DIT WAS 2013: London Grammar :: “Een toog in de zaal, dan is het om zeep”

De hele maand december blikt enola terug op het afgelopen jaar met de interviewreeks DIT WAS 2013. Daarin laten we artiesten aan het woord die het jaar maakten of wiens plaat onterecht onopgemerkt de vergetelheid in dook.

Heel even, aan het eind van afgelopen zomer tijdens het plannen van onze interviewreeks en toen de aanvraag werd verstuurd, was er nog wat twijfel of we dit interview zouden sparen voor onze “TIPS VOOR 2014”-reeks. Het Londonse trio pakte ons echter in snelheid en maakte met If You Wait al een van de meest gesmaakte debuutplaten van 2013. En dus eentje waar we het graag nog eens over hebben.

Het interview vindt plaats in de tourbus, netjes voor de Botanique geparkeerd zoals dat de gewoonte is, op een miezerige novemberzondag, enkele uren voor het concert in de Witloofbar. Zangeres Hannah Reid zou er niet bij zijn, maar als we komen bijschuiven met een pintje in de hand, gekregen van de sympathieke tourmanager, heeft ze zichzelf de moeite bespaard om van onder haar fleecedekentje te komen en andere oorden op te zoeken. We zijn vandaag het enige medium dat een interview heeft en iets zegt ons dat de band dat voor één keertje niet erg vindt. Ze zitten in het midden van een druk tourschema waarbij Europa overwonnen moet worden, voor Australië aan de beurt is.

enola: Jullie doen tegenwoordig wel heel veel shows, promo en interviews, hoe gaan jullie ermee om?
Hannah Reid: “Het leukste is ongetwijfeld dat je veel mensen ontmoet.”
Dan Rothman: “We doen écht niet graag fotoshoots (lacht). Maar verder … we zijn inderdaad heel druk bezig en dat vergt soms wel zijn tol.”
Reid: “Ik ben echt wel moe, maar we klagen niet.”

enola: Het heeft even geduurd voor het album If You Waituit was, geeft dat een voldaan gevoel of zijn er achteraf gezien nog dingen die je ondertussen anders zou doen?
Dot Major: “We hadden waarschijnlijk nog wel een tijdje kunnen doorgaan met delibereren, maar op een bepaald punt moet je knopen doorhakken en de plaat gewoon uitbrengen. Het voelt niet echt als een plaat die klaar is, omdat ze net uitgebracht is en we er nu mee toeren. Dat is een deel van het proces: de muziek aan de wereld laten horen. We hebben er succes mee in Groot-Brittannië en op een paar andere plaatsen, maar ik heb het gevoel dat nog veel mensen het moeten horen tijdens onze concerten. Maar zoals je zegt, het label gaf ons tijd genoeg en dat neemt veel druk weg. Zoveel tijd krijgen we waarschijnlijk nooit meer, dus ik ben blij met de manier waarop we die besteed hebben.”

enola: Sfeer en emotie, is dat het belangrijkste aspect van jullie muziek?
Rothman: “Geen idee, er zijn er nog wel… “
Reid: “Maar het zijn waarschijnlijk wel de belangrijkste.”
Rothman: “Er is de emotie van de teksten en de muziek zelf uiteraard, maar ook de ruimte in de muziek en hoe alles samenkomt. Maar het is inderdaad het soort album dat we wilden maken.”

enola: Doordat alles klein en intiem blijft, is er ook meer ruimte voor Hannah’s stem.
Reid: “Dan en Dot zijn er altijd heel goed in geweest om een soort van bed voor mijn stem te creëren. Maar er zijn ook momenten waarop de instrumenten heel belangrijk worden. Nummers ontstaan in een soort repetitieomgeving waarbij alle instrumenten voor ons staan. Iemand speelt of zingt dan een melodie en dan kan het eigenlijk alle kanten uit.”

enola: Jullie zijn met z’n drieën, is het dan makkelijker om democratisch te zijn wanneer iemand een bepaald idee maar niks vindt?
Reid: “Dat gebeurt wel eens…”
Rothman: “Ja, het is meestal twee tegen één!” (iedereen lacht)
Major: “Ik heb uuuuuren opnames van jams waarvan meer dan de helft rommel is. Soms spelen we iets 20 minuten aan een stuk om tot die vaststelling te komen.”
Rothman: “We hebben ook heel wat nummers die uiteindelijk de plaat niet gehaald hebben, ik denk dat we in totaal zo’n 30 tot 40 nummers hebben opgenomen. Meer dan de helft heeft dus het daglicht nog niet gezien. Ik persoonlijk vind dat er goede dingen bijzitten, maar iedereen moet dus akkoord zijn.”
Reid: “We zijn democratisch, zolang iedereen het met mij eens is.” (lacht)

