Gent Jazz 2013: Jacky Terrasson ‘Gouache’ + Dee Dee Bridgewater & Ramsey Lewis + Joe Lovano With The Brussels Jazz Orchestra :: 12 juli 2013, Bijlokesite

Het werd stilaan een traditie: Gent Jazz opende op donderdag met een Special Night. Ook dit jaar was dat de bedoeling. Maar kijk, de komst van Bryan Ferry op maandag volstond om het programmaschema aan te passen.

Gevolg: als winnaar van de wedstrijd Jong Jazztalent Gent mocht The Unrevealed Society op vrijdag het jazzluik van het festival aftrappen. Een concert dat we, wegens nog aan het werk, noodgedwongen aan ons voorbij laten gaan. Daarna kreeg de Sal La Rocca Band de eer om de Gardenstage in te spelen. Een nieuwigheid op het festival. Met dit tweede podium, weggestopt in het rustigste hoekje van het terrein, wil de organisatie nieuwe of nog minder bekende acts de kans bieden aan om zich aan het publiek van Gent Jazz voor te stellen. Bassist Sal La Rocca is reeds jaren een vaste klant op de Belgische jazzpodia maar staat evengoed met Dani Kleins Vaya Con Dios op de planken.

Vandaag presenteert hij de nieuwe Sal La Rocca Band. Opvallend is de aanwezigheid van saxofonist Erwin Vann rond wie het de laatste jaren wat stil geworden was. Tijdens een korte eerste set brengen ze zonder veel animo drie mooi uitgeschreven composities met afgelijnde solo’s van de verschillende muzikanten. Echt spetteren doet het niet, al gaat het tijdens het pittiger slotnummer wel de goede richting uit. Misschien is dat iets voor het laatavondconcert waarmee dezelfde band de festivaldag mag afsluiten.

De Franse pianist Jacky Terrasson opereert veelal in trioformule maar kiest nu voor een uitgebreidere bezetting. Bij zijn tweede passage op Gent Jazz (hij was reeds eerder te gast in 2004) stelt hij zijn vorig jaar verschenen cd Gouache voor. Een opvallende naam in de band is meesterklarinettist Michel Portal. Verder is het uitkijken naar zangeres Cécile McLorin Salvant, een nieuwe naam die steeds vaker opduikt. Aansluitend op het concert verschuift deze laatste trouwens naar de Gardenstage waar ze haar eigen ding mag doen. Terrasson start zijn concert met een lyrische pianosolo om, aangevuld met eerst nog spaarzame percussie van Minino Garay en drummer Leon Parker, over te schakelen naar de hem kenmerkende meer ritmische pianostijl.

McLorin Salvant mag een eerste keer kort het podium op, met haar ietwat lijzige, warme stem (en haar opvallende witte bril) trekt ze onmiddellijk de aandacht. Daarna is het de beurt aan trompettist Stéphane Belmondo die een opvallend bescheiden rol heeft in deze band. Na diens korte solo verschijnt ook Michel Portal, om meteen al dwingend uit te pakken op sopraansax. Verderop in het concert tekent deze nog voor een paar mooie momenten op basklarinet. De sfeer wordt broeierig, met Terrasson die switcht tussen de vleugel en elektrische keyboard. Wat volgt is een opmerkelijke versie van Duke Ellingtons “Caravan”, door Leon Parker solo op gang getrokken met ritmisch borstgeklop, handgeklap en een reeks klanken die we voor het gemak maar ‘keelpercussie’ zullen noemen.

Terrasson slaat met de blote handen op de snaren van zijn piano en Burniss Travis roffelt op de klankkast van zijn bas. Na een lange percussieve intro tokkelt de pianist de gekende melodielijn en vallen de beide blazers in. Een steeds vuriger spelende Portal rond af met een intense solo op sopraansax. Meteen een hoogtepunt. Cécile McLorin Salvant mag terug het podium op voor een sober begeleid, Franstalig gezongen “Je Te Veux”, dat naadloos overgaat in de door Jerome Kern gecomponeerde standard “Yesterdays”. De ondertussen goed gevulde tent hangt aan haar lippen. Met nog een laatste ritmisch stuk wordt een punt gezet achter een gevarieerd en boeiend concert.

Maar nu dus nogmaals Miss McLorin Salvant. Dat deze amper 23 jarige zangeres een opmerkelijk talent is mocht daarnet al blijken. Met haar quartet, dat begrijpelijk wat bleekjes uitvalt in vergelijking met de begeleiders bij Terrasson, brengt ze tijdens twee kortere sets eigen jazzinterpretaties van een resem traditionals. Haar brede achtergrond blijkt uit de keuze van de nummers, Broadwaysongs zoals “The Stepsisters’ Lament” (uit Cinderella) zowel als folktraditionals. In het van de Amerikaanse zwarte komiek Bert Williams afkomstige “Nobody” schemert in de frasering even haar liefde voor opera door.

