Arca & Jesse Kanda :: 28 november 2014, Botanique

Nog niet helemaal bekomen van een wervelend Sonic City, hebben we alweer nood aan een nieuwe dosis dwarse elektronische muziek. Op zoek naar een verse portie digitale waanzin trekken we naar de Botanique, waar met Arca een van de heetste namen van het moment op de affiche staat.

Herinnert u zich nog de hele hype die gecreëerd werd rond Yeezus, het laatste album van Kanye West? Het bericht dat halfgoden als Rick Rubin en Daft Punk mee achter de knoppen zouden kruipen, zette de muziekwereld op zijn kop. In werkelijkheid bleef hun bijdrage beperkt en was vooral de Venezolaan Alejandro Ghersi, a.k.a. Arca, de ware architect van Yeezus. Ghersi maakt deel uit van een nieuwe generatie producers die in hun slaapkamer rotzooien met samplers en beats en dan plots door een hele grote artiest opgevist worden om zijn of haar geloofwaardigheid aan te scherpen. Na Yeezus ging het erg snel voor Arca. Hij producete onder meer FKA twigs en Björk, maar zijn meest bizarre ideeën hield hij voor zichzelf en bundelde hij onlangs op zijn eerste langspeler Xen.

Arca maakte Xen naar eigen zeggen in een toestand waar hij geen controle over had. Vanavond heeft Ghersi problemen met de beheersing van zijn apparatuur, zo moet hij zijn computer meteen herstarten en lijken ook de eerste abstracte vuurwerkbeelden — van de hand van de meegereisde beeldende kunstenaar Jesse Kanda — vooral op de betere Windows 95 screensaver. Pas na een nummer of vier komt Arca er helemaal door, met een beklemmende versie van “Lonely Thugg”. Denk: warme bassen en vlijmscherpe hi-hats die baden in een sinister Tri Angle-sfeertje. Ook de beelden krijgen stilaan meer vorm.

Ghersi gedraagt zich als een diva. Onder zijn leren vestje draagt hij een wit topje, dat hij na een half uur uitspeelt om de rest van het optreden halfnaakt af te werken. Hoge, zwarte botten en een lange leren rok maken de androgyne look compleet. De Venezolaan zet sterk in op emotionaliteit en seksualiteit; Xen refereert dan ook aan een tweeslachtig karakter dat voortdurend in Ghersi zijn hoofd spookt. Arca brengt geen statische show en zoekt contact met het publiek, meermaals verlaat hij zijn apparatuur om helemaal vooraan — of zelfs tussen het publiek — een stukje te komen zingen of rappen, vaak over verminkte reggaetonbeats. Vreemd, want de man is niet meteen de beste zanger, maar het draagt wel bij tot het hoogst intieme karakter van de performance.

Op de beste momenten, als de beelden van Jesse Kanda de muziek perfect aanvullen, en Ghersi zich helemaal verliest in zijn gestoorde ritmes en diepe bassen, kan je evenwel niet anders dan toegeven dat in deze schriele Venezolaan een klein genie huist. Straf hoe hij te midden van de set een infectieus postdubstepbommetje smeedt rond de stemsample “Can you hear me now”. Publieksfavorieten “Thievery” en “Xen” volgen. Het heeft iets tragikomisch, hoe Ghersi vrolijk tekeergaat op de droeve, donkere samples van die nummers. Tijdens “Bullet Chained” gaat het tempo flink de hoogte in, richting harddance, en trekt Ghersi een blik overspannen synths open. Sonische razernij, die herinneringen oproept aan het optreden van Vessel vorig weekend in Kortrijk.

Of je nu van Arca’s divagedrag houdt of niet, hier staat een artiest die zich niet verschuilt achter een batterij aan knopjes, maar die het aandurft om zijn elektronische muziek op een zo persoonlijk mogelijke manier naar het podium te vertalen. Net als Dean Blunt en Mykki Blanco trekt hij zich hierbij geen fluit aan van conventies of van de verwachtingen van het publiek. Houd hem in het oog, deze Arca, we hebben de indruk dat dit nog maar het begin is van iets waarvan hij ook zelf het einde nog niet kan inschatten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 + 18 =