Julian Barnes :: Uit het raam

Er wordt over gevierde literatuurcritici wel eens gezegd dat ze als geen ander mensen kunnen warm maken voor een boek. Die “als geen ander” is er te veel aan, want pas wanneer schrijvers over elkaars oeuvre in de pen kruipen, gebeurt dat vaak met een inzicht en een liefde én in een stijl waar menig recensent van staat te kijken.

De grootste componisten waren verdienstelijke uitvoerders, nog voor ze zelf naam maakten met hun partituren. De grootste schilders slaagden erin hun voorgangers perfect te imiteren alvorens een eigen idioom te ontwikkelen. De grootste cineasten waren perfect op de hoogte van de geschiedenis van hun medium vooraleer ze zelf meesterwerken begonnen te draaien. En zo weten ook de grootste schrijvers waar de kiem van het schrijverschap ligt: ze kennen hun klassiekers, zetten zelf hun eerste stappen op de cadens van iemand anders zijn stijl en maken zich dan pas los – op voorwaarde dat ze werkelijk groot zijn – van hun kwaliteit als kopiist om voor zichzelf een naam in de geschiedenisboeken op te eisen. Julian Barnes, Man Booker Prize-winnaar met het in 2011 verschenen Alsof het voorbij is maar al veel langer een gevierd schrijver, deed het. Al een eind in de dertig debuteerde hij in 1984 met Flaubert’s Parrot, om in de drie daarop volgende decennia slechts mondjesmaat te publiceren. Omdat een kwalitatief onevenwichtig oeuvre door de razende wind die de tijd is wordt omver geblazen, versnipperd raakt en er voor de komende generaties net zo goed nooit had kunnen zijn. Omdat een mens in de tijdspanne van een enkelvoudig leven geen duizenden titels kan lezen, heeft de auteur een plicht waaraan niet mag worden verzaakt: een roman moet goed zijn, op een bepaalde manier definitief, gewikt en gewogen, en dan pas gedrukt. Zo wint een mens de Man Booker Prize. Zo, en door veel te lezen.

Zelf zegt Barnes geluk te hebben gehad met zijn achtergrond. Hij was het kind van twee leraars Frans, die hun telg vanzelfsprekend besmetten met hun liefde voor die taal, die cultuur en dus ook die literatuur. Doorheen zijn jeugd bouwde de schrijver aardig wat affiniteit op met lectuur die voor heel wat Britten onontgonnen terrein is. Is het toeval dat Flauberts papegaai, met in de titel al een verwijzing naar dat land aan de andere kant van de Noordzee, een bekroning kreeg in Frankrijk nog voor de roman in eigen land goed en wel werd opgepikt? Sedertdien heeft Barnes zijn wortels overigens nooit veronachtzaamd: hij bleef altijd mateloos geïntrigeerd door de wisselwerking tussen de Franse en de Engelse literatuur, en heeft doorheen de jaren zodanig veel gelezen dat hij niet alleen een hoogst verdienstelijk kunstenaar mag en moet worden genoemd, maar ook een eminentie als het gaat over het werk van anderen. In Uit het raam, dat eerst in het Nederlands verscheen nog voor het op de Britse markt werd losgelaten, komen essays samen die tussen 1997 en 2012 het licht zagen. Daarin neemt hij onder meer werk van George Orwell, Penelope Fitzgerald, Ford Madox Ford, Hugh Clough, Rudyard Kipling en Michel Houellebecq onder de loep, kortom in de overgrote meerderheid auteurs met een Britse achtergrond. Daarin heeft Barnes het niet alleen over de inhoud van de literatuur die deze schrijvers hebben nagelaten, maar ook over wat de fysiek van een boek eigenlijk is – hoe een tweedehands exemplaar op een heel andere manier kan charmeren dan een gloednieuwe druk die nog naar de lijm van de fabricage ruikt. Niet alleen is Uit het raam uitzonderlijk interessant voor wat de inhoud betreft, omdat Barnes zich toont als een lezer gelijk aan elkeen die als hobby regelmatig een boek verslindt. Beschouwingen die uit het leven van de gemiddelde lezer zouden kunnen vertrekken en van daaruit de abstractie opzoeken, zijn een waar plezier. Het didactische wordt hier immers gebracht met een prettige, nooit belerende toon, door een warme en sympathieke stem. Het genre “schrijvers over schrijvers” kan saai zijn, of – voor wie Nabokov in gedachten neemt – hoogdravend. Niet zo bij Barnes, die stiekem (als uit het raam) naar zijn collega’s gluurt en hun doen en laten met humor, respect en inzicht becommentarieert. Zeer fijn!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − 3 =