Manic Street Preachers :: Futurology

Album nummer elf, deel twee van een diptiek, en Manic Street Preachers staan op het hoogtepunt van hun kunnen. Futurology is de plaat die alle ramen en deuren weer openzet. Vanaf nu kan alles, en afgaand op deze plaat zijn de mogelijkheden eindeloos. James Dean Bradfield, Nicky Wire en Sean Moore hebben nog nooit zo vrij geklonken.

Hoe goed Rewind The Film — Manic Street Preachers voor één keer in ingetogen doen — ook was: deze was het waar we naar uitkeken. Al toen die vorige plaat in de zomer van 2013 werd aangekondigd, kwam dat gepaard met de mededeling dat in dezelfde opnamesessies een veel steviger album was gemaakt dat een half jaar later zou volgen. Het werden negen maanden, maar dat was het waard: Futurology is een heruitvinding die alle zweem van nadagen uit de carrière van de groep blaast.

Ver weg van de epische rock met strijkers waar de groep sinds Everything Must Go uit 1996 iets te hard op bleef steken, is Futurology een terugkeer naar het hoekige postpunkgeluid dat de groep in 1994 op mijlpaal The Holy Bible definieerde. De jeugdige woede en tegendraadsheid zijn gegaan, de gitaren en baslijnen zijn gebleven en worden aangevuld met beats die hun lessen aan de krautrockschool hebben genoten. Kon dus ook niet anders: een groot deel van de opnamesessies vonden plaats in de Hansa Studios waar ook David Bowie zijn befaamde Berlijnse periode vormgaf.

Dat zinnetje “We could be heroes but failure’s more fun” uit “Sex, Power, Love And Money” is dus niet meer dan een tip of the hat naar The Dame, maar het past op een plaat waarop nog geen beetje gerefereerd wordt. Is het niet aan Edvard Munch, dan wel aan Maiakovski of Malevitsj of — die moesten we zelf even opzoeken — de impressonistische Die Brücke-beweging: een tekst van Nicky Wire had vaak al iets van een leeslijst, deze keer mag u zich ook verdiepen in de kunstgeschiedenis van de vroege twintigste eeuw.

Het maakt echter niet zo gek veel uit dat “Let’s Go To War” muzikaal stiekem stukken Tsjaikovski en Grieg citeert; het is vooral één van de meest brute en opwindendste momenten uit het laatste anderhalf decennium van de groep. Vuil en opruiend is het met recht een broertje te noemen van andere één-tweetjes tussen band en publiek als “You Love Us” of “Masses Against The Classes”. Al even opwindend: het door de Duitse actrice Nina Hoss (u kent haar nog van een bijrol in Lola Rennt) van een Teutoons cachet voorzien “Europa Geht Durch Mich”; stampende discopunk die nog geen beetje naar Goldfrapp heeft geluisterd. En was “Sex, Power, Love And Money” niet met wat elektronica opgeleukt; het had zo op het nog steeds onverslijtbare debuut Generation Terrorists kunnen staan.

Dat James Dean Bradfield de microfoon nog altijd graag even doorgeeft, blijkt ook nu weer. Green Gartside van Scritti Politti doet iets moois met de strofes van “Between The Clock And The Bed”, de Welshe harpiste en songschrijfster Georgia Ruth neemt het elegante “Divine Youth” voor haar rekening. En tot tweemaal toe zwijgt de frontman ook gewoon. Zowel afsluiter “Mayakovsky” als “Dreaming Of A City (Hughesovka)” zijn instrumentals, waarvan vooral die laatste bijblijft als een heldere update van het ondertussen ook alweer dertig jaar oude “Theme From Big Cities” van de vroege (het onderscheid is belangrijk) Simple Minds.

U zult het uit de in dat laatste nummer afwezige tekst dus niet opmaken, maar Nicky Wire bespeelt ook hier zijn Welsh-nationalistische stokpaardjes, en haalt met de titel het verhaal boven van zakenman John Hughes die in 1870 de Oekraïense stad Donetsk zou oprichten, en daarvoor tal van mijnwerkers uit geboortestad Merthyr Tydfil overbracht. En ook elders is het geboorteland niet veraf: in “The View From Stow Hill” reflecteert de bassist van op voornoemde heuvel over de opstand die in 1839 hardhandig werd neergeslagen door de Britse autoriteiten. “You can still see the bullet holes / You can still sense a litte hope”, leest het tekstboekje.

Oude thema’s dus (ook de obligate verwijzing naar verdwenen gitarist Richey Edwards ontbreekt niet met de epische single “Walk Me To The Bridge”), maar een nieuwe vorm, en dat maakt van Futurology een opwindende zit. Diep in hun veertiger jaren geven Bradfield, Wire en Moore blijk van meer vitaliteit dan ooit. Na afloop van de zoveelste beluistering hou je dan ook het gevoel over dat het werkelijk onvoorspelbaar is welke richting de groep hierna uit zal gaan; alle wegen liggen open. Voor een trio dat ondertussen een kwarteeuw bezig is, is dat meer dan lovenswaardig. Dit is een wereldband.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + een =