BEST OF: Duyster

Een bos bloemen is op zijn plaats nu Duyster aan zijn laatste ererondje begint. En omdat niets daarbij beter past dan de juiste muziek, wuift de enolaredactie het beste dat Studio Brussel de laatste vijftien jaar had uit met een Best Of van het mooiste uit dat genre geworden programma. Merci Ayco, merci Eppo. En hopelijk tot weerziens.

1. Bon Iver :: Bloodbank

Misschien incarneert Bon Iver wel het best één van de twee uitersten van Duyster. Heb je Mogwai, Sigur Rós en Godspeed You! Black Emperor grofweg aan de ene kant, en mensen als William Fitzsimmons, Iron & Wine aan de andere kant, dan zijn er natuurlijk nog de romantische verhalen rond Justin Vernons doorbraak en de opnames van For Emma Forever Ago en zijn prachtige intieme liedjes. En zelfs al heeft de man nog maar twee volwaardige langspelers uitgebracht, het is nu al aartsmoeilijk één nummer te moeten uitkiezen. “Bloodbank” behoort echter zonder tegenspraak bij de grootste pareltjes: een prachtige tekst en melodielijn, maar tegelijk ook geen instant behapbare tearjerker. Want daar waakten Ayco Duyster en Eppo Janssen streng over; met goedkope sentimentaliteit moest je niet afkomen bij Duyster.
Hoogtepunt: 0’07”. Geen lange slepende aanloop, maar meteen die rustige maar ongedurige akkoorden en de “ooh’s” van Vernon, en het nummer blijft vervolgens tot op het einde tot het bot ontroeren.

2. Iron & Wine :: Naked As We Came

Het is een cliché, maar de meer bebaarde medemens was goed vertegenwoordigd in Duyster, en daarbij kunnen we natuurlijk niet om Sam Bean heen, de innemende Amerikaan achter Iron & Wine. Met zijn eerste drie platen vol akoestische pareltjes speelde hij immers een cruciale rol in de neo-folkbeweging, waarvan hij mee de grondslag legde, en hij was dan ook één van de stamgasten van Duyster. In het prachtige “Naked As We Came”, waarvan ook een sessie terug te vinden is op de derde Duysterverzamelaar, verhaalt hij over het de dood en het leven, over sterven en achterblijven, over angsten die we allemaal meedragen. Ondertussen nestelt een akoestische tokkel zich mooi op de achtergrond.
Hoogtepunt: 1’17”.” She says ‘If I leave before you darling/ don’t you waste me in the ground'”, want wat doe je als je weet dat één van de twee onherroepelijk alleen zal achterblijven met zijn verdriet?

3. Tindersticks :: No More Affairs

Welke band is beter geplaatst om dat onbestemde zondagavondgevoel beter in muziek te gieten dan Tindersticks? Hun tweede titelloze album was gedrenkt in de scheiding van zanger/gitarist Stuart Staples en bracht met “No More Affairs” het soort melancholie dat des avonds op kousenvoeten komt aangeslopen om honingzacht zijn weemoed en verdriet in te fluisteren, terwijl verachting om de hoek loert: “This place in my mind/Where I know what’s going on/But it grows, shifts in time/Leaves me hanging on/And though we were only having fun/It seems such a crime now.” Gelukkig is er nog de schemering waar verstild de illusie leeft dat de ochtend een antwoord bieden zal en het allemaal zo een vaart niet lopen zal: “There’s no more affairs/No more fooling around/
There’s no more affairs.”

Hoogtepunt: 1’24” . “This last affair” croont Staples met zijn diepste bas en voor een seconde gelooft hij zelf dat het allemaal opnieuw goed zal komen vooraleer de strijkers inzetten en de carrousel van (zelf)bedrog zich opnieuw in gang zet.

