GaBLé :: MuRDeD

Hoewel het belachelijk is om te spreken van humor in nationale termen, valt er toch wel wat voor te zeggen dat onze Franse zuiderburen er zo hun eigen vorm van hebben. Daarbij staat een neiging naar het absurde vaak centraal, nu eens gekoppeld aan pure slapstick, dan weer in ietwat subtielere vormen.

Ook in sommige Franse muziek schemert dat wel eens door, kijk bijvoorbeeld maar naar hoe Daft Punk zijn eigen imago recent tot in het absurde heeft zitten doortrekken. Maar écht absurde Franse muziek, daarvoor moet je bij GaBLé (ja, dat moet met zo’n onnozele afwisseling van hoofd- en gewone letters) zijn. Al een slordig decennium maakt dit trio ontwrichtte, in feite oncategoriseerbare freakfolkpop zo ergens op het raakvlak tussen Tunng, Weird Al Yankovic en Kraftwerk. Dat schijnt vooral live tot bijzonder aanstekelijke festijnen te leiden, maar ook op plaat bewees de band al hun volstrekt eigenzinnige muziek te kunnen vertalen naar opvallend toegankelijke nummers.

De vorige platen van de groep zijn gekenmerkt door een sterke nadruk op folkgitaren die in de clinch gaan met ontsporende electronica en rondvliegende instrumenten van schijnbaar willekeurig allooi. Hoewel die kenmerken centraal blijven, valt op nieuwste worp MuRDeD een opvallende extra nadruk op synthesizers van het soort waar ook Duitse krautrockers graag mee aan de slag gingen te horen. Al blijft de sound wel erg herkenbaar die van GaBLé, met weerbarstige folkneigingen tussen de gestadige syntharpeggio’s door, ettelijke onverwachte tussenwerpsels en wervelende riedels, terwijl ook de teksten nog steeds in dezelfde seminonsensicale hoek te situeren zijn.

Niet dat de nummers nergens over gaan, het is enkel dat ze maar zelden terug te brengen zijn tot de standaardthema’s van muziekteksten as we know it. Zo gaat “Drummers We Hate” redelijk voorspelbaar (dat moet ook zowat de enige keer zijn dat we dat woord in deze recensie kunnen gebruiken) over hoe sterk de twee jongens en het ene meisje van GaBLé drummers wel niet haten, stinkend naar zweet, doof, dom en rijbewijsloos als deze doorgaans zijn. “But we need you, and we’ll help you” wordt er gezongen, ook al valt er in feite maar weinig echte percussie te horen op MuRDeD en is de drumexplosie aan het einde van ditzelfde nummer zo synthetisch als mogelijk. De ironie druipt ervan af, maar los daarvan af levert het ook wel een erg goed nummer op.

“Asthma” heeft tekstueel dan weer niet veel meer om het lijf dan het opsommen van een handvol onaangename ziektes, terwijl “How Much” teruggrijpt naar het soort onschuld waarmee kinderen vragen stellen over zowat alles wat je je maar kan inbeelden. Dat kinderlijke is ook iets dat op andere vlakken sterk meespeelt in de muziek van GaBLé. De tussenwerpsels die elk nummer domineren klinken vaak als een kind dat op muzikaal speelgoed zit te rammen, zij het dan wel met excellente timing. Ook in de opbouw van de songs zelf primeert uiteindelijk een erg eenvoudige aanpak. In essentie zijn veel van de nummers op MuRDeD namelijk gewoon catchy folkpopliedjes, die dan van zodanig exuberante en bizarre arrangementen werden voorzien dat ze een bijna avant-garde karakter krijgen. Deze plaat is daardoor niet zozeer inhoudelijk moeilijk, dan wel vormelijk ietwat uitdagend. Dat de plaat vrij kort is en aan en rotvaart voorbijvliegt met maar 35 minuten speeltijd voor 13 nummers zorgt er wel voor dat ze relatief verteerbaar blijft.

Op die manier balanceert GaBLé dan ook steeds op een koord tussen experiment en song, die ze echter op een zodanig aanstekelijke manier weten te brengen dat je die koordoefening bijna kan vergeten. Dat de band er grotendeels in slaagt om ook uitstekende songs te schrijven in die balans versterkt dat alleen maar. Met MuRDeD breit de band alvast een boeiend nieuw hoofdstuk aan een eigenzinnige carrière.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + 14 =