BEST OF: Van Morrison

Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goedgeplaatst om eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van enola om maandelijks de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van Van Morrison.

1. Gloria

Naast “Brown Eyed Girl” Vans allerbekendste nummer dat hij opnam met zijn rock-’n- roll-band Them alvorens solo te gaan en nooit meer achterom te kijken. Hoe goed de studioversie van dit lied ook is, wij hebben een zwakke plek voor de dynamischere liveversie zoals die op het livealbum It’s Too Late To Stop Now uit 1974 staat. Hier hoor je niet alleen hoe Van, Iers zijnde, de blues en Stax-soul nagenoeg perfect aanvoelt maar hoe hij ook, ondanks zijn reputatie als opperbrombeer, erin slaagt om zijn publiek op te winden, te entertainen en op het einde te laten mee kermen met elke letter uit zijn ruwe keel. Memorabel.
Hoogtepunt: 0’01”. Dat iconische gitaartje wordt ingezet, wij zetten de boxen open en tafels en stoelen aan de kant, goed voor 4 minuten en 14 seconden ongebreideld speel-, dans- en meezingplezier.

2. Jackie Wilson Said

Nog zo’n meezingbare swing rhythm-and-blues dansvloervuller die doet denken aan een hete nachtclub ergens in Chicago in de jaren 60 of 70. De tekst heeft niet veel om het lijf met zinnen als “Jackie Wilson said it was reet petite” of “I’m in heaven when you smile”. Hierop bewijst Van Morrison dat hij, als hij het maar wil, perfecte popnummers kan schrijven zonder daar zijn hand voor om te draaien. Het soort nummer dat in al zijn evidentie en kinderlijk speelplezier vanzelfsprekend lijkt, maar eigenlijk in al zijn aanstekelijke vrolijkheid (die barroom-piano!) een heus mirakel mag genoemd worden.< br>
Hoogtepunt: 0’01”. Van zingt “Tududududum” mee met de saxofoon op de achtergrond voordat het nummer in al zijn kakofonie en gecontroleerde chaos openbreekt, en wij zijn al ronduit gelukkig.

3. Caravan

“Caravan” is een typisch meezingbaar Van Morrison lied waar het intense verlangen naar bestaan, naar muziek, naar liefde van afdruipt. Of wat denkt u anders van de extatische “lalalala”-refreinen? Van heeft verschillende (live)-versies van dit nummer, maar er is geen betere dan de versie zoals die op The Last Waltz staat, de soundtrack van het afscheidsconcert van The Band uit 1978, vastgelegd op de gelijknamige concertfilm van Martin Scorcese. Wie de stukjes hippietekst over een caravan en zingende kampvuurzigeuners negeert, merkt al gauw het ontzettend meeslepende karakter van deze blue eyed soul-klassieker die gewoonweg om een warme zomeravond smeekt: “So you know it’s got soul”.
Hoogtepunt: 4’31”. The Band voelt Van Morrison perfect aan en schakelt een versnelling hoger. Resultaat? Van verliest zichzelf in het moment, schreeuwt “Turn it up now” en het dak gaat eraf. Wie hier niet blij van wordt, moet dringend naar de dokter gaan.

4. Into The Mystic

Een hoogtepunt uit een album dat er sowieso al bol van staat, Moondance uit 1969, een heel ander beest dat nauwelijks een jaar na zijn impressionistische, experimentele chef d’oeuvre Astral Weeks verscheen. Hier bezingt Van het verlangen om terug thuis te komen, een typisch thema in Ierse volksmuziek. Wat het mystieke nu precies is, is niet duidelijk, maar het zou een onderwerp zijn dat Van voor de rest van zijn carrière zou blijven boeien: het ongrijpbare hier en nu, het vertragen van de tijd, het bestaan in het moment zelf zonder achterom of vooruit te kijken. Door het raam van dit nummer schijnt hetzelfde zondagochtendlicht als bij het rustigste werk van Solomon Burke of Otis Redding waar Van dan een heel eigen stempel op drukt.
Hoogtepunt: 2’33”. Van tilt het nummer nog een laatste keer de hoogte in: “I wanna rock your gipsy soul/Just like way back in the days of old/And together we will float into the mystic”. U kan het misschien een hoop zweefteef-geleuter vinden, maar wij vinden het voornamelijk een pracht van een opbouw en laten ons met plezier meeslepen door de melodie.

