PUKKELPOP 2015 :: Happiness — het merk

Breaking! Nieuwsflits! Er is weer iets te doen in Kiewit! Terwijl een hijgerige horde journalisten zich naar Camping A rept voor een faits divers, richten wij onze blik op de overkant. Want, daar. Ja, heren en dames, daar is het te doen. Live van op de wei: het verslag van onze reporter. (likkebaardend) Steekvlammen van songs en explosies in de moshpit? Wordt het ook hier een ramp? Verzet vooral uw zender niet!

Dag Een

Want ja, het is natuurlijk een beetje gek, hoe er op Dag Een van Pukkelpop 2015 niets te zien is op het hoofdpodium. Maar goed, we begrijpen dat. Het is crisis voor iedereen, bands vragen almaar meer harde duiten, dan moet je als programmator al eens harde keuzes maken. Een dagje zonder Main Stage dus, maar dat geeft natuurlijk niet. Genoeg te doen op de belendende percelen.

De Hasseltse cyberflikken indachtig, dachten we ons festival te beginnen met “Drank en drugs” (hé jongens, jullie screenen ons toch ook?), maar al van bij de eerste noten blijken de kermisbeats van Ronnie Flex & Lil’ Kleine niet te harden en dan gaan wij écht niet blijven wachten op één stompzinnige radiohit, gewoon omdat dat leuk staat in het verslag. Neen, meneer. Zó zijn wij niet.

Komen we dus terecht in de Wablief?!-tent, waar het Waalse (of is het Brusselse? Vergeef ons, messieurs.) Mountain Bike in alleraardigste baskettenuetjes zijn rammelende rock brengt. Moeten wij achtereenvolgens aan denken: sixties psychedelica, shoegaze en ongeveer alles dat de rockgeschiedenis tussen die twee ijkpunten in heeft opgeleverd. Echte wereldhits in wording horen we daarom niet passeren, aardig is het wel. Zeggen wij dan in ons beste Frans: “Chouette!”

Moeilijker hebben we het met Natalie Prass, wiens titelloze debuut begin dit jaar nochtans met superlatieven doodgeslagen werd. Live is haar op seventiesleest geschoeide pop té flauw en braaf om de loden hitte, die langzamerhand over de wei hangt, te counteren. In een zweterige club voelt het vooral aan als verveelde muzak voor protserige, in jaren zeventig bruin uitgedoste, hotellobbys, en een te snel — met de blik op de grond waar de tekst ligt gericht — afgehaspelde cover van “Sound Of Silence” helpt ook al niet bij dat gevoel. Sorry, Natalie, we voelen het niet.

Terug naar de Wablief?! Waar één bandlid van The Sha-La-Lee’s zich bij opkomst wat op de achtergrond houdt, terwijl de rest van het kwartet in een woest rollende gitaarstorm ontsteekt. Staat de zanger klaar? Neen, dat is tot nader orde nog altijd Cédric Maes, voormalig snarengeselaar van El Guapo Stuntteam, maar hier gepromoveerd tot midvoor. Want ja, het is toch wel een beetje de mondharmonicaspeler links vooraan die de show steelt met zijn imposante verschijning en dito uithalen op zijn instrument. Moeten we al voor de tweede keer aan denken vandaag: de klassieke Nuggets-compilaties vol sixties-garagerock. En ook wel: Triggerfinger. Véél Triggerfinger, met die rollende en donderende bas die de storm die voor zaterdag is voorspeld al even aankondigt en de blueslicks van Maes. Niets wereldschokkends dus en tegen zaterdagavond hebben we — tenzij we ze kunnen ontwijken — waarschijnlijk al iets te veel van dit soort groepjes gezien, maar nu kunnen we dit nog aan. We zijn nog fris en dat is goed, want daar aan gindse horizon lonken alweer onze vrienden van Team William.

Wat een bom van een optreden brengen die toch. Alweer. Elke song is een mortiergranaat, maar het publiek laat zich die aanslagen welgevallen. Terecht dan ook. Opener “A New Country” is een steekvlam van een nummer, ouder werk als “Lo Fi London” legt een lijntje tussen Pavement en het betere Britpopwerk, terwijl “1995” nog steeds de meest aanstekelijke single van het jaar is (uitkijken voor Chvrches wel, jongens, dat “Never Ending Circles” bijt morgen naar jullie enkels op dat vlak) en “Stormy Weather” een onweerstaanbare drietrapsraket is. En terwijl toetsenist The Artner nog maar eens het podium verkent in dat onafscheidelijk Barça-shirt, is het alweer tijd voor een stevig slotstuk met onder andere een beukend “You Look Familiar”. Volgt: een explosie van vreugde voor het podium. En zo hoort het ook bij deze Beste Popgroep van België.

