Rodolphe Coster + Black Dice :: AB Club, 15 september 2012

Bevriend zijn met Thurston Moore en Lee Ranaldo, DFA- labelbaas James Murphy als beschermengel hebben en ergens rondzweven in hetzelfde audio-universum als Animal Collective. Menig muzikant zou een moord begaan voor Black Dices referenties, al bleken die zaterdagavond niet garant te staan voor een goed concert.

En een inderhaast opgetrommelde horde amices al evenmin, zo bewees het voorprogramma Rodolphe Coster. Geconcentreerd en met het serieux van een professor bibliotheekwetenschappen boog de Brusselaar zich over een laptop en een gitaar om aan zijn vrienden te bewijzen hoe arty en gevoelig hij wel niet is. En hoewel Costers moderne en modieuze versie van cold wave het gewenste effect sorteerde bij zijn gabbers, werden wij warm noch koud van diens muziek. Gruizige, abstracte zwart-witbeelden en een troep geprojecteerde rode bloedcellen konden immers niet verdoezelen dat de mélange van onderkoelde noise en industrial aandoende elektronica te steriel en eentonig klonk.

Snoeihard, gewelddadig en ultrakort zijn Black Dice-concerten niet meer, en tegenwoordig plegen Eric Copeland en zijn trawanten zelfs hun diepste gevoelens op tafel te gooien alvorens het podium te bestormen. Blijkens hun prestatie in een goed gevulde AB-Club echter voelden de New Yorkers zich in Brussel niet top. Nochtans deed een erg snedige versie van “Shithouse Drifter” het beste vermoeden; een mokerend ritme en in het rond suizende bleeps en whoooshs gaven het publiek een smack on the neck van jewelste. Tijd om te bekomen was er niet, want aangevuurd door een uiterst energieke Aaron Warren perste het trio in een rotvaart een rist (bijna alleen maar van het nieuwe album Mr Imspossible geplukte) nummers uit hun elektronica. Net door dat duizelingwekkende tempo en het plots afbreken van een song om halsoverkop een volgende in te zetten, kreeg de set een hoog medleygehalte en werd een prijsbeest als “Pigs” erg rommelig afgehaspeld. Toeschouwers met een short attention span vonden die op break- en afrobeat gestutte noise ongetwijfeld dolletjes, maar wij verkozen de langer uitgesponnen nummers waarin er ruimte voor improvisatie was. Maar die waren helaas in de minderheid.

Hoe enthousiasmerend een bronstig in het rond hossende Warren en hoe intrigerend een, haast op autistische wijze, aan allerlei knopjes priegelende Eric Copeland ook overkwamen; de rek was halverwege de set er al uit. Ooit sloopte deze band op briljante wijze alle geluidsmuren tussen noise en psychedelica, en in een ver verleden gaven deze Amerikanen in dezelfde zaal een meesterlijke uitvoering van het album Miles Of Smiles. Maar those times lijken long gone

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × drie =