5. Tupelo Honey

Net zoals het recentere “Have I Told You Lately” is ook dit een liefdeslied pur sang waar Van zijn meisje dezelfde zoetheid toebedeelt als honing uit Tupelo, uit het gelijknamige album uit 1971 waarop Van zijn huiselijk geluk in Woodstock bezong. Dit is geen lied voor verbitterde, cynische zielen of Jeff Hoeyberghs, maar wel voor wie, op zijn minst, een klein beetje onschuldige, naïeve romantiek ergens in een uithoek van zijn ziel bewaard heeft. Wie dan toch spontane diabetes van de tekst zou krijgen, kan gewoon letten op hoe mooi dit slepende, naar Stax-soul knipogende nummer aanschurkt tegen de prachtige zanglijn van Van Morrison.
Hoogtepunt: 2’30”. Een intermezzo waarin de band de vrije loop krijgt. Na Vans excellente saxofoonspel volgt een gitaarsolo waar wij maar al te graag bij wegdromen.

6. Bring It On Home To Me

Een cover van één van Van Morrisons grote helden, Sam Cooke, die samen met o.a. Ray Charles aan de wieg stond van wat we tegenwoordig soul noemen. Deze versie heeft veel weg van hoe de tragisch jong gestorven Sam Cooke dit nummer live speelde (zie Live At The Harlem Square Club, 1963) en is afkomstig van het nagenoeg onnavolgbare live-dubbelalbum It’s Too Late To Stop Now uit 1974. Ook hier blijkt weer Vans onnavolgbare gevoel voor dynamiek in de magistrale trek-en-duw-opbouw. Let op hoe het nummer met niet meer dan een gitaar en een zacht getikte hi-hat begint om met elke break steeds intenser te worden tot het uiteindelijk losbarst in het laatste refrein. De gitaren die in de stilte na elke drumbreak gierend invallen zijn pure seks.
Hoogtepunt: 3’29”. Van “the man” gaat los en meer hoeft dat niet te zijn.

7. And The Healing Has Begun

Magistraal opgebouwd nummer van het evenzeer magistrale hoogtepunt Into The Music uit 1979 met niets meer dan een constant solerende viool en een gortdroge gitaar, een lied doordrongen van soulvolle intensiteit en intens verlangen, en dat acht minuten lang. Het hele nummer is één en al utopische vooruitblik, zowel naar een wandeling in de vertrouwde straten waar je vandaan komt (de zo vaak in Vans werk terugkerende “avenue”, waarschijnlijk Cyprus Avenue in Belfast) als naar het blije, deugddoende weerzien van een geliefde en de bijbehorende vrijpartij. Hier hoor je ook bijvoorbeeld waar Bruce Springsteen voor nummers als “Jungleland” de mosterd gehaald heeft.
Hoogtepunt: 3’58”. Van Morrison scheurt het nummer à la mode de James Brown aan flarden en schreeuwt het uit: “I wanna make love to you, yes, yes, when the healing has begun”.

8. Cyprus Avenue

De afsluiter van Van Morrisons concerten in de jaren 70, oorspronkelijk afkomstig van het album Astral Weeks, Van Morrisons debuutalbum annex absoluut meesterwerkje uit 1968. De versie die wij hebben uitgekozen komt echter van het livealbum It’s Too Late To Stop Now, en het is een waar huzarenstukje waarin Van zijn tekst over verlangen en verboden liefde in een straat in Belfast via flarden soul, free jazz en rhythm-and-blues richting weergaloze apotheose leidt. Hier hoor je niet alleen wat voor een topband Van rond zich had verzameld, maar ook hoe strak hij de band in toom houdt voordat hij ze op het eind de teugels geeft.
Hoogtepunt: 9’23”. Na een lang intermezzo vol geplaag en lange, ingehouden stiltes gaan Van en zijn band er totaal voor. Van roept “It’s too late to stop now” en het lang beloofde einde barst in al zijn bevredigende, kortstondige intensiteit los. Als dit geen soul is, weten we het ook niet meer.