4. Dntel :: (This Is) The Dream Of Evan And Chan

De song die een wereldband startte. Jimmy Tamborello wilde na twee platen complexe elektronica iets toegankelijks, haalde wat vocalisten aan boord, en met Ben Gibbard van Death Cab For Cutie vond ie een maatje dat hem helemaal begreep. Give Up, de enige plaat die hun Postal Service ooit zou maken, zou een klassieker worden, maar er is veel te zeggen voor de stelling dat de botsing tussen het elektronisch craquelé van de ene en de intimistische songschrijverij van de andere met dit eerste nummer al zijn hoogtepunt vond.
Hoogtepunt: 1’26”. “It was familiar to me”, valt Gibbard na een stevige intro van Dntel binnen, en zo voelt het meteen ook. Deze combinatie werkt zo goed dat ze niet anders dan vertrouwd kon worden.

5. Sparklehorse :: Saturday

Het kleine maar fijne oeuvre van Sparklehorse heeft altijd een speciale plaats gehad in Duyster (en in onze platenkast), want wie schreef er beter intieme, kleine, trieste liedjes dan Mark Linkous? “Come On In”, “Comfort Me”, “Spirit Ditch”, “Go”: ze doen allemaal de tranen in onze ogen springen, maar “Saturday”, te vinden op zijn schizofrene eerste Vivadixiesubmarinetransmissionplot, heeft er toch altijd nog net iets bovenuit gestoken. Met een surrealistische maar tegelijk ontroerende tekst zoals alleen Linkous ze kon schrijven, een “gitaarsolo” waarvan het aantal noten op één hand geteld kan worden, en zijn kenmerkende fluisterende snik kerft “Saturday” diep in de ziel. Mark Linkous zelf stapte in 2010 helaas uit het leven, maar zoals hij in zijn cover van Daniel Johnstons “Hey Joe” zong: ” There’s a heaven and there’s a star for you”.
Hoogtepunt: 1’35”. Een simpele maar emotionele gitaarlijn leidt het liedje naar zijn einde, terwijl Linkous ” Oh saturday” blijft snikken

6. The Notwist :: Consequence

Slotnummer van de klassieker Neon Golden, het begin- en hoogtepunt van de indietronica (genrelabels uitvinden, het is een hobby als een ander). Het hoogtepunt van die plaat is waarschijnlijk dit prachtige nummer, één van de meest ontroerende songs van de groep, en onder de lichte bliepjes en dat herkenbare delicate gitaarlijntje bonkt een groot hart. Want ook dat was Duyster: telkens opnieuw haalden ze uit de enorme poel van de elektronica de mooiste parels boven (Four Tet! Styrofoam! The Album Leaf!) die bewezen dat het genre wel degelijk muziek kon voortbrengen die overstroomde van de emotie, en zo was het programma ook wat een antigif voor dj’s of festivals die enkel het platste uit elektronische muziek overhielden.
Hoogtepunt: 2’17”. Het nummer bloeit open en overstijgt zichzelf terwijl Markus Acher als in een mantra ” Leave me paralyzed/ leave me hypnotised” zingt.

7. Godspeed You Black Emperor! :: Moya

Moeilijk kersen te plukken uit dat hele epoustouflante vroege oeuvre van toen dat uitroepteken nog achteraan de bandnaam stond. Maar als we dan toch van ons hart een steen moeten maken, kiezen we blind voor “Moya”. Dat het een bewerking is van Gorecki’s Derde Symfonie hoort enkel een mens die daar op doorgestudeerd heeft, maar de ondertitel Symphony Of Sorrowful Songs van dat werk is een betere uitleg wat beide gemeen hebben. “Moya”, genoemd naar bandlid Mike Moya, zwelgt in majestatische tristesse, als het treurende ouderpaar van Käthe Kollwitz op het soldatenkerkhof van Vladslo. Traag, als een morbide dodenmars, werkt dit nummer zich naar zijn onvermijdelijke finale. Monumentaal.
Hoogtepunt: 7’20”. Langzaam maakt een versnelling zich los uit het doorsjokkende nummer, en neemt één melodie de leiding. Het zal uiteindelijk een op hol geslagen drum zijn die het vuur oppookt, maar dan is het toch weer die melodie die zich losrukt op 8’34” om zijn punt te maken.

