You Raskal You :: “We overleven op Turkse yoghurt en Ice Tea”

Sinds ze in 2011 hun debuut Reverb Kisses uitbrachten, zijn de vijf vrienden van You Raskal You een graag geziene naam in Vlaamse concertmiddens. Ook hun tweede plaat, die — even naar adem happen — It Takes A Whole Lot Of Fools To Build A Pyramid, But Love Just Takes Two gedoopt werd en eind februari verscheen, staat bol van ijzersterke, intieme nummers. Het resultaat van geduldig musiceren, maar ook van een gezonde zin voor fantasie, zo blijkt. “Als zwemmen met dolfijnen: zo moet onze muziek voelen”, aldus drummer Tijl Piryns.

De ontstaansgeschiedenis van Reverb Kisses is opmerkelijk: het album werd opgenomen in het kader van een Werkkampproject van vzw Schelda’pen in een geïmproviseerde studio in het vooroorlogse fort van Hoboken. Voor de opnames van hun tweede plaat trokken Piryns, zangers Rienk Michielsen en Guy Brees, gitarist Maarten Michielsen en bassist Raf Vorsselmans naar een echte studio. Maar de band vertoeft ook graag in een repetitiekot. “We repeteren minstens een keer per week, vaak vijf uur lang. We zijn heel perfectionistisch. Liever miserie tijdens een repetitie dan op het podium. Zo proberen we alle valkuilen te vermijden.”

“Voor de tweede keer samen een plaat opnemen, is nog leuker omdat je elkaar dan nog beter kent. Alsof we de hele tijd zwanger zijn geweest en dan plots is dat kind er: dat is een plezant gevoel. In een studio kunnen we ook heel diep gaan. De nummers worden als het ware een zwembad waarin je jezelf onderdompelt”, legt het enige niet uit Hoogstraten afkomstige lid uit, dat ook actief is in de Limburgse band Shun Club.

enola: Warm, zomers en romantisch: dat zijn de woorden die It Takes A Whole Lot… perfect samenvatten. Zien jullie het ook zo?
Piryns: “Dat zijn heel lovende woorden. Dat gevoel wilden we ook creëren. De band repeteert vaak akoestisch om te zien of de nummers echt wel overeind blijven. Veel nummers van de nieuwe plaat zijn ontstaan in de tuin van een van onze zangers, ergens in de zomer. We wilden onze plaat in maart uitbrengen omdat we die in de zomer veel willen spelen. Veel bands doen dat, dus dat was een heel spannende zet, omdat er nu veel goede dingen uitkomen.”

enola: Toen ik de plaat tijdens een lastige werkdag beluisterde, werd ik er zowaar goedgezind van.
Piryns: “Opgewektheid was geen doel op zich. We willen dat de luisteraar in een andere wereld kan duiken, even helemaal weg zijn. Hoe we die wereld het best omschrijven? Een met veel chocolade, zomerplanten en dolfijnen.”

enola: Misschien was het niet de bedoeling, maar een nummer als “Machine And Men” herbergt het warme gevoel van Fleet Floxes.
Piryns: “We vinden de associatie met Fleet Foxes en Bon Iver niet onlogisch, maar onze invloeden zijn eigenlijk veel zuidelijker en ouder: heel oude blues, afrobeat en bluegrass.”

enola: Dat zijn niet bepaald doorsnee genres. Hoe hebben jullie die genres leren kennen?
Piryns: “De vader van Maarten en Rienk speelt in een van de strafste bluegrassbands die ons land kent: 4 Wheel Drive met Jan Michielsen. Mijn vader bijvoorbeeld, heeft van iedereen ter wereld het meeste Werchters op zijn naam staan. Ik werd van kleins af aan ondergedompeld in rock en kleinkunst. Hij sleepte mij overal mee. Maar als je goede muziek wil beluisteren, moet je niet alleen naar vandaag kijken. We hebben veel oude muziek leren kennen dankzij andere bands en bijvoorbeeld ook dankzij interviews”.