9. Got To Go Back

De opener van het sterke No Guru, No Method, No Teacher uit 1986, een album dat met zijn subtiel, akoestisch geluid teruggreep naar albums als Veedon Fleece of Astral Weeks, ook al waren dit keer de liedjes qua structuur conventioneler en tekstueel iets minder ongrijpbaar en soms ontzettend religieus. Ook dit is Van Morrison, deels James Brown, rhythm-and-blues en soul, deels mystiek zwerver en nostalgisch dichter, dat laatste een kant van zichzelf die hij voornamelijk op zijn albums uit de jaren 80 liet zien. In het geval van “Got To Go Back” keert Van Morrison terug naar één van zijn favoriete stokpaardjes, namelijk zijn kindertijd en het onmogelijke, nostalgische verlangen om terug te gaan naar de tijd toen hij in Orangefield, Belfast op school zat en thuiskwam om naar R&B-helden als Ray Charles te luisteren, met wie hij jaren later nog zou samenspelen.

Hoogtepunt: 0’06”. Een hoge klarinet valt in, Van zegt instemmend “Yeah yeah” op de achtergrond en het hele nummer krijgt de gouden rand van een lang vervlogen nazomerdag. Alleen Van Morrison slaagt erin om met een minimum aan woorden en instrumenten zulke sfeervolle, poëtische miniaturen te schetsen.

10. Celtic Ray

Afkomstig van het overigens totaal onderschatte Beautiful Vision uit 1982. Een doedelzak, een gitaartje, wat drums en een vrouwenkoortje op de achtergrond, meer heeft Van Morrison niet nodig om een ietwat surreëel, mistig sfeertje te scheppen. We hebben er nog steeds geen idee van wie of wat die “Celtic Ray” precies is of waar dit lied nu eigenlijk over gaat, maar dat kan ons helemaal niets schelen, dit is een heerlijk nummer om in te verdwalen.
Hoogtepunt: 3’17”. Het nummer is stilgevallen, Van Morrison improviseert erop los en zingt “In the early morning we’ll go walking when the light comes shining through”. Wij bevinden ons al lang in een mistig bos op een vroege herfstochtend.

11. Raglan Road (met The Chieftains)

Een Ierse traditional afkomstig van Irish Heartbeat uit 1988, een album dat Van Morrison in Dublin opnam samen met de Ierse folkgroep The Chieftains, misschien wel één van zijn meest traditionele roots-albums, maar ook één van zijn allerlaatste écht onvergetelijke platen. Deze bewerking van “Raglan Road”, hier op het tempo van een wals gespeeld, heeft niet alleen een typisch Iers geluid dankzij de doedelzak en mandolines, maar geeft zich met de hevige instrumentale passages en Vans bevlogen interpretatie van de tekst ook totaal over aan de intensiteit van het prachtige gedicht van Patrick Kavanagh over een verloren liefde met lang zwart haar waarin de tijd zelf voorgoed voorbij is gegaan, net zoals het meisje zelf.
Hoogtepunt: 3’14”. Van Morrison brengt het hele nummer al improviserend tot stilstand (je hoort hem de band tot stilte aanmanen met een eenvoudige, dwingende “shhh”) om vervolgens de laatste strofe te fluisteren. De ruwe rasp die in zijn stem verscholen zit, verraadt de intensiteit, het verlangen en de pijn van een veraf visioen van jonge liefde.

12. Before The World Was Made

Hét hoogtepunt van het voor de rest zo goed als volstrekt vergetelijke Too Long In Exile uit 1993. De tekst is een lichtjes bewerkt gedicht van de modernistische Ierse dichter W.B. Yeats, één van Morrisons grote voorbeelden en in dit geval een excellent voorbeeld van hoezeer Van Morrisons teksten, net zoals die van Bob Dylan, met literatuur en poëzie spelen. De begeleiding is uiterst jazzy en zo licht als een meringue met de fluit en xylofoon. Hier wordt het mystieke en het ongrijpbare mysterie van het menselijk bestaan tegelijk in vraag gesteld en erkend zonder in religieus geneuzel te vervallen. Van Morrison ten voeten uit.
Hoogtepunt: 2’20”. Vans innemende saxofoonsolo is net zo mysterieus als het gedicht dat de aard en het bestaan van de menselijke ziel op platonische wijze in vraag stelt.

