The Decemberists :: What A Terrible World, What A Beautiful World

Wanneer een groep na een sabbatical terugkeert is het altijd een beetje uitkijken: gaan ze op automatische piloot verder of proberen ze hun muziek nieuw leven in te blazen? The Decemberists vallen een beetje tussen die twee stoelen in.

Na de tour ter gelegenheid van hun vorige plaat The King Is Dead kondigde Decemberists-frontman Colin Meloy aan dat de band er voor een aantal jaren tussenuit zou knijpen. Al bleek dat al meteen erg relatief te zijn want de voorbije jaren speelden ze een gastrol in The Simpsons (toch nog altijd iets wat je later met de nodige trots aan je kleinkinderen kan vertellen) en leverden ze een bijdrage aan de soundtrack van The Hunger Games. En nu is er dan de opvolger What A Terrible World, What A Beautiful World, ondertussen toch al het zevende album sinds hun debuut in 2002. Nu werden de laatste paar albums van de band nogal wisselvallig ontvangen dus was het met de nodige spanning afwachten wat ze op hun nieuwste werkstuk zouden brengen.

Alsof ze zelf voelden dat er iets moest veranderen besloten ze in tegenstelling tot voorgaande platen niet te werken met een overkoepelend thema en de hele plaat in één trek op te nemen, maar eerder om via korte afzonderlijke opnamesessies te werk te gaan en zo stukje bij beetje de plaat op een meer dynamische manier op te bouwen. Het album begint veelbelovend met “The Singer Addresses His Audience”, een eenvoudige maar knappe folksong met aanvankelijk subtiel gearrangeerde strijkers die crescendo gaan in de finale. Maar daarna volgt al meteen de ontmoediging. Het nogal pompeus klinkende “Cavalry Captain” — die blazers! — legt de referentie voor een groot stuk van het album: een weinig ophefmakende folksong die een extra pop-sausje over zich heen gegoten krijgt. Zelf verwijzen ze overigens naar het productiewerk van Phil Spector voor Leonard Cohen als inspiratiebron. Het dieptepunt van het album is “Philomena”, een van een compleet overbodig doowop-koortje voorzien niemendalletje met een hoog oorworm-gehalte. Het is op songs als “Carolina Low” en “Lake Song” waar ze zich gewoon beperken tot een eenvoudige maar pakkende melodie en een muzikale uitwerking zonder al te veel poespas dat The Decemberists tonen dat ze het schrijven van goeie songs nog niet verleerd zijn.

Nochtans proberen the Decemberists wel te gaan voor een gevarieerde plaat. En toevallig of niet, het is net in die muzikale zijsprongetjes dat ze het meeste indruk maken. Zo is er de surfgitaar in “Easy Come, Easy Go” of zijn er de Keltische invloeden van het aan “Gypsy Davy” van Woody Guthrie herinnerende “Better Not Wake The Baby”. Het hoogtepunt van de plaat, en de song die de plaat een beetje weet te redden van de overbodigheid, is “12/17/12”, geschreven naar aanleiding van de toespraak van Barack Obama na de schietpartij in de Sandy Hook basisschool in Newton. Een grotendeels op akoestische gitaar en mondharmonica drijvend nummer waar Meloy de dualiteit tussen de schoonheid en de ellende op de wereld mooi weet te verwoorden (“And oh my god / What a world you have made here / What a terrible world, what a beautiful world / What a world you have made here).

What A Terrible World, What A Beautiful World is niet meteen de terugkeer door de grote poort van The Decemberists, maar eerder een werkstuk dat bij momenten wel het talent van Colin Meloy en de zijnen toont, maar zich toch te veel verliest in net iets te middelmatige songs en een productie die hun muziek weinig recht aandoet. Net geslaagd maar volgende keer graag beter, dame en heren.

The Decemberists treden op 24 februari op in de AB.

:

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 2 =