Mark Lanegan Band :: Phantom Radio

Amper twee jaar na Blues Funeral heeft Mark Lanegan alweer een nieuwe langspeler klaar met zijn Band. Wie gehoopt had dat hij na de voorganger opnieuw aansluiting zou zoeken bij de ranzige gitaargeluiden van Bubblegum is eraan voor de moeite: op Phantom Radio gaat Lanegan meer dan ooit voor elektronica.

Vroeg of laat moest het ervan komen, zo kunnen we gemakkelijkheidshalve achteraf concluderen. Na samenwerkingen met Soulsavers, Moby en recent nog Magnus waren op Blues Funeral en de ep No Bells On Sunday al indicaties te vinden dat de uit grungeklei opgetrokken muzikant niet vies blijkt te zijn van synthesizers en all things electronica.

Waar Lanegan tot nu toe zijn projecten behoorlijk goed van elkaar wist te scheiden, door zijn akoestische platen onder eigen naam uit te brengen en de hardere rockers met de Band, schakelt hij zijn Band nu in om dit relatief nieuwe pad te bewandelen. Nochtans heeft de plaat zijn oorsprong in gepruts dat Lanegan in zijn eentje op zijn telefoon ondernam.

De bron van wat Lanegan hier laat horen is immers het resultaat van geknutsel met de app Funk Box. Daarmee wilde hij de atmosfeer van krautrock en de 80’s tot leven wekken alvorens lagen elektronische instrumenten – en de vertrouwde bas/gitaar/drum, dat spreekt – toe te voegen. Soms is het resultaat er knal op, zoals in het op een zweverige synth door het diepe duister zwevende “Floor of the Ocean” of wanneer het sinistere gitaargetokkel van “Harvest Home” zich vermengt met een basic drumbeat.

In een nummer als “The Killing Season” is de magie echter ver weg. Ook Mark Lanegan kan met middelmaat op de proppen komen, zo blijkt. “Waltzing in Blue” mag met zijn slepende klanken op papier dan wel een topper zijn, op plaat is Lanegan vergeten overtuiging in de song te verwerken, iets waar ook het akoestische “The Wild People” onder te lijden heeft.

Dan liever “I Am The Wolf”, dat zich als een sinistere echo van de vroege Leonard Cohen aandient en niet had misstaan op Field Songs. De intensiteit wordt nog een fractie opgedreven in het afsluitende “Death Trip To Tulsa”, dat onder de deur geschoven wordt als een visitekaartje dat je adem doet stokken. Een stompend ritme verweven met een op de achtergrond scheurende gitaar terwijl Lanegan je vocaal de adem afsnijdt: dit is de klasse waarop je hoopt wanneer je je een album van de man aanschaft.

Buiten enkele halfslachtige nummers is het enige verwijt dat we Phantom Radio kunnen maken het feit dat Lanegan zich nog niet helemaal laat gaan. “Ode To Sad Disco” en Lanegans versie van “Singin Man” bewezen namelijk eerder dat de man een stem heeft die – viel anders te verwachten? – waanzinnig goed bij ferme beats past. Dat hij hier een eerder ingehouden elektronische variant brengt, doet Phantom Radio nauwer aansluiten bij het vertrouwde werk van Lanegan, maar neemt het gevoel niet weg dat het allemaal wat heftiger had gemogen.

Op 30 januari staat Mark Lanegan Band in de AB.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × vijf =