13. When The Leaves Come Falling Down

Een brok herfstgekleurde, goedgehumeurde mijmering waar enkel Van Morrison een patent op heeft, en misschien wel één van Vans laatste echt goede nummers op het aardige Back On Top uit 1999, een prototypische Van Morrison plaat voor uitgebluste vijftigers zoals Van die de laatste twintig jaar keer op keer heeft gemaakt zonder ooit nog écht te verrassen of stevig uit de hoek te komen. Soms lukt het hem echter nog, zoals op “When The Leaves Come Falling Down”. De strijkers doen denken aan de meest dromerige arrangementen van Frank Sinatra terwijl een frivole piano zijdezacht door het nummer dwarrelt. Onderweg volgen we Van Morrison op een wandeling langs de boulevards in Parijs, en ook al is de tekst minimalistisch en sober, het geheel is zo evocatief dat wij onmiddellijk zin krijgen in een herfstwandeling in de regen met dit nummer op de mp3-speler. Van Morrison vat als geen ander het hier en nu, hij rekt de tijd uit zodat geen enkel kostbaar detail onopgemerkt voorbijgaat.
Hoogtepunt: 2’49”. Het begin van een pianosolo die woordeloos de romantiek weergeeft van een trage, goudgele oktoberavond, slentert door het nummer, en het is alsof tijd en ruimte gewichtloos in de ether verdwijnen.

14. Madam George

Een ontzettend mysterieus nummer over de stad waar je opgegroeid bent achter je laten en net zoals “Cyprus Avenue” afkomstig van Astral Weeks. De tekst is een modernistisch stukje poëzie dat veel weg heeft van het beste van T.S. Eliot, bol van de mysterie en symboliek. Madam George zou volgens bepaalde critici zomaar eens een travestiet kunnen zijn, maar wie dit ambigue personage, dat als drag queen domino zit te spelen en een mysterieuze aantrekkingskracht lijkt uit te oefenen op de andere personages, nu precies is: geen idee. Het nummer intrigeert niet alleen dankzij de tekst maar ook door de ongewone structuur; behalve het “Say goodbye to Madam George” heeft het lied geen noemenswaardig refrein en kabbelt en meandert het met behulp van een viool en akoestische gitaar richting een dromerige uitgang.
Hoogtepunt: 5’51”. Na een instrumentaal en emotioneel crescendo improviseert Van Morrison zich met zijn jazzmuzikanten een weg door de straten van Belfast, “Say goodbye in the wind, in the rain in the back street” waarna het nummer snikkend, aarzelend en voorzichtig drie minuten lang richting exit sjokt.

15. Country Fair

Nog zo’n lied waarin de tijd lijkt stil te staan. Het diende als afsluiter voor Veedon Fleece uit 1974, een voornamelijk akoestisch, persoonlijk album waar Van één van zijn meest kwalitatief hoogstaande periodes mee afsloot en één van zijn laatste echte meesterwerkjes. Van Morrison zou dit soort van impressionistische nummers later nog vaker herhalen op zijn meditatieve, spirituelere albums uit de jaren 80. Een akoestische gitaar, een fluit en Vans stem die een poëtische tekst over een herinnering aan een zomeravond zingt. Het heeft geen duidelijk refrein of strofes, enkel terugkerende patronen en herhaalde zinnen wat de ongrijpbaarheid enkel maar vergroot. Een lied zo groen als de heuvel waar Van op de hoes met zijn honden op zit: meer heb je niet nodig om weg te dromen.

Hoogtepunt: 0’07”. Het nummer zindert als een zomeravond, de akoestische gitaar valt in en de sfeer is gezet. Te beluisteren met de ogen dicht om de wereld rondom te vergeten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + 14 =