De folktraditional “John Henry” wordt ingezet met een drumsolo van Rodney Green, waarna McLorin Salvant zich zingend tussen de drummer en bassist Paul Sikivie posteert, als om te benadrukken dat dit niet zomaar begeleiders zijn maar wel degelijk een hechte band. “He takes her nice and slow”, klinkt het in een duo met pianist Aaron Diehl, precies wat zij met de luisteraar doet. Een hartelijk en welverdiend applaus van een aandachtig publiek zijn haar deel. Op 14 mei 2014 staat ze in de Handelsbeurs, een datum om te noteren.

Over naar het grote podium voor de ontmoeting tussen Dee Dee Bridgewater & Ramsey Lewis. Zangeres Bridgewater expressief noemen is een understatement. Een tribute voor Ella Fitzgerald, een musical over het leven van Billie Holiday of een ode aan het Franse chanson, alles kan. Met de aanwezigheid van pianist Ramsey Lewis belooft het een funky en swingend concert te worden. Zo begint het ook. Maar al na het opener “On Broadway” verlaat Bridgewater het podium voor een solospot van het Ramsey Lewis Quintet. Het van Earth, Wind & Fire afkomstige “Brazilica” is lauwe, slappe fusion. Zo gaat het een drietal nummers door, al brengt een pianosolo van de goedlachse Lewis af en toe wat beterschap.

Als Dee Dee terug op het podium verschijnt, brengen ze samen het van Nancy Wilson bekende “Save Your Love For Me”. Bridgewater zingt de sterren van de hemel, maar kan niet verhinderen dat de term ‘variété’ door ons hoofd spookt. Nu is het de beurt aan Lewis om in de coulissen te verdwijnen. Hij wordt vervangen door Edsel Gomez, de vaste pianist van Dee Dee Bridgewater. “I Can’t Help It” (gekend van Stevie Wonder & Michael Jackson) en “Night Moves” (Michael Franks) volgen. Tijdens dat laatste nummer wuift Bridgewater zich met een waaier demonstratief koelte toe, dit soort concert is het dus. Een fenomenale zangeres, maar mag het muzikaal misschien iets spannender?

De bluesy versie van “One Fine Thing” (Harry Connick Jr) werkt wél. Voor één keer stoort de pathos niet. Ondertussen is het duidelijk dat dit eigenlijk geen duoconcert is, maar een handig in elkaar geschoven dubbelconcert. Lewis komt terug voor afsluiter “Living For the City”, nogmaals Stevie Wonder dus. Gebist wordt er nog met het van Billie Holiday gekende “God Bless the Child”. En het moet gezegd, een groot deel van het publiek vond het allemaal prachtig.


Dan is het weer tijd voor jazz, échte jazz. Het 20-jarige Brussels Jazz Orchestra mocht uiteraard niet ontbreken op het meest prestigieuze jazzfeest van het land. Als verjaardagscadeau werd de cd Wild Beauty’ opgenomen met niemand minder dan Joe Lovano, één van de meest gewaardeerde saxofonisten van de laatste 2 decennia. Een man die live nooit teleurstelt en midden jaren 80 geregeld in België vertoefde. In die periode werd met toenmalige Belgische youngsters als Bert Joris, Michel Herr of Dré Pallemaerts de prima cd Solid Steps opgenomen. Met zijn twee concerten in Opatuurs ondertussen legendarische Uilekot, wist de man ons bovendien definitief over de jazzschreef te trekken, waarvoor eeuwige dank.

Bon, de verwachtingen waren dus behoorlijk hooggespannen. En werden meer dan ingelost met een bijzonder gul concert. Een vroeg eerste hoogtepunt is “Powerhouse”. Zo klonk het ook, het BJO stuwt als één homogeen blok vooruit, swingt, knettert en schettert als nooit tevoren. “The Streets of Naples” is andere koek. Het stuk begint bijna klassiek waarna drie solisten met Lovano een robbertje uitvechten. Het klankbeeld verschuift van kakafonie naar gestructureerd en terug. Knap. Een lyrisch “Our Daily Bread”, met een smaakvolle solo van pianiste Nathalie Loriers, bewijst nog maar eens de maturiteit van dit orkest. Spektakelstuk van het concert wordt uiteindelijk de aan Ben Webster opgedragen blues “Big Ben”. In een lang, avontuurlijk en kleurrijk stuk volgt de ene solo de andere op, om uit te monden in een spannend duel tussen Lovano en de fantastische jonge drummer Toni Vitacollona.

Tijdens het afsluitende, aan de onlangs overleden Mulgrew Miller opgedragen, “Miss Etna” bruist en borrelt het BJO als de gelijknamige vulkaan. Tussen al dat bigband geweld door, blijft de robuuste sax van Lovano moeiteloos overeind. Na een staande ovatie werd er nog gebist met “Viva Caruso”. Zoals het BJO vanavond klonk was het absolute top, wereldklasse! Voor een klein groepje die hards mag de Sal La Rocca Band nog afsluiten op de gardenstage. Maar ondertussen is het laat én koud geworden en besluiten we dat het mooi geweest is voor vandaag.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 3 =