Black Tusk :: Tend No Wounds

Had Black Tusk Savannah, waar ook sludge metalhelden Baroness en Kylesa vandaan komen, niet als thuisbasis, dan was het trio allicht niet zo bekend als nu. Tend No Wounds bewijst dat Black Tusk vandaag niet meer dan een doorsnee metalband is.

Het is lang zoeken naar een omschrijving van sludge metal. In de jaren negentig was duidelijk waarvoor het genre stond. Eyehategod en Crowbar speelden een übervuile mix van Black Sabbath-doom en hardcore punk, recht uit de dampende moerassen van Louisiana.

Vandaag ligt het epicentrum van de scene in een andere Amerikaanse staat: Georgia. “Maar sludge is een containerbegrip zoals grunge vroeger”, gaf Pete Adams, nota bene Baroness-gitarist, ons vorig jaar mee. Vandaag heb je de episch getinte, progressieve metal van Mastodon (uit Atlanta), technische pop-metal van Baroness en psychedelische stoner van Kylesa — de twee laatste bands komen uit Savannah. Black Tusk brengt een crossover tussen thrash, hardcore punk en sludge. De band noemt het zelf “moerasmetal”, ofwel “de vuilste sludge uit Savannah sinds Kylesa”.

Naast hun afkomst konden Andrew Fidler (zanger-gitarist), Jonathan Athon (bassist) en James May (drummer) in het verleden ook hun zware jongens-imago — altijd een pluspunt in de metalscene — en artwork van hun cd’s, van de hand van sludge-goeroe, uitspelen. Het is zo dat vierde plaat Set The Dial, die dan ook een geweldige albumhoes kreeg, plots heel wat aandacht kon lokken. En het was helemaal geen slechte plaat. Met stoner-riffs, punkritmes en thrashelementen waren alle ingrediënten aanwezig voor een explosieve metalcocktail.

Over naar Tend No Wounds. In zes nummers en amper 23 minuten haalt Black Tusk naar goede gewoonte hard, beukend en smerig uit. De loodzware instrumentale opener “A Cold Embrace” en op old school thrash-leest geschoeide “Enemy Of Reason” zijn best te pruimen, maar niet onvergetelijk. Het lijken nummers die niet goed genoeg waren voor Set The Dial of die heel vlug tussen twee tours in elkaar geflanst werden.

“The Weak And The Wise” is al even kolossale noise, maar hierbij vragen we ons toch af of het trio het zelf een goed nummer vindt? Met een bijna irritant riedeltje stelt Black Tusk het uithoudingsvermogen danig op de proef. Repetitieve nummers zijn niet noodzakelijk saai, bij Black Tusk gaan die zelfs vervelen. Ook “Internal/Eternal” en “In Days Of Woe” zijn niet meer dan wat richtingloos gitaarkabaal en geschreeuw. Vooral het ultrazware gitaarwerk nadert de grens van het ongeïnspireerde.

“Truth Untold” is een uitzondering op de beuken-om-te-beuken-aanpak, maar daarvoor werd leentjebuur bij de westelijke collega’s van Red Fang gespeeld. Het is een heavy, maar naar Black Tusk-normen catchy nummer, die net als de nummers van — alweer — Red Fang een hilarische video kreeg. Maar als dit het bandgeluid voor de toekomst is, hoor je ons niet klagen.

Black Tusk is veel meer een liveband dan een studioband, zoveel is duidelijk. De vraag is of deze korte explosie van nieuwe songs echt nodig was. We raden Black Tusk aan om in het vervolg iets langer aan nieuw materiaal te werken. De meeste nummers op Tend No Wounds klinken oppervlakkig, zoals veel te veel metal. Misschien moet Black Tusk eens in de leer gaan bij zijn stadsgenoten van Baroness en Kylesa.

Black Tusk speelt op zaterdag 14 september in Trix in Antwerpen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − vijf =