enola: Wie had het idee om “Nightcall” van Kavinsky te coveren?
Reid: “Onze producer. We waren er al mee aan de slag nadat we de film Drive gezien hadden.”
enola: Jullie spelen ook “Wicked Game” van Chris Isaak live.
Reid: “Ja dat was… vreemd. We deden het eerst voor Radio 1 live en iedereen was er gek van, nu ook tijdens concerten.”
Rothman: “Het is eigenlijk grappig dat mensen denken dat we goed zijn om nummers in een London Grammar-versie te kneden. Zodra Hannah iets zingt… ze heeft een heel unieke klank en daardoor kunnen we iets heel makkelijk zoals de rest van onze muziek doen klinken. Dat is heel efficiënt. Als je een nieuwe band bent en nog geen tonnen materiaal hebt, is het wel leuk voor het publiek om eens een cover te horen.”

enola: Spelen jullie liever op festivals, of toch maar in concertzaaltjes?
Rothman: “We hadden het er vandaag nog over. Ik weet het niet… We hebben nu een paar maanden massa’s festivals gespeeld en beginnen nu meer clubshows te spelen. Ze zijn gewoon erg verschillend. Ze hebben elk hun voor- en nadelen, ik kan niet zeggen dat ik een specifieke voorkeur heb. Het hangt ervan af, een festival is vaak een meer euforische ervaring…”
Major: “En dan krijg je ook de kans om voor een heel groot publiek te spelen, dat kunnen we niet als we zelf headlinen.”

enola: Jullie hebben ook een nummer gemaakt met Disclosure, “Help Me Lose My Mind”, hoe zijn jullie met elkaar in contact gekomen?
Reid: “We kennen hun management al een tijdje, we hebben ook met hen samengewerkt in het begin. We hebben eens samen live gespeeld met Disclosure en zijn altijd contact blijven houden, het zijn echt fijne mensen, vrienden eigenlijk ondertussen. Ze hadden een demo van een van onze oudste nummers, “If You Wait” en vonden mijn stem heel goed en wilden graag samenwerken. Heel leuk.”

enola: “Hey Now” is het eerste nummer dat jullie online gooiden, maar op dat moment leek daar niet echt een strategie achter te zitten. Denk je daar nu meer over na?
Rothman: “Hm, we zouden dat eigenlijk nog altijd op die manier doen. Nu zijn er meer middelen, zoals video’s of radiosessies. Bij “Hey Now” was het gewoon het nummer online zetten en zien wat er zou gebeuren. Dat is bijna een jaar geleden nu. In die tijd is er veel gebeurd en is alles heel snel gegaan, vooral in Groot-Brittannië, nu stilaan in Europa ook. Maar op termijn is het iets dat we best opnieuw kunnen doen. Bands doen dat wel af en toe, Arcade Fire bijvoorbeeld heeft het nu ook gedaan.”

enola: Na Groot-Brittannië en de Verenigde Staten is nu het Europese vasteland aan de beurt, daarna Australië. Zijn dat grote verschillen op het vlak van concertbeleving?
Reid: “Niet echt eigenlijk. Zeker als het een uitverkochte show is, dan houden ze gewoon van je. (lacht) Mensen lijken me overal nogal hetzelfde, behalve in grote steden misschien. Gisteren in Amsterdam hadden we waarschijnlijk het meest passionele publiek tot nu toe. Ik duid elke avond mijn favoriete toeschouwer aan en die kerel gisteren dacht dat hij op het podium moest komen.” (lacht)
Major: “Vooral omdat het niet eens onze eigen show was (London Grammar speelde op het festival London Calling in Paradiso, jp). In de Verenigde Staten waren dan weer meer zieltjes te winnen omdat er daar meer een cultuur is van mensen die met vrienden meekomen, zonder een band per se te kennen.”

enola: Is een publiek soms te luid voor jullie muziek?
Reid: “Ja, soms wel.”
Rothman: “Op festivals is het anders, omdat daar altijd een soort algemeen achtergrondgeluid is. Dat is makkelijker te aanvaarden. Bij een clubshow is het frustrerender. In Londen speelden we eens een concert waarbij de mensen gewoon heel het nummer bleven praten. Waarom betaal je dan om ons te komen zien?”
Major: “Hoe groter de zaal hoe moeilijker het is, vanaf een capaciteit van 1000 mensen krijg je het eigenlijk nooit volledig stil.”
Rothman:” Of als er een toog in de zaal is, dan is het om zeep. We moeten ons er gewoon bij neerleggen.”