8. Bonnie ‘Prince’ Billy :: I See A Darkness

Bonnie ‘Prince’ Billy blijft platen maken, maar zijn definitieve statement zal voor altijd dat I See A Darkness zijn, en dan in het bijzonder de titelsong. “This music makes you feel small”, schreef een recensent in de dagen dat deze klassieker nog nieuw was, en zo is het. I See A Darkness is een album dat doordrongen is van nietigheidsbesef. “Death to everyone is gonna come” was een ander adagium van Will Oldham op deze plaat, maar nergens klinkt hij hulpelozer dan in “I See A Darkness”. “Well, you’re my friend (that’s what you told me) / And can you see (what’s inside me) / Many times we’ve been out drinking, and many times we’ve shared our thoughts / Did you ever, ever notice the kind of thoughts I got?”, vraagt hij, en zonder ons antwoord af te wachten ligt het hart al op tafel: “Well, you know I have a love, a love for everyone I know / And you know I have a drive; to live I won’t let go”. Twijfel en radeloosheid heeft zelden zo hartverscheurend geklonken.
Hoogtepunt: 3’50”. “My best unbeaten brother, this isn’t all I see”. De pleitende, geslagen ogen moet u er zelf bij denken. Even slikken is toegestaan.

9. Slint :: Good Morning, Captain

Lang, heel lang geleden, toen de dieren nog spraken, Koning Boudewijn nog leefde en uw moeder rondliep in veel te grote hemden met spuuglelijke kleuren en gigantische epauletten, namen vier slungels uit Louisville, Kentucky een plaat op die de geschiedenis zou ingaan als startschot voor de hele postrock-beweging. Spiderland is van begin tot eind een broeierige, geladen trip die duidelijk nog zijn roots heeft in punk, maar wegstuurt van de agressie en die vervangt met opgekropte energie en rauwe emotie. Sluitstuk “Good Morining Captain” illustreert dit met brio: obscure parlandovocalen, pingelende gitaren die uitbreken in blinde distortion en een hartverscheurende climax. De geboorte van postrock kan nu eenmaal geen makkelijke bevalling zijn. (weetje voor op uw volgende familiefeest: de iconische hoesfoto van Spiderland werd genomen door Will “Bonnie ‘Prince’ Billy” Oldham, u weet wel, die van hierboven)
Hoogtepunt: 6’40”. “I MISS YOU!!!!!” Hier jongen, neem een zakdoek. Neem er drie. Hou de doos bij. Maar blijf in godsnaam van die pillen af.

10. 65DaysOfStatic :: Radio Protector

Net toen we dachten dat we het wel gezien hadden met die elfendertig postrockbandjes (we waren intussen 15 jaar na Spiderland), kwamen we dít tegen. Vier kerels uit Sheffield die even hard beïnvloed bleken door Mogwai als door Aphex Twin, en dan maar besloten om dat eens samen te kwakken. En wonderwel, dat werkte verdorie nog ook, wat resulteerde in een volstrekt uniek geluid. Neem nu “Radio Protector”, afsluiter van One Time For All Time, dat deint op een golvende, droevige pianolijn, om daar met een machtig stuwende ritmesectie als een tsunami over te denderen, en de blips en glitches uit de laptop ongenadig te doen verzuipen in een draaikolk van weemoed. Of hoe een depressie ook groots en zalvend kan zijn.
Hoogtepunt:2’15”. Pling… trrring… pling… De fonkelende sterren uit de digitale melkweg brengen een sprankeltje hoop na de eerste noodlottige golf, om daarna weer genadeloos te worden weggeblazen door de orkaan van tristesse.

11. Aereogramme :: In Gratitude

Zelfs in een programma dat het van verstilling moet hebben, is “In Gratitude” van het soort bloedmooiheid dat je ook in Duyster slechts zelden te horen krijgt. Kwetsbaarder dan ooit klinkt de zo al fragiele Craig B. in dat opende couplet dat alleen maar integraal geciteerd kan worden “It is dangerous to put this into words / But I’m alright, close to fulfilment / I miss you / I miss you”. Wat volgt doet tegelijk een beetje pijn en een beetje goed. Wonderschoon nummer, dat het beste van Sigur Rós naar de kroon steekt.
Hoogtepunt: 2’38” . “And anyway, I just wanted to show you some happiness / I wanted to show you the stars / I want to show you the stars” pleit B. net voor het nummer zijn climax bereikt met dat “Hit the ground running and don’t look back”. Geen oog dat droog blijft, of het moest bionisch zijn.

