Aby Ngana Diop :: Liital

Hoewel Afrikaanse muziek meer en meer de weg vindt naar Westerse oren, is dit toch vaak een selectief gebeuren waarbij vooral die muziek die sterk verwant is aan Westerse muziekgenres met de aandacht gaat lopen. Nodeloos om te zeggen dat dit een vertekend beeld geeft van het soort muziek dat effectief lokaal populair is. Gelukkig zijn er nog blogs als Awesome Tapes From Africa die net die bijzondere lokale muziek in de spotlight zetten.

Soms zit daar dan een cassette tussen die gewoon te goed is om slechts een tweede leven als digitale download te krijgen. Liital, de enige release van de Senegalese diva Aby Ngana Diop, wordt zo door het kleinschalige label verbonden aan de blog heruitgebracht op alle mogelijke formaten. Niet zomaar een werk dat van cassette op CD wordt gepleurd, maar een volwaardige heruitgave met nieuwe mastering, verhelderende liner notes en verkrijgbaar op verschillende formaten (waaronder ook cassette). Twintig jaar na de oorspronkelijke release van de cassette en zeventien jaar na de dood van Diop krijgt deze plaat een tweede leven.

Dit is immers behoorlijk opmerkelijk gerief dat uw aandacht verdient. Al zal u er wel een stel getrainde oren voor moeten hebben, want wat op Liital te horen valt ligt best ver verwijderd van het soort Afrikaanse muziek dat in multicultimilieus doorgaans fel bewierookt wordt. Hier geen afrobeat, soukous, highlife, ethio jazz, laat staan reggae, maar een agressief klinkende wervelstorm van ophitsende percussie, erg beperkte melodieën en de alles overmeesterende stem van Diop zelf. Dit is taasu, “een vorm van orale poëzie gesproken op de ritmische begeleiding van sabar en tama trommels” (dankuwel, liner notes), een soort van proto-rap waarin de diva van dienst haar teksten uitschreit over diep rommelende trommelbegeleiding. Op zich is taasu een welbekend genre in Senegal, maar waar deze plaat echt zijn verdienste toont, is in de stilistische koppeling ervan aan de populaire mbalax sound waarin Afro-Cubaanse invloeden verweven werden met traditionele percussie en gezangen.

De melodische nadruk van sommige stukken op deze plaat getuigt van die mbalax invloed, al blijft die wel steeds secundair. Het beste voorbeeld, en wellicht meteen de beste track op de plaat is opener “Dieuleul-Dieuleul” (te vertalen als: “neem het”), waarin de zwierige percussiebegeleiding voorzien wordt van repetitieve keyboardklanken – ironisch genoeg net die klanken die het geluid van de Afrikaanse marimba nabootsen – en zelfs een geprogrammeerde breakbeat. “Ndame” (“Succes”) wordt dan weer opgeleukt door vage snaarklanken, maar moet het vooral hebben van de percussiebegeleiding die ergens in het midden plots een opzwepende versnelling inzet. Niet alles wordt echter door de fusionmolen gehaald, want in “Yaye Penda Mbaye” valt een volledig traditioneel taasu-nummer (nu ja, dat denken we toch) te horen, waarin de melodische riedels van de tama of de “talking drum” zich rond de bonkende sabars wikkelen.

De teksten van Diop zijn erg cultureel gebonden aan de griot-traditie en betreffen voornamelijk lofbetuigingen. Niet dat je er iets van zou verstaan zonder kennis van de lokale taal, maar ook hier weer vormen de liner notes een belangrijke hulpbron. Wat je wel meteen hoort is de opvallende stem van Diop. Naar Westerse schoonheidsidealen zou dit al snel afgedaan worden als het gekrijs van een half demente marktkraamster, maar op deze opzwepende muziek werkt dat viswijfgejoel verdorie wel. Het doet soms wat denken aan de geschifte feestmuziek van de Syrische Omar Souleyman, maar dan nog enkele graadjes meer out there.

Veel variatie valt er jammer genoegniet te horen in de declamatie van Diop noch in de muzikale begeleiding, waardoor de plaat wat vermoeiend werkt ondanks de korte speeltijd. In kleine doses is dit echter wel erg boeiend gerief en sowieso een van de opmerkelijkste platen die uw platenkast rijk is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × twee =