Henri-Victor Wolvens. Van schaduw tot licht :: Museum van Elsene, Brussel

Henri-Victor Wolvens (1896-1977) is voor velen wellicht een minder gekende tijdgenoot van James Ensor, Constant Permeke en Paul Delvaux. Toch verdient zijn naam zonder enige twijfel een plaats in dit rijtje Belgische groten. Dat bewijst het Museum van Elsene met een mooie en vooral zomerse overzichtstentoonstelling.

Wolvens was als schilder een kind van zijn tijd: zijn werk vertoont invloeden van het Vlaams expressionisme van Permeke enerzijds, en van het kleurrijke (post)impressionisme van Ensor anderzijds. Ook Van Gogh heeft duidelijk als inspiratie gediend, vooral in Wolvens’ vroege werken. Als adolescent kiest hij de bejaarden uit zijn buurt als onderwerp, of scènes uit het banale dagelijks leven in Brussel, zijn geboortestad. De vroegste portretten ademen een treurige, serene sfeer. “Moeder die de krant leest” is een ingetogen beeld, met een eenvoudige achtergrond. De penseelvoering is typisch voor die tijd. “Saint-Jean-de-Luz” oogt veel moderner. Het is een doorkijk door een raam vanuit een kamer. Het afgevlakte perspectief, de stoel met typische afgeronde rugleuning en de overweldigende lucht in verschillende tinten geel, zijn allemaal Van Goghiaanse aspecten in dit werk.

De tentoonstelling steekt van wal met twee zelfportretten van Wolvens. De bezoeker kan meteen persoonlijk met de kunstenaar kennismaken en ziet bovendien representaties van zijn gevarieerde invloeden. Het eerste portret, daterend uit 1940, heeft sobere kleuren en een vloeiende penseelvoering. Slechts drie jaar later maakt hij een ander portret met veel expressievere verfstreken en warmere kleuren. De rest van de tentoonstelling is op een weinig verrassende manier opgebouwd: aan het begin een zaaltekst en een tijdlijn, eerst een sectie met zijn vroege werk en portretten, dan een sectie met zijn innovatievere werk. In het midden van de zaal staat een vitrinekast met kleine werkjes, vooral kinderportretten, en een vijftal foto’s van Wolvens met zijn gezin en enkele tijdgenoten. Citaten van Wolvens en verschillende kunsthistorici leiden de bezoeker doorheen de verschillende fasen in zijn oeuvre.

Hoewel Wolvens aan een razend tempo schilderde (in zijn eerste solotentoonstelling toonde hij 104 doeken), is hij in de jaren 1930-1940 duidelijk zoekende: hij heeft de schilderkunstige technieken goed onder de knie, maar ontbreekt een unieke inslag waarmee hij zijn invloeden kan overstijgen. Die innoverende inslag vindt hij in Frankrijk en aan de Belgische kust en vat hij zelf als volgt samen: “ditmaal, Eureka, heb ik het gevonden, het overstijgt de schilderkunst, het is licht!” De vreugde die Wolvens in dit citaat voelt, straalt van bijna al zijn werken na 1945 af. Zijn kleurenpalet wordt veel lichter, maar ook intenser: hij kiest definitief voor olieverf, terwijl hij eerder nog experimenteerde met aquarel. Ook zijn onderwerpen worden lichter: pittoreske cafés en restaurantjes in Parijs en flanerende dagjestoeristen op de zeedijk in Oostende.

“Gouden strand” is het absolute topwerk op deze expo. De zonnende mensen op het voorplan zijn eigenlijk slechts felle verfveegjes, die naar de achtergrond toe steeds vager worden, tot het achterplan volledig verandert in een lichtbad, dit alles ondergedompeld in een gouden zomerse gloed. In het midden van het werk bevindt zich een dikke ronde ‘knop’ verf. Wellicht was dit de plek waar Wolvens zijn kleuren, op het doek, mengde. De stijl in het voorplan is extreem vluchtig en zelfs gejaagd, maar toch straalt dit werk een heerlijke vakantiesfeer uit. Idem voor “Banketbakkerij, Wenduine”. Iedereen die ooit een weekje aan de zee doorbracht zal deze scène herkennen: na een ochtend uitslapen op je sloffen naar de bakker om de hoek, en onderweg de eerste flaneurs en zonnekloppers zien toestromen.

Dat de expositiewijze niets nieuws biedt, is makkelijk te excuseren door het niveau van de getoonde werken. Wolvens is een geloofwaardige aanvulling in het rijtje populaire Belgische meesters van de twintigste eeuw. Zijn werken hebben na ruim een halve eeuw nog niet aan intensiteit ingeboet. Bij het kijken naar “Gouden strand” voel je als bezoeker de zon op je huid en het zand tussen je tenen, en dus verdient het Museum van Elsene simpelweg de prijs voor efficiëntste zomerexpo.

Henri-Victor Wolvens. Van schaduw tot licht loopt nog tot 20 september 2015

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − 13 =