Warsaw Village Band :: Nord

De wereld staat niet stil. Tegen de achtergrond van de Aziatische landen die aan hun economische opmars bezig zijn en een Europa en Noord-Amerika die hard hun best doen om het hoofd boven water te houden, zouden wij haast vergeten dat het intussen reeds twintig jaar geleden is dat het IJzeren Gordijn viel. Het leven heeft in Oost-Europa intussen echter niet stilgestaan en dat bewijst eveneens Warsaw Village Band, een Poolse groep die reeds vijftien jaar Poolse folk met moderne elementen tracht te combineren en met Nord niet aan zijn proefstuk toe is.

Ondanks het moeilijk verstaanbare Pools is het nochtans allesbehalve een lijdensweg om Nord uit te luisteren. Warsaw Village Band is hoorbaar een groep die de groeipijnen reeds een tijdje achter zich heeft en voor Nord reisde het combo naar verluidt zelfs naar Canada en Scandinavië om er zich te herbronnen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen verklaren waarom de muziek regelmatig met elektronische genres als dub en trance flirt, terwijl het toch op en top folk met een klassieke toets blijft. Dat het combo intussen eveneens de weg naar de clichétrucjes van arty farty popgroepen uit Scandinavië heeft gevonden, nemen wij er graag bij, want het is intussen natuurlijk wel grappig om nog maar eens een popgroep met pinnenmutsen te midden van een ijzig landschap te zien poseren voor een groepsfoto.

Met “Hey You, Yokel’s Son” heeft Warsaw Village Band in ieder geval een heel karakteristiek nummer gekozen om Nord te openen. In het liedje mogen zangeressen Magdalena Sobczak-Kotnarowska en Sylwia Swiatkowska hun gezegende keelgatten namelijk eens wijd open zetten, terwijl warme blazers het nummer Balkantinten geven. Het nummer werd samen met Hendingarna opgenomen, een Scandinavische folkgroep die de niet-ritmische, weinig gestructureerde songstructuren van de Samen, een volk uit Lapland, eer tracht te bewijzen. Hiervan valt niet veel te merken, want het nummer is ritmisch genoeg en als de snel veranderende liedjesstructuur al ergens goed voor is, dan is het wel om een jazzy sfeertje te creëren.

In “Musicians Are A-Playin”, een tweede nummer dat Warsaw Village Band samen met Hendingarna inblikte, heeft de gastgroep gelukkig meer inspraak. Hier zijn wij getuige van een nummer dat opent met lang uitgerekte, hypnotische vrouwelijke zanglijnen, terwijl een bronselur — een oud Scandinavisch blaasinstrument — het nummer van lage ondertonen voorziet. Een speciaal moment, want nergens op Nord tast de groep nog zo diep in de buidel om authentiek te klinken.

Dat wil echter nog niet zeggen dat de rest van Nord minder interessant hoeft te zijn, want Warsaw Village Band is nog altijd een groep die er zijn levensdoel van heeft gemaakt klassieke Poolse folk met moderne elementen te verzoenen. Dat concept komt bijvoorbeeld tot uiting in “Kujawiak The Fiend”, een nummer dat met klassieke violen aanvankelijk niets meer dan normale folk lijkt, ware het niet dat het nummer eveneens een Oosterse toets herbergt en futuristische parlando’s in petto heeft.

Dat Warsaw Village Band ideeën in overvloed heeft, bewijst eveneens “My Fate”, een nummer met een constant aanhoudende Afrikaanse drum waarin een van de zangeressen een klaagzang ten berde brengt. Het heeft een melodie die naar het einde toe steeds meer op snelheid komt, terwijl een saxofoon het nummer een jazzy karakter geeft. Het maakt duidelijk dat de groep er probleemloos in slaagt uiteenlopende niches met elkaar te verzoenen, wat Warsaw Village Band op één lijn plaatst met groepen als Balkan Beat Box en Amsterdam Klezmer Band, eveneens met wereldmuziek flirtende popgroepen die onverzoenbaar lijkende genres uiteindelijk toch met elkaar in harmonie brengen.

Nergens wenst Warsaw Village Band dan ook te verhullen dat het een eclectische groep is die heel wat kanten tegelijkertijd uitkijkt. Dat mag natuurlijk reeds blijken uit voor zichzelf sprekende titels als “Emigrant Polka”, “Jewesse Polka” en “Hemp Lullaby”, maar nog meer uit interessante samenwerkingsverbanden met folkzangeressen uit andere landen zoals bijvoorbeeld met de Canadese Sandy Scofield in “War’s Coming”, een nummer dat met behulp van een sjamaandrum een wel erg exotisch tintje krijgt. Wie de credits van Nord bekijkt, merkt trouwens dat er eveneens een drielier, een moraharp, een bugel en Zweedse doedelzakken werden gebruikt om het plaatje tot stand te brengen, wat wel moet betekenen dat het combo erg ver gaat om het voor het publiek interessant te maken.

Hoewel het eenenzestig minuten durende Nord geen gemakkelijk verteerbare kost is, is het hoe dan ook een heel interessante plaat van een erg intrigerende groep. Het plaatje is namelijk een beetje als op reis gaan: je neemt je tijd om iets nieuws te ontdekken en of dat nu citytripgewijs gebeurt met enkele nummers of net heel uitgebreid met een volledig album, je wordt in ieder geval overrompeld door al het nieuws dat er op je afkomt. Genieten dus maar!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + negentien =