12. Mogwai :: Mogwai Fear Satan (live @ AB)

Een nummer dat slechts een handvol keer gedraaid is op Duyster, maar de liveregistratie van in de AB in 2011 is best memorabel. Zelf waren we er die avond niet bij, maar wat waren we blij dat we tegen middernacht dit alsnog uit onze radio hoorden knallen. Want dit nummer komt pas helemaal tot zijn recht als je het in zijn volwaardige, kolossale geheel aanschouwt en (letterlijk) door je lijf voelt denderen. Een dik kwartier durende instrumentale trip die je meevoert langs complexe gitaaruniversa, meanderende klankrivieren, verstilde, doodse landschappen en uiteindelijk de magnifieke, schitterende poorten van de hel. Want die titel, die staat daar niet zomaar.
Hoogtepunt: 7’55”. Alles kapot.

13. Isbells :: As Long As It Takes

Duyster introduceerde niet enkel buitenlandse groepen in België: ook veel groepen uit eigen land hebben halve of zelfs hele carrières aan het programma te danken. Met veel plezier en goesting zetten ze hun schouders onder groepen als The Bear That Wasn’t, Mad About Mountains, The Bony King Of Nowhere, Horses of Chantal Acda. Duyster zorgde er op die manier ook voor dat België met Isbells zijn eigen Bon Iver kreeg, en met deze prachtige debuutsingle veroverde de groep meteen een unieke plek in het Belgische muzieklandschap. Een mooie akoestische gitaar met wat subtiele arrangementen en achtergrondzang eronder, meer heeft Isbells niet nodig om van “As Long As It Takes” een folkparel te maken.
Hoogtepunt: 1’30”. “It’s all down the drain/ we must carry chains” zingt Gaëtan Vandewoude, want het is eigenlijk toch wel echt allemaal naar de kloten. Maar toch: zolang groepen als Isbells kunnen doorbreken, is er misschien toch nog hoop.

14. Sigur Rós :: Svefn-G-Englar

Alweer zo’n band waarvan het moeilijk uitschieters kiezen is, maar doe ons op dit moment, bij het afscheid van Duyster, nog maar eens het nummer waarmee het allemaal begon. Want natuurlijk kon het niet anders of Ágætis Byrjun was een van dé platen die Eppo Janssen het idee gaven voor een programma dat zwolg in onwerelds mooie klanken en melodieën. Zo was ook Sigur Rós’ binnenkomer immers: met zijn tien minuten lengte, twee minuten intro, en wazige, ijle zang, was het post-rock, maar niet als we het kenden. “Svefn-G-Englar” was muziek die de tijd zo ergens rond 2000-2001 even stil deed staan. “I float around in liquid hibernation” gaat de vertaling van de IJslandse tekst, en dat is de perfecte verwoording van deze bevreemdende elegie.
Hoogtepunt: 5’50”. De speeldoosjesmelodie krijgt vrij spel, vooraleer de band dan toch alles even dik aanzet in de eindfase.

15. Elliott Smith: A Fond Farewell

Nog zo’n beautiful loser zoals Duyster er wel meer met open armen omhelsde, iemand die net als Mark Linkous of Jason Molina de rommel in zijn hoofd maar niet op orde kreeg, maar wel een stem gaf aan de “sad kids”, zoals het programma het zelf omschreef. “A Fond Farewell”, geschreven op het dieptepunt van de vele verslavingen die Smith zijn leven lang in zijn greep hielden, zit vol abstracte beelden waarin je het accident waiting to happen zo hoort aankomen. “This is not my life/ it’s just a fond farewell to a friend/ it’s not what I’m like” zingt hij nog, maar het zou niet baten: Smith zou tijdens de opnames van From A Basement On The Hill zelfmoord plegen, maar zijn muziek leeft gelukkig verder bij de talloze “sad kids” die hem blijven ontdekken en troost putten uit zijn prachtige liedjes.
Hoogtepunt: 1’22”. “He said really I just want to dance/ good and evil match perfect, it’s a great romance” zingt Smith, en vat daarmee misschien een beetje zijn hele leven met bijhorende uitersten samen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vijf =