enola: Dan en Dot, jullie zijn op tour met een vrouw, hou je dan automatisch meer je manieren?
Reid: “Nu ga je ervan uit dat ik me altijd gedraag. (hilariteit) Nee, ik trek wel een beetje de lijn.”
Rothman: “We hebben wel de neiging om ons nogal ‘jongensachtig’ te gedragen (lacht), dat is waarschijnlijk voor iedereen irritant, niet alleen voor vrouwen. Gewoon irritant, punt. (lacht) Het is meestal Dot die begint, samen met de geluidsman.”
Major: (kijkt naar Dan) “Jij bent veel erger dan ik!”
Rothman: “Oh! Rot op! Ik kan wel eens meedoen, dat wel.”
Reid: “Het ergste vind ik als iedereen voetbal aan het kijken is, dan denk ik: waarom kan ik niet met mijn vriendinnen naar “Love Actually” kijken? (lacht) Maar we zijn verder wel heel ‘harmonieus’ op de tourbus, er zijn veel bands die dat niet kunnen en daardoor uit elkaar gaan. Maar ik hou je op de hoogte.” (grijnst)

enola: Jij hebt de meeste verantwoordelijkheid, Hannah?
Reid: “Ja, ik moet wel, omdat ik goed voor mijn stem moet zorgen. Als ik op stap zou gaan en mezelf lazarus zuip, kan ik niet zingen de volgende dag. Het is zo al moeilijk en uitputtend genoeg. Ik word ook nog steeds heel nerveus voor een concert, dat maakt het ook vermoeiend. Niet meer zo erg als vroeger gelukkig, toen werd ik soms echt ziek van de zenuwen.”

enola: Hebben jullie af en toe tijd om de toerist uit te hangen?
Major: “Het hangt af van waar we zijn en of we de dag erna een show hebben of niet. In de Verenigde Staten zijn we wel naar de Niagarawatervallen gaan kijken op een vrije dag. Maar meestal is het alleen maar binnen en buiten, na het optreden direct vertrekken naar de volgende locatie. En de vrije tijd wordt vaak aan promotie besteed.”
Rothman: “Ik vind Europa wel fijn, het is wat meer bandvriendelijk. Als je op tour bent is er niet veel tijd en wil je van de tourbus wandelen en direct iets interessants zien. Als je in de Verenigde Staten van de bus stapt, is het minstens nog een half uur reizen naar de dichtstbijzijnde bezienswaardigheid. Alles ligt daar erg verspreid. Europa is compacter en dus praktischer.”

enola: Van dat bezoekje aan de Niagarawatervallen hebben jullie een foto op Instagram gepost. In welke mate proberen jullie op sociale media jullie privacy te bewaren?
Rothman: “We letten er wel op om niet echt privézaken te posten. Sociale media zijn natuurlijk heel belangrijk en een handige manier om fans aan te trekken. Verder hoeft het voor ons niet te gaan. Er zijn artiesten die foto’s posten die voor mij ver voorbij die grens gaan. Zoals Rihanna bijvoorbeeld, die ergens wiet zit te roken. Maar dat is dan weer de manier waarop ze haar marketing voert. Als je zo beroemd bent, willen mensen steeds meer en meer. Maar het hoeft niet per se, Savages doet er bijvoorbeeld niet aan mee, maar dat houdt ze niet tegen om toch succesvol te zijn.”

enola: Vorige week speelden jullie in “Later with Jools Holland”, dat is een mijlpaal voor veel artiesten.
Major: “Ja inderdaad, zeker voor Britse artiesten. Je krijgt zenuwen van een heel ander niveau. Bovendien deelden we de studio met The National, deze twee hier (wijst naar Hannah en Dan) zijn grote fans en ik hou erg van John Mayer, die er ook was. Het was geweldig.”

enola: Een wijntje gedeeld met Matt Berninger?
Rothman: “Nee! (lacht) Hij was heel vriendelijk. Het is echt een vrolijke man, terwijl hij op het podium toch nogal donker overkomt. Hij glimlachte zelfs! Maar ze nemen zichzelf en wat ze doen wel serieus, vooral de tweeling (Aaron en Bryce Dessner, jp). Ze zeggen dat ook vaak over ons, dat onze muziek donker en triest zou zijn. We zijn vandaag wel een beetje moe, maar we zijn echt geen depressieve mensen.” (lacht)

London Grammar speelt op zondag 2 maart 2014 opnieuw in de Botanique, deze keer in de Orangerie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + twee =