Michael Mayer :: Mantasy

Als de baas afdaalt tot de werkvloer, blijft het maar de vraag of hij daar ook effectief iets kan betekenen. In het geval van Michael Mayer is dat gelukkig wel het geval. De mede-eigenaar van het Duitse label Kompakt laat met Mantasy een plaat op de wereld los die getuigt van een pak vakmanschap.

Het is niet zo dat Mayer totaal geen voeling heeft met de scène. Integendeel. De Duitser etaleerde zijn goede smaak in het verleden al in zijn DJ-sets, waarvan hij er drie fenomenale op cd perste (Immer I, II en III). Als producer stak hij een handvol nummers in elkaar voor op de Total-verzamelaars, en aan de zijde van Superpitcher bracht hij in 2007 het album Save The World uit. Drie jaar voorheen kwam hij solo al met de plaat Touch op de proppen, maar daar wil Mayer vandaag liever niet aan herinnerd worden. Hij gaf intussen al in verschillende interviews aan dat die plaat snel-snel ingeblikt werd en dat de kwaliteit van de nummers daaronder leden. Zelf ziet Mayer Mantasy als zijn echte debuut.

Laat u niet afschrikken door de titel van dit album. Mantasy heeft niks te maken met foute nachtclubs waar mannen in lederen kepies de plak zwaaien. Al laten de wufte italo discobeats van het titelnummer vermoeden dat Mayer wel eens geïnteresseerd zou kunnen zijn om — in navolging van zijn Franse collega Dimitri De Paris — de soundtrack te voorzien voor A Night At The Playboy Mansion. Verder distantieert Mantasy zich van alle obsceniteit. Het album laat een producer horen die zich niet beperkt tot één genre, maar die probeert een verhaal te vertellen via verschillende stijlen. De eerste twee nummers refereren aan de ontregelde ambient van Oneohtrix Point Never, tot midden “Lamusetwa” een mechanisch gestuurd Kraftwerk-ritme invalt en er vaart in komt.

Humor blijft een van Mayers grootste troeven. Gelukkig weet hij die op Mantasy te doseren. Ze overheerst niet meer zoals op Save The World, een plaat die achteraf gezien niet meer dan een aaneenschakeling van (vaak flauwe) grapjes was. Hier gaat Mayer subtieler tewerk. Zo is “Rudi Was A Punk” een knipoog naar “Judy Was A Punk” van The Ramones. Maar in plaats van hevige punk, belegt Mayer een gezellig onderonsje tussen koperblazers en xylofonen. “Lamusetwa” is dan weer een verbastering van L’amour, c’est toi, maar is met zijn met klinische blieps tegelijk het minst romantische nummer van de plaat.

“Voigt Kampff Test” brengt zeven minuten lang onversneden minimal techno. Vintage Michael Mayer, maar anno 2012 toch lichtjes gedateerd. Geef ons liever het sublieme “Roses”, dat drijft op de onheilspellende stemsample “Roses they were all so red” waaronder bas en beats een sprookje bijeenschrijven waarvoor wij keer op keer op het puntje van onze stoel gaan zitten. Dezelfde diepe bas keert terug op de afsluiter “Good Times”, het soort perfecte (dansbare) popnummer waar Hot Chip een jaar of zes geleden in excelleerde. Jeppe Kjellberg, de frontman van het Deense WhoMadeWho, vat de boodschap van dit album hier perfect samen: “No hesitation/ No obligation/ Sweet temptation/ Let’s just have a good time“.

Of Mantasy nu het debuut, dan wel de tweede plaat van Michael Mayer is, daar liggen wij niet wakker van. Belangrijker is dat dit een degelijk album is vol luistertechno waarop de Duitse labelbaas bij momenten het niveau haalt van veel van zijn loontrekkers, zoals daar zijn The Field, Gui Boratto en Dominik Eulberg. Well done, chief.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in