Kid Koala :: 12 bit Blues

Kid Koala omschrijven als “no ordinary dj” is een understatement dat aanvoelt als een stuurloze Caterpillar 797B-truck, die het huis komt binnenrijden zonder aanbellen. Wat hij op zijn (eerste) turntable blues record etaleert aan masochistische arbeidsintensiviteit, tart weerom alle zieke verbeelding.

Verwacht geen radicale koerswijzigingen op 12 bit Blues. Da Kid blijft trouw aan zijn zelf opgelegd en stoïcijns volgehouden paradigma: het creëren van een versplinterd amalgaam, vol fijngehakte geluidssamples en her en der bijeengesprokkelde stemstaaltjes. Netjes tot een vloeibare auditieve symbiose gesmeed door op en neer stuiterende fragmentarische ritmepatronen. Ook deze keer toont Kid Koala zich weer heer en meester in het atonaal ombuigen van lang aangehouden noten. De wereldwijd gerespecteerde emeritus professor doctor in Turntablism hanteert de crossfader opnieuw met een duizelingwekkende snelheid, waarbij de quasi onwaarneembare vleugelslag van de kolibrie verbleekt tot het meelijwekkende klapwieken van een zieke oude reiger.
En hij blijft een guitige plaagstok door minutieus een meezuigende groove neer te zetten, die, op het moment dat je hem beet hebt, vakkundig de hakselaar wordt ingejaagd, waardoor je met de rest van de olijke feestvierders in de gordijnen belandt.

Nieuw is wel de gekristalliseerde uitgepuurdheid, die zich zowel manifesteert in de aangewende technologie (of net het gebrek eraan) als in het opgegraven gearchiveerde bronnenmateriaal. Centraal staat de prehistorische E-mu SP-1200 sampler annex drummachine, een gegeerd collector’s item uit de ver vervlogen gouden eeuw van de hiphop. De recente aanschaf ervan was voor Kid Koala een jongensdroom die in vervulling ging. Het iconische pronkstuk behoorde (destijds) immers tot het wapenarsenaal van onder meer agitatorenbureau Public Enemy, Cypress Hill en A Tribe Called Quest. Om het aan de praat te krijgen heb je floppy disks nodig en het eindresultaat is een miezerige sample van maximum 2,5 seconden. Nou moe…. Slachtoffer van dienst is ditmaal de blues. Neen, niet dat intrieste gevoel dat zich ’s maandags morgens meester van je maakt, wel het muziekgenre an sich. Bij het stamboomonderzoek naar zijn favoriete muziek kwam Koala Kid al snel tot het besef dat alle uitgetekende bloedlijnen naar deze oervorm verwijzen. Blues draait om het weglaten van alle franjes, laagje voor laagje afschrapen tot enkel de onsplijtbare kern nog overblijft. Dat is ook wat de SP-1200 doet. Een perfect match dus.

Op dit blues 2.0-album is ook wel degelijk plaats voor oprecht dansbare opwinding. “2 bit blues” wordt gedragen door een straight forward opzwepende shuffle beat. Voor je ’t weet sta je te heupwiegen voor de badkamerspiegel, inclusief tennisracket en foute Björn Borghaarband. De gitaarriff van “7 bit blues” werd blijkbaar via het keldergat van de voorstedelijke repetitieruimte van Blacroc stiekem opgenomen met een recordertje, gestolen in de lokale Tandy shop. Wie hier kan op blijven stilstaan, krijgt een lekstok.

Maar meestal wordt er flink wat gas teruggenomen. Vertraging en toonverlaging zijn de sleutelwoorden. De low pitched samples maken duidelijk dat blues en embryonale jazz vaak samen in hetzelfde bed hebben gelegen. De gedrogeerde loungy feel van David Lynch overgoten met een dodelijke cocktail van valium, alprazolam en oxazepam. Zo is het half verzopen “4 bit blues” het ultieme klaaglied van een stomdronken cotton picker die, na een nachtje stappen in de lokale juke joint, in de gracht is gesukkeld. En er niet meer uit geraakt, op kruipafstand van zijn sweet home Alabama . Op het einde hoor je nog een verdwaalde mondharmonica, net voor ze uit de mond van de tandenloze busker wordt geklopt.

De multigetalenteerde Canadees houdt ervan blues standards met huid en haar te verscheuren tot bruikbare geluidspartikels. Als een opgejaagde (howlin’) wolf. Versplintering en vertwijfeling. Zoals de eindstations op de rails van het turbulente leven van de meeste bluespioniers. “9 bit blues” degenereert tot een eenzaam verduisterd schimmenspel met als actoren een verdwaalde stoomtrein imiterende harmonica en een ingetogen bluesy gitaardeuntje. Baron Toots Thielemans met zijn vingers in het stopcontact. Ik werd deze ochtend wakker. Vrouw weg met de buurman, huis leeggeroofd en herdershond opgehangen aan de perenboom in de tuin. Versteende Sehnsucht die je tot in de toppen van je tenen voelt. Een subtiele verwijzing naar de verstilde pracht van de soundtrack bij het graphic novel “Space Cadet”-project, die hij in 2011 uitbracht.

Zonder het mogelijk te beseffen, heeft Kid Koala hier toch weerom pionierswerk verricht en de deur op een kier gezet voor een fictief herwaarderingsproject van het bluesgenre in se. Hij werpt zich onbewust op als de Alan Lomax van zijn generatie. Het lijkt wel alsof hij als enige vrijbuiter toegang heeft gekregen tot de verborgen archieven van het toonaangevende en legendarische blueslabel Chess. Om deze vervolgens verantwoord leeg te plunderen. Op naar een nieuw spin-off project à la Blue Note’s Sidetracks? 12 bit Blues klinkt in ieder geval als een spontane sollicitatiebrief gericht aan Third Man Records’ labelbaas Jack White.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − 8 =