we bij Jamie xx op een (minstens gedeeltelijke) live-vertolking van zijn puike solodebuut In Colour. Young Thug stond vandaag op hetzelfde podium, had die voor een fooi niet even de lyrics kunnen komen verzorgen bij het openingsnummer “I Know There’s Gonna Be (Good Times)”? Zelfs Mark Ronson had mc’s bij! Maar goed, een pure dj-set dus — we herpakken ons — uiteindelijk kent de man zijn vak en begint het leuk met “Good Times” van The Persuasions, de sample die in het eerder vermelde openingsnummer gebruikt wordt. Gaandeweg begeeft Jamie zich echter op een onverhard pad van obscure techno uit de persoonlijke platenbak en slechts hier en daar herkennen we een flard van een remix, zoals die van Radiohead’s “Bloom”. We hoorden dat hij aan het eind van de set zijn eigen exemplaar van In Colour weer teruggevonden had, maar op dat moment hing de grote discobal al ver achter ons.

En zo werd dag twee er een van de technische problemen van Chvrches, de triomftocht van Franz Ferdinand & Spark, de fijne ontdekkingen in de Wablief? en het zeer bescheiden degusteren van de Main Stage. Benieuwd wie er morgen de broek draagt!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien + 5 =