Geppetto And The Whales, Heads of Woe

Ondanks de nederigheid die we als Belg graag aan de dag leggen, moeten we toegeven dat ons vlakke land barstensvol talent zit. De eerste maand van het nieuwe jaar opent zo met Heads of Woe, de eerste volwaardige plaat van Geppetto And The Whales. Melancholisch, triest en op smaak gebracht met een victoriaans gevoel van onbehagen; geen spek voor ieders bek, maar een vette kluif voor de liefhebbers.

Na een handvol singles en een EP die meer dan tot de verbeelding sprak, was het volgens de bandleden tijd om de stap te zetten naar een volledig album. Het resultaat werd deze maand integraal voorgesteld aan het beste van de binnenlandse muziekpers en werd haast unaniem op lofbetuigingen onthaald. Heads Of Woe is een aangename luisterplaat geworden die gebruik maakt van een minimalistische intensiteit; ieder nummer laat zich beluisteren als een historisch correct verhaal zonder een oordeel te vellen over wat je als luisteraar nu precies zou moeten voelen.

“1814” bijvoorbeeld, volgens menig persbericht het treurige verhaal van een Vlaamse boer die het Russische front achter zich laat en aan een moeilijke tocht huiswaarts begint. Het is onzinnig dat te ontkennen, maar toch is de tekst die Sander Sterkens neerschreef zo open en toegankelijk dat het nummer makkelijk een persoonlijke weerslag kent. Ook muzikaal is “1814” helemaal top. Het nummer opent met een eenvoudige akoestische gitaar die pas gaandeweg wordt aangesterkt met elektrische elementen; op die manier krijgt de track een aantal minuten om te groeien en zich langzaamaan helemaal te ontplooien.

Die werkwijze wordt trouwens een aantal keer herhaald doorheen Heads Of Woe; ook “The Great Lament” en “Maxburg” kennen een trage start, maar gaan naar het einde van het nummer toe wel volledig voor de overwinning. Toch is er op het eerste album van de band ook wat ruimte voor variatie. “Saigo” wordt evenzeer gedragen door een weids en open geluid, maar gaat gebukt onder een fatalistische tekst die het optimisme dat door de eerste nummers op het album werd opgewekt, helemaal teniet doet. ‘No matter the deeper you dive/Sorrow will find you below’; de jonge leeftijd van de band valt moeilijk te rijmen met de zwartgallige boodschap die je tijdens het nummer te verwerken krijgt.

Die neerslachtigheid is bovendien een terugkerende factor, zeker naar het einde van de plaat toe. “Time”, het laatste nummer op Head Of Woe, heeft wat weg van een haastig neergepend requiem; een boterbriefje van een neerslachtige puber die op het punt staat van de kerktoren te springen. Vreemd genoeg is het net daarin dat de echte kracht van Geppetto And The Whales schuilt: korte tekstuele fragmenten gedragen door brede, structuurloze melodieën gekruid met een clichématige boodschap die je als luisteraar wel oprecht raakt.

Het siert Sterkens en co. dat ze hun gevoelens open en bloot op plaat durven gooien, maar na een klein uurtje worden die literaire persoonlijke ontboezemingen eerder een vervelende gimmick. Als kritische luisteraar kan je bovendien ook niet anders dan opmerken dat heel wat tracks geen doordacht einde lijken te hebben. De noten blijven wat radeloos rondzweven in het ijle tot alles opeens gewoon stopt; best verwarrend. Heads Of Woe is een gelaagd debuut dat zeker weet te boeien, maar toch nog wat overtuigingskracht mist. Maar goed, walvissen vel je dan ook niet met een enkele slag.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × twee =