Editors :: 2 november 2013, Sportpaleis

Van duf naar dwangmatig in tweeëntwintig songs; of hoe de veelbelovende passage van Editors in het Antwerpse Sportpaleis een storm in een glas water bleek te zijn.

Er was eens, niet zo heel lang geleden, een erg getalenteerde gitarist. De gitarist zat in een erg aangenaam bandje dat langzaam maar zeker een erg respectabel parcours had afgelegd. Na jaren trouwe dienst liep het mis. Onverenigbare muzikale geschillen dreven een wig tussen de gitarist en rest van de groep. De frontman huilde bittere tranen en smeekte de gitarist om de band niet te verlaten. Maar helaas; de rode ogen van de frontman waren niet genoeg om de gitarist van gedachten te doen veranderen. Aan het einde van de avond trok de gitarist moe getergd de deur achter zich toe. Het leven van de rest van de groep zou nooit meer hetzelfde zijn.

Geen idee of het effectief zo verlopen is, maar het valt moeilijk te ontkennen dat het vertrek van Chris Urbanowicz een impact heeft gehad op de andere leden van Editors. De eerste plaat die de groep dan ook zonder hem afleverde, werd door critici genadeloos neergesabeld. Velen namen het Tom Smith kwalijk dat hij het bombastische einde van zijn eigen emotionele spectrum de boventoon liet nemen. Bovendien bleek de band openlijk te flirten met het imago van stadion act, een idee gekoppeld aan een nieuw geluid dat vaak te potsierlijk voor woorden bleek te zijn. Haast van de ene dag op de andere veranderde Editors in een groep die arena’s zou gaan uitverkopen. Allemaal goed en wel, maar mag dat dan ook gebeuren met een beetje passie?

De show die Editors aan het Antwerpse publiek probeerde te slijten, was als een leeg biervat; hol, saai en eigenlijk niet de moeite om bij stil te blijven staan. De verwachtingen waren nochtans erg hooggespannen. Vlamingen en Walen lijken de band immers al een aantal jaren stevig aan de borst te drukken, met als gevolg dat The Weight Of Your Love nergens in Europa zo goed scoorde als in België. Daarnaast ging er in onze media afgelopen zomer haast geen week voorbij zonder dat een of andere zogenoemde kwaliteitskrant een volledige pagina aan de band wijdde. Om even heel kort door de bocht te gaan; ‘hooggespannen’ mag je hier dan ook opvatten als een understatement van jewelste. Niemand zal dan ook beweren dat het Editors mankeert aan potentieel; de band beschikt over een aantal ijzersterke songs die je tot in het diepste van je ziel kunnen raken en toch gebeurde er helemaal niets in Antwerpen. Rien. Nada. Nul de botten.

“Sugar”, “Someone Says”, “Smokers Outside The Hospital Doors”, “Bones” en “Raw Meat = Blood Drool”; vijf nummers aan het begin van de show die aangeven dat de kracht van de band schuilt in de subtiele combinatie tussen semi-theatrale teksten en een erg strak samenspel, worden behandeld als zielloze opwarmers in het repetitiekot. Meer dan vijf nummers lang staat Tom Smith als een dronken veenlijk wat ongeïnspireerd en hoogst verveeld te mompelen in een slecht afgestemde micro. Het resultaat is een gênant schouwspel waar de rest van de band op het eerste zicht helemaal niets mee te maken wil hebben. Russell Leetch en Justin Lockey lijken zo ver mogelijk van hun frontman vandaan te blijven als hun verlengsnoeren toestaan, terwijl toetsenist en gitarist Elliott Williams zich dan weer handig verstopt naast het drumstel. Het flitsende lichtspel en de groteske vlammenwerpers geven het eerste luik van het optreden bovendien ongewild de flair van de gemiddelde doortocht van Rammstein; protserig en lachwekkend. Het grote verschil is echter de sérieux waarmee dat hier gebeurt.

Het duurt tot aan “A Ton Of Love” eer er wat schot in de zaak komt. Op het podium probeert Smith ondertussen uit een onzichtbare dwangbuis te ontsnappen. Met wilde gebaren en spastische gezichtsbewegingen tracht hij toch wat leven in het publiek te blazen en wanneer het refrein wordt ingezet, zingt het Sportpaleis voor het eerst stilletjes mee. Met “Like Treasure” wordt het verlangen naar desire echter weer vakkundig in de kiem gesmoord en keert het publiek terug naar een staat van complete inertie. Tijdens “In This Light And On This Evening” krijgt de avond dan toch even een zweem van passie over zich heen, maar wanneer Smith zich klaarmaakt voor het obligate “No Sound But The Wind”, lijkt het kalf helemaal verdronken. De rilling die het nummer zou moeten vergezellen, wordt door de inspiratieloze zang afgezwakt tot een geërgerde schouderophaling. Het is jammer genoeg wachten op de bisronde om wat plezier in het spel te vinden, waardoor “Bricks And Mortar” — vreemd genoeg — het hoogtepunt van de set wordt. Als enige nummer uit In This Light And On This Evening krijgt het wel het benepen en claustrofobische gevoel van op de plaat mee. Een erg dansbare versie van “Nothing” en publiekslieveling “Papillon” sluiten een erg lange avond af.

Waar ging het mis met Editors? Is de blinde idolatrie van het merendeel van de Vlaamse muziekjournalistiek de band naar het hoofd gestegen? Of misschien hadden Smith en de rest van de groep gewoon een baaldag, dat kan ook. Maar toch; in hoeverre is Editors klaar voor een rol als supergroep? Momenteel grossiert de band enkel en alleen in holle gebaren en staan Smith en co. geboekstaafd als leden van een grote groep die voortijdig gedwongen wordt om groots te zijn. En dan zie je heel, héél kleine dingen op een podium.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − drie =