Spurtje getrokken naar de overkant, want in de Club treedt meteen Mew aan en dat is alweer geleden van editie 2006. Twee tienerlevens geleden is dat, maar zo hard is het Deense vijftal nu ook weer niet veranderd. Goed, projecties zijn er nog altijd niet bij — dat krijg je als je door je major label wordt buitengezet — maar nog steeds brengt het gezelschap de vertrouwde progrock, ondersteund door de potige, wijdbeens spelende bassist Johan Wohlert en de al even stoer snarengeselende nieuwe gitarist Mads Wegner, die de recent vertrokken Bo Madsen vervangt alsof ie dat al jaren doet. Maar natuurlijk kijk je vooral naar die vreemde, ongemakkelijke frontman Jonas Bjerre, met zijn falset die tegen de limiet van zijn stem aanbotst. Het resultaat is een onwereldse stadionband; Muse dat in al zijn bombast de elfjestaal van Sigur Rós onder de knie probeert te krijgen en voor één keer de zin voor avontuur van Radiohead aan de dag legt. Het botst aardig in opener “Witness”, single “Satellites” probeert zo pop te zijn als kan, maar het is pas wanneer ook Bjerre een gitaar omgordt voor het afsluitende duo “Am I Wry, No?” – “156” dat alles nog eens klikt als vanouds. Degelijk optreden, maar de hoogdagen van Mew lijken wat voorbij; deze groep heeft een grotere schaal dan dit nodig.

Te lang blijven schrijven; slechts een flard Charles Bradley kunnen meepikken. Konden we wel vaststellen: the screaming eagle of soul werkt zich nog altijd serieus in het zweet, blijft dolgelukkig met zijn doorbraak op de rand van het pensioen en drukt dat uit met een reeks afscheidsknuffels aan de eerste rij. En dat het weer een verdomd fijn soulfeestje moet zijn geweest, bleek uit het enthousiasme waarmee die laatste in ontvangst werden genomen. Charmant.

STUFF gaat aan de overkant van de kleine grasvlakte voor de Marquee voor niet minder dan “indrukwekkend”. Dat wil wel zeggen: zo briljant als op Best Kept Secret eerder deze zomer werd het niet, maar nog steeds vallen monden open van verbazing voor de virtuositeit van dit vijftal, dat achteloos hiphop, elektronica, funk en natuurlijk jazz — véél jazz — tot een grote groovende worst in elkaar draait. “Merci om dit feestje met ons te vieren”, worden we uitgewuifd. Ja, op die manier is dat graag gedaan, jongens. Goeie STUFF dit, en aan de politie van Hasselt: ze is vanavond nog te vinden in de backstage van Pukkelpop.

Reis rond de wereld in twee handvol songs: “Dit is een song over een blinde man die ik in Amsterdam ontmoette” zet George Ezra voorlaatste song “Blind Man In Amsterdam” (waarom moeite doen voor een songtitel, uiteindelijk) in, wanneer al “Barcelona” en natuurlijk een massaal meegeneuried “Budapest” is gepasseerd. ‘t Is een charmante peer, deze olijk uit zijn ogen kijkende singersongwriter, maar af en toe valt hij toch nog te licht door de mand, als in dat “Blind Man In Amsterdam”, of in de wat onnodige Macy Graycover “I Try”. Neen, dan liever de bluesy afsluiter “Did You Hear The Rain?” die vandaag zo stevig en grungy wordt aangezet dat we vannacht in ons bedje nog eens gaan dromen van die duetversie met Chis Cornell. Ooit moet die er van komen. Ooit. Gesnopen, George?

Overigens: daarnet in de backstage even een glimps opgevangen van Fred Durst. Gelukkig maar dat het gewoon een oude man betrof die van ver op hem leek. Of zou het? Snel even op de Main Stage gecheckt, maar neen: daar speelt vandaag nog steeds enkel het Grote Niets. Oef.

“Zijn die fifteen minutes nog niet voorbij?” verzuchten we eenmaal terug in de Club. Maar neen. Anderhalf jaar na datum teert Future Islands nog altijd op die ene, rete-aanstekelijke single. En op de bizarre capriolen van frontman Samuel T. Herring, natuurlijk, die ook hier weer borstkloppend achteruit deinst, in een diepe grunt uitbarst wanneer de song daar vooral niet om vraagt en zo amechtige pogingen doet om te verbergen dat zijn groep voor de rest geen half nummer heeft dat ook maar in de buurt komt van dat enthousiast meegezongen “Seasons (Waiting On You)”. Laatste zomer dat dit trucje werkt, Sam. Volgende keer graag met wat boeiender materiaal!

Oh, wat zou het fijn geweest zijn als er nu een grote headliner op de Main Stage had gestaan. Maar ja. Crisis hé, meneer. Vraag maar aan de Grieken; die zijn al lang blij met een Marquee en een Club. En in die laatste tent blijven we dan maar staan, voor wat dan toch de verrassing van de dag blijkt.

Want zelfs al ging dat “Default” al na vier keer op de radio vervelen, live werken die eeuwig doordreinende ritmes van Django Django. Het is eenvormig, met zijn op elkaar lijkende nummers, maar net daarom is het optreden ook één lange rubberen groove waarop het goed bewegen is. Strak als het jonge Franz Ferdinand, knap uitgelicht — zodat we het werkelijk gàtlelijke hemd van frontman Vincent Neff niet te veel moeten aanschouwen — en culminerend in een explosief (daar zijn we weer) “Default”. Een laatste knetterend bommetje om deze erg, érg matige openingsdag weg te spoelen. Morgen beter? We hopen het maar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − zeven =