Underworld presents Dubnobasswithmyheadman :: 20 maart 2015, AB

Terwijl Blur en Oasis hun vete krampachtig in stand hielden, werd in 1994 ook echt relevante muziek gemaakt aan de overkant van het Kanaal. Naast Portishead, The Prodigy en Aphex Twin, kwam ook Underworld dat jaar met een album aanzetten dat de scene helemaal zou hertekenen door te experimenteren met elektronische klanken. Vanavond viert de band het twintigjarige bestaan van Dubnobasswithmyheadman in een uitverkochte AB.

Eind jaren tachtig zag het er nochtans niet goed uit voor Underworld. De band had een aantal platen vol synthrock op zijn naam staan waar werkelijk geen hond in geïnteresseerd was. De wanhoop nabij, gooiden stichtende leden Karl Hyde en Rick Smith dan maar de handdoek in de ring. Tot het tweetal tijdens een avondje stappen aan de praat raakte met de jonge DJ Darren Emerson. Samen met hem vertaalden Hyde en Smith de energie en het dynamisme van het opkomende nachtleven naar hun eigen producties. De rest is geschiedenis. Als trio brachten ze Underworld weer tot leven en sleutelden ze aan Dubnobasswithmyheadman, een album zonder template dat de kloof tussen rock en dance voorgoed dichtte.

“Een claustrofobische, gitzwarte stoet van verrassend moderne techno”, zo omschreef de Britse krant The Guardian Dubnobasswithmyheadman destijds. Die omschrijving blijkt nog steeds verrassend accuraat wanneer het duo — Emerson verliet de band rond de eeuwwisseling — “Dark & Long” op gang trekt. Het nummer, een langgerekte elektronische jam, heeft na al die jaren nog maar einig aan spankracht ingeboet. Karl Hyde beweegt eerst nog wat houterig, maar raakt vanaf “Mmm…Skyscraper I Love You” in zijn element.

Doordat Underworld Dubnobasswithmyheadman integraal brengt en hierbij de volgorde van de nummers respecteert, valt het verrassingseffect wat weg. Dit wordt wel goedgemaakt door de puike klank, zo klinken de nummers gewoon beter dan toen. Dat het album vorig jaar nog stevig geremastered werd, zal hier wel voor iets tussenzitten. De beats van “Surfboy” hakken er steviger in dan ooit en ook “Spoonman” klinkt een pak virieler dan op plaat. In de rustigere tracks als “River Of Bass”, dat zijn titel alle eer aandoet, zit dan weer meer reliëf. Het duo heeft niet noodzakelijk een blik beats nodig om het publiek te hypnotiseren.

Wie de band een puur elektronische aanpak verwijt, krijgt lik op stuk tijdens “Tongue”, wanneer Hyde zijn gitaar omgordt en het nummer laat drijven op enkele spaarzame, bluesy akkoorden. Tijdens “Dirty Epic” schemert een Balearisch ochtendzonnetje schemert door dat helemaal doorbreekt in “M.E”. Een pompend “Cowgirl” verandert het publiek dan weer in één kolkende, dansende massa. De stuwende ritmes van dit nummer vormden duidelijk de basis voor latere successen als “Push Upstairs” en “Born Slippy”. Na het prachtig opgebouwde “Rez” en twee nummers die voor ons niet gehoeven hadden — “Bigmouth”, met Hyde op mondharmonica en “Spikee”, het eerste nummer dat wat gedateerd klinkt — vormt “Born Slippy” de ultieme kers op de verjaardagstaart. Zo meedogenloos hard hebben wij de deze klassieker maar zelden gehoord.

21 jaar. Karl Hyde merkt fijntjes op dat sommige bands het niet eens zo lang volhouden. Dat hij de nummers van Dubnobasswithmyheadman zoveel jaar later nog steeds zo opwindend zou kunnen laten klinken, had hij toen wellicht zelf niet gedacht. Petje af. We willen het Skrillex binnen twintig jaar met zijn plaat Recess nog wel eens horen doen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 5 =