enola: Nummers als “The Plow” en “It’s Gone” zijn bijna rocknummers; de grootste verrassingen op de plaat wat mij betreft.
Piryns: “Die zijn onbewust tot stand gekomen. Iedereen heeft een uiteenlopende muzieksmaak en kan zijn ei kwijt. Ik heb nog in een salsaband gespeeld terwijl Raf in een stoner/slugdeband speelt. Rienk luistert dan weer naar Malinese muziek. Zo krijg je verschillende nummers. Maar als er een band is waar we allemaal gek van zijn, dan is het The Band; daar zit een beetje van alles in.”

enola: You Raskal You lijkt mij niet bepaald de band die het varken uithangt tijdens een repetitie of na een optreden.
Piryns: “Wij overleven op Turkse yoghurt en Ice Tea. Onze repetities zijn inderdaad weinig rock-‘n-roll, maar vaak eten we heel lekker. Guy kan heel goed koken. En muzikale discussies lossen we vaak op met culinaire metaforen. Dan hebben we het bijvoorbeeld over avocado met choco: beide zijn best lekker, maar niet altijd combineerbaar.”

enola: Ik las dat jullie bijna allemaal uit Hoogstraten afkomstig zijn. Vormt de natuurrust daar ook een inspiratiebron voor de band?
Piryns: “Voor Rienk geldt dat sowieso. Hij woont net naast de Kalmthoutse heide. Maar hij haalt ook inspiratie uit literatuur zoals Steinbeck en Hemingway, of gewoon op het internet. Guy leest dan weer graag Boon, Raymond Carver en Anton Tsjechov.”

enola: De eerste plaat werd opgenomen in een oud fort. Hebben jullie er ooit aan gedacht om in the middle of nowhere te spelen?
Piryns: “Neen, maar het zou wel heel tof zijn, in de natuur spelen. Ik zal het doorgeven. (lacht) Iedereen van de band heeft in ’t stad gewoond, maar is er ondertussen weggetrokken. We zijn ook eerder een natuurband dan een metropoolband. Onze muziek moet lang meegaan. Het zou fijn zijn als de platen binnen 50 jaar nog gedraaid worden.”

enola: Kijken jullie uit naar een eigen tour in Vlaanderen na te hebben gespeeld in de voorprogramma’s van onder meer School Is School, Eriksson Delcroix en Geppetto & The Whales?
Piryns: “We hebben in een week tijd in Antwerpen, Brussel en Gent gespeeld: dat is al geweldig. Een paar zomerfestivals zou nog beter zijn. We zijn dus al heel tevreden over de gang van zaken.”

enola: Wat zijn voor jou de grootste verschillen tussen studiowerk en optredens?
Piryns: “De juiste sfeer neerzetten: dat vind ik zowel in een studio als in een concertzaal belangrijk. Andere mensen doen dit door te koken of met poëzie. In de studio gaat het meer om de details — je kan veel dieper ingaan op bepaalde geluiden –, live heb je dan de momentopname, de spanning van het moment. Bijvoorbeeld wanneer een bandlid ziek is of de toeschouwers net van hun werk komen. Dat is superspannend.”

“Hoe meer we spelen, hoe meer we beseffen dat het publiek belangrijk is. We komen naar een optreden om even van de wereld te zijn. Samen met het publiek kom je dan in een bubbel terecht waarin iedereen gelukkiger is. En het moet van beide kanten komen. Als het publiek niet meteen mee is, moet je als band langer werken aan die bubbel. Als band moet je met het publiek iets opbouwen.”

You Raskal You speelt volgende maand op het Bazaar Festival in de Arenberg Schouwburg in Antwerpen (3 april), op het (t)Huiskamerfestival in Turnhout (19 april) en in Het Depot in Leuven (28